Oosters georienteerde psychohulp bij vastgelopen mensen ======================================================= Dit tweede lespakket behandelt de meer Oosterse filosofie over onze psycho-sociale opvattingen en bestaat uit de volgende hoofdstukken: I. EGO-vs-GOD moderne mens en tradionele normen en waarden deel.I II. INDIA uit de Indiase Veda-filosofie deel.II III.TANTRA de visie van het Boeddhisme deel.III IV. RAJAYOGA de benadering van de yogi deel.IV V. CASTANEDA een Mexicaanse mysticus deel.V Dit SURVIVAL-pakket is een soort overlevingspakket. Dit overlevingspakket is bedoeld voor mensen die wel eens met psychische en/of sociale problemen zitten. De tijd waarin we leven is niet eenvoudig, de kranten staan er bol van. Voor mensen die steun of nieuwe inspiratie nodig hebben, kan één van deze tekstfiles misschien uitkomst bieden. Dit initiatief is bedoeld als zelfhulp-project. Waarschuwing: heeft u echt serieuze problemen, stap dan altijd eerst naar uw huisarts voor een nader advies! Delft, 2 mei 1991 Groeten van Max Mesman ©. Oorspronkelijke tekstenaanlevering: © Max Mesman per bbs (Public-Domain) Redactionele tesktbewerking: F.Floor (gnosticus) te Bunnik. GOD'S LIEFDE VINDEN BETEKENT: OPGEVEN VAN HET EGO DEEL I (1 van 5) --------------------------------------------------------------------- Inhoud deel I --------------------------------------------------------------------- A De rode draad: Hoofdstellingen B Kenmerken van Zelf-verwezenlijking (volgens Maslow) 1 Doel van deze studie 2 De les van heiligen 3 Het ego als scheidende macht 4 Het ego is de bron van alle leed en kwaad 5 Herbezinning op het begrip zonde 6 De geest in een fles, vs psychologie 7 De geboorte van het Ik ------------------------------------------------------------------------ A De rode draad: Hoofdstellingen ------------------------------------------------------------------------ (1) Het Zelf is het kapitein op het schip; de Wil is de stuurman. (2) Het ego is de oorzaak van alle leed, de wortel van het kwaad. (3) Het ego manifesteert zich in egoisme, egocentrisme, eigenwaan, eigendunk, ijdelheid, hoogmoed, trots, arrogantie, onwetendheid. (4) Het Zelf is de goddelijke liefdeskracht in de mens. (5) Een mens kan kiezen tussen Zelfrealisatie of ego-realisatie. (6) Alleen de wil tot het goede leidt tot geluk en vreugde. (7) Zelfrealisatie maakt het totale innerlijke potentieel vrij. (8) Vrijmaken van het Zelf kan alleen door het ego te overstijgen. (9) De wil is sturend mechanisme tot het bereiken van verlichting. (10) De sleutel tot geluk is diepgaande training van de wil. (11) Training van de wil bestaat uit onberispelijk energiegebruik. (12) De wil kan op ieder levensterrein toegepast worden. (13) De sterke wil is onoverwinnelijk, kan alles aan. (14) Juist energiegebruik leidt tot juiste kennis, juiste gedachten, juiste emoties, juist handelen. (15) Problemen zijn er om overwonnen te worden. (16) De grootste vijand van de wil is de onwil van het ego. (17) De wil is sterker dan ieder mogelijk lot. (18) Het verkeerde willen leidt tot (zelf)destructie. --------------------------------------------------------------------- B Kenmerken van Zelf-verwezenlijking (volgens Maslow) --------------------------------------------------------------------- (1) Het proces van Zelf-verwezenlijking betekent de ontdekking en de ontwikkeling van het ware Zelf en van bestaande of latente moge- lijkheden. (2) Een Zelf-vervuller is 'volledig menselijk': niet alleen is hij uiterst produktief, succesvol en getalenteerd, maar hij beant- woordt ook aan elke definitie van psychische gezondheid, rijpheid en Zelf-verwezenlijking. (3) Een Zelf-vervuller heeft het vermogen om het leven duidelijk te zien zoals het IS en niet zoals hij het graag zou hebben. Hij laat zijn waarnemingen niet vertekenen door eigen hoop of verwachtingen. (4) Hij staat ver boven het gemiddelde in zijn vermogen om mensen naar waarde te schatten en onechtheid en onoprechtheid te doorzien. Zijn keuze van huwelijkspartner is veel beter dan de gemiddeld. (5) Door zijn superieure waarneming is hij veel beslister en heeft een duidelijker opvatting van wat goed en verkeerd is. Zijn voorspellingen van komende gebeurtenissen zijn juister. Dit vermogen om efficienter te zien, beter te oordelen, strekt zich over veel levensgebieden uit: het begrijpen van mensen, kunst, muziek, politiek, filosofie. Hij dringt sneller en stipter door tot verborgen en ingewikkelde verschijnselen. (6) Niettemin heeft een Zelf-vervuller een soort nederigheid, het vermogen om aandachtig te luisteren, om toe te geven dat hij niet alles weet en dat anderen hem iets kunnen leren. Zijn su- perieure waarneming is ten dele een gevolg van een beter begrip van het eigen Zelf. Tevens is er een element van kinderlijke eenvoud en gebrek aan arrogantie of aanmatiging. Kinderen hebben vaak dat vermogen om te luisteren zonder vooroordeel. (7) Deze niet-oordelende manier van waarnemen wordt 'Zijn-kennen' (Z-kennen) of 'verlangenloos bewustzijn' genoemd. Het is een passieve, receptieve manier van observeren. Deze passieve kant van contemplatie, wordt aangevuld met een beslissende, actieve kant, een adequate handelwijze. (8) De ware Zelf-vervuller wijdt zich aan een werk, een taak, een plicht of een roeping die hij belangrijk vindt. Omdat hij een oprechte belangstelling voor dit werk heeft, werkt hij hard, maar ervaart het eerder als spel, hobby. Hij vindt zijn werk opwindend en aangenaam. Toewijding aan belangrijk werk is een voorname eis voor groei, Zelf-verwezenlijking en geluk. (9) Hij moet goed zijn in zijn werk: hard werken, discipline, trai- ning en vaak uitstel van - triviaal - plezier. (10) Creativiteit is het centrale kenmerk van de Zelf-vervuller. Deze creativiteit is bijna synoniem met gezondheid, Zelf-verwezenlij- king en volledige menselijkheid; zij kenmerkt zich door: * flexibiliteit en spontaniteit * moed en bereidheid om fouten te maken/toe te geven * openheid en nederigheid. (11) Een Zelf-vervuller verliest de frisse, naieve benadering van zijn kindertijd niet, of vindt haar later in het leven weer terug. (12) Hij ligt niet met zichzelf overhoop; zijn persoonlijkheid is ge- integreerd. Dat betekent dat hij meer energie over heeft voor produktieve doeleinden. --------------------------------------------------------------------- 1 Doel van deze studie --------------------------------------------------------------------- Dit boek gaat over het zoeken, vinden en realiseren van God's liefde in jezelf: het hoger Zelf, de goddelijke liefdesvonk die je iedere seconde in leven houdt. Veel mensen menen tegenwoordig uitsluitend met hun wereldse ik, het ego te kunnen leven. Maar zodra die verborgen goddelijke liefdesvonk, die de ware heerser over je leven is je lichaam verlaat, is het afgelopen met je ego en je aardse bestaan. Vanaf de vroegste tijden hebben mensen dat beseft. Wie regelt je ademhaling? Wie laat je hart kloppen? Wie zorgt dat je lichaamstemperatuur stabiel blijft? Wie pompt het bloed door je lichaam? Regel je dat zelf? Is dit louter de 'intelligentie van de natuur'? Wie zorgt dat iedere seconde er 18-triljoen bloedcellen worden vervangen? Wie regelt al die onwillekeurige lichaamsfuncties? Wie zorgt dat elke seconde er 30-triljoen afgestorven lichaamscellen tijdig worden vervangen door nieuwe, waarvan hun bouwstenen van elders aangevoerd? Wie verzorgt jouw onbewuste darmkronkelingen die de inhoud verplaatsen? Jij, jouw bewuste ik: in ieder geval niet. Of de goddelijke liefde nu de natuur of de kosmos zelf is, of daarboven uit- stijgt, het zou geen kwaad kunnen om je eens wat bescheidener op te stellen. De natuur heeft geen verstand - nee maar als er een gat in je arm zit zou je wel graag willen dat diezelfde "de natuur" dat gat weer dicht maakt? Iedere 7 maanden heb jij je hele lichaam (op de botten na) in het toilet uitgeplast en alleen jouw botten bleven achter... En tóch lees je nu nog steeds boeken, praat en loopt. Wie deed dat? In feite zou dit je wel eens die frisse kijk op je leven kunnen geven, die je al zolang zoekt. Misschien zoek je wel op de verkeerde plaats! In dit chaotische overgangstijdperk naar de totaal nieuwe wereld van de 'kwantum-mechanica', raken veel mensen het spoor bijster. Ze raken verblind door het enorme aanbod van manieren om het ego en de lichamelijke behoeften te bevredigen, die de moderne tijd biedt. Toch is er geen waar geluk, geen ware levensvervulling mogelijk, zonder de bevrijding van leed en kwaad. Deze studie is het verslag van een integrale zoektocht, die zich niet beperkt tot een bepaalde visie of godsdienst. Vele wegen leiden naar Rome; vele wegen leiden naar verlichting en Zelfrealisatie. Beschouwd worden o.m. Christendom als cultureel erfgoed van de Westerse mens, Nagualisme of Sjamanisme volgens Castaneda, Hindoeisme, de diverse Yoga- systemen, Tantra en Boeddhisme en uitstapjes naar gebieden als astrologie, psychologie, filosofie, ascese en morele tucht. Geen dwingende leer wordt voorgeschreven, wel worden de lezer een aantal mogelijkheden en overwegingen aangeboden waar ieder het zijne van mag denken. De uitkomsten zijn het resultaat van een persoonlijke zoektocht, die geenszins pretendeert, volmaakt of universeel toepasbaar te zijn. Ook is hij nog lang niet afgerond in de zin van verdieping en uitbouwing, al zijn de grote lijnen wel in kaart gebracht. En aangezien geen twee mensen precies gelijk zijn, zullen ook geen twee mensen precies dezelfde weg - willen of kunnen - bewandelen. Verlichting is echter binnen ieders bereik en het is de wens van de auteur dat ieder die er oprecht naar zoekt, deze genadige staat moge bereiken. De wereld kan er alleen maar beter van worden! Dus wens ik de lezer in de ware zin alle zegen en heil. 'Vraag en u zult krijgen. Zoek en u zult vinden. Klop en er zal worden opengedaan. Ja, ieder die vraagt, zal krijgen en wie zoekt, zal vinden en wie aanklopt, hem zal worden opengedaan. Is er onder u een vader die zijn kind een steen zal geven als het om brood vraagt? Of een slang als het om vis vraagt? Ondanks uw verkeerde levenswijze weet u dus aan uw kinderen goede dingen te geven. Hoeveel meer zal dan uw Vader in de hemel goede dingen geven aan wie erom vragen!' Uw gebed wordt verhoord. Deze verlossende woorden sprak Jezus tijdens zijn Bergrede, dat wordt ons althans door Mattheus voorgehouden. (7:7-11.) Wie tot inkeer komt, zijn wereldse trots inslikt en (weer) leert om zuiver en oprecht te bidden, volgt de weg van het hart. Het antwoord dat we zoeken zou weleens veel dichter bij huis kunnen liggen, dan dat we die volgens de mode in het Oosten moeten zoeken. Niettemin, wie in Azië zoekt, zal ook vinden. Zo vat ik de conclusie van Lily Eversdijk, na een jaar bij yogi's in India en Tibet 'in de leer' te zijn geweest, als volgt samen: 'Ontwaak, sta op en ga op weg. Betreedt het pad dat voert naar de bevrijding van de ziel, naar eeuwig geluk en onsterfelijkheid bij God's liefde. Wacht niet langer, want je tijd is kort! Je aardse bestaan is snel voorbij. Verspil je energie niet op honderd verschillende manieren. Eet niet meer dan nodig is. Eet geen dingen die je gezondheid schaden. Vergiftig je lichaam niet met tabak. Benevel je geest niet met alcohol of drugs want dan kun je kwaad niet meer van goed onderscheiden. Vermoei je oren niet met zinloos gepraat of kwaadsprekerij. Vermoei je ogen niet met zinloze geschriften en zinloze voorstellingen. Verspil je vitale krachten niet aan excessen die niet tot geluk leiden. Kortom: leef niet onnadenkend. Vraag je af, wat nuttig is om te doen en wat nutteloos; wat zin heeft en wat zinloos is. Hoeveel energie en vitale gezondheid zou je niet kunnen sparen door al die nutteloze en zinloze daden achterwege te laten! Oefen dus zelfcontrole uit over je lichaam. Hoeveel energie verspil je niet aan verkeerde en zinloze gedachten. Aan nodeloze ergernissen en zorgen, gevoelens van haat, boosheid, afgunst enz. Oefen zelfcontrole uit over je geest. Wees geen slaaf meer van je lichaam, of je geest. Besef dat vervulling van wensen altijd gepaard gaat met rusteloosheid. Dat haat en boosheid vaak lange tijd in je hart leefden. Dat niets wat je kreeg ooit de vreugde gaf, die je ervan had verwacht. Vraag je af, of wat je met zoveel begeerte nastreefde, wel iets werkelijks was, of een illusie. Gebruik je onderscheidingsvermogen en het zal blijken dat je het onwerkelijke voor werkelijk hebt gehouden en de werkelijkheid niet hebt gezien. Doorbreek je onwetendheid, zet de eerste stappen naar volledige geestelijke ontwaking. Wees bereid een geestelijk leven te leiden. Bedwing en overwin je overmatige begeerten. Begeerte maakt je geest onrustig. Dan kun je je niet concentreren op een hoger doel. Om jezelf tot kalmte te brengen heb je energie nodig. Deze verkrijg je door je leven te versoberen en niet langer de slaaf te zijn van je lichaam of je steeds maar doormalende geest. Met de hulp van concentratie en meditatie is het niet zo moeilijk om de geest te trainen tot begeerteloosheid. Ben je eenmaal in staat om de vergankelijk- heid en de onwerkelijkheid van alles te zien, dan begeer je dit alles niet langer. Verlangt een opgroeiend kind terug naar zijn vroeger zo geliefde speelgoed? Alleen in eenpuntige gerichtheid kan je geest tot wijsheid komen. En alleen door wijsheid kan de ziel worden bevrijd. De enige wijsheid die je nodig hebt is het antwoord op de vraag: 'Wie ben ik?' Schouw in je binnenste en tracht jezelf te zien, zoals je waarlijk bent. Dit zal je lukken, wanneer je veel mediteert. Zonder mediteren leer je de ultieme Waarheid nooit kennen. Door te mediteren over God's liefde zul je Zijn afspiegeling diep in je binnenste vinden. Want het ware Zelf is een goddelijke liefdesvonk. Wanneer je deze waarheid in zijn diepste diepte doorgrondt, zal je het ware geluk vinden dat uitsluitend van binnenuit kan komen en vredig vanuit je gehele wezen zal stralen. Je bent - één met - liefde (God) in het diepst van je gedachten! Mensen kunnen het Licht op twee manieren zien: in de uitstraling van de ander die tot verlichting is gekomen en in zichzelf, met God' liefde in het eigen hart. Samengevat: betreden van het pad wil zeggen: Ontwaak. Gebruik je onderschei- dingsvermogen. Word meester over je lichaam en je geest. Breng je gedachten tot eenpuntige gerichtheid. Mediteer en ontdek je eigen goddelijke kern. Dan is je ziel bevrijd en kan zich herenigen met God's liefdegeest. --------------------------------------------------------------------- 2 De les van heiligen --------------------------------------------------------------------- 'Denken, redeneren is onderweg zijn; stil zijn, in rust zijn is arriveren. Iedere drang, iedere handeling verstoort de eenheid. Ieder geluid, iedere zintuiglijke waarneming waarop men zich richt, breekt de heelheid in stukken. Dus denk niet, redeneer niet, wees stil. Doe niet, luister niet, kijk niet. Richt je aandacht op God's liefdegeest. Iedere godsdienst leert, dat je God's liefde alleen kunt vinden door die sterke hang aan je ego, je zelfzucht, je eigendunk waar je zoveel waarde aan hecht, op te geven. Persoonlijkheid komt van het Griekse 'persona' = masker. Wat wordt gemaskeerd? Het streven van het ego, dat zichzelf zoekt, i.p.v. de ziel te laten rusten in de eenheid met God's liefde. Wat is er voor goeds aan een eigen persoonlijkheid? Alleen door het ik weg te cijferen, komt er een eind aan het kwaad, de inbeelding, de dwaasheid en de onwetendheid, die wij 'onze persoonlijkheid' noemen. Juist dit masker verhindert ons de Goddelijke liefdesvonk te zien die hier- achter schuilt. Wie is meer geliefd, een nederig mens, zonder ijdelheid, of een opgeblazen arrogante pad? Vind het geluk door goed en rechtvaardig te leven, zonder persoonlijke opsmuk. Vermijd smart door je geest te beheersen. Geef alle ijdelheid op. Ik vraag van niemand, om een heilige, een kluizenaar of een asceet te worden. Ik vraag wel, om je eens in alle oprechtheid af te vragen, wat heiligen nu eigenlijk zijn en wat ze ons en de wereld te bieden hebben. Wat maakt iemand tot een heilige en waarom kunnen wij zoveel bewondering voor zo iemand opbrengen, als we ons eenmaal - onbevooroordeeld - realiseren, hoe zij hebben geleefd en wat zij daarmee bereikten? Heiligen tonen ons, hoe zij DOOR zichzelf - hun ego, hun aardse, wereldse persoonlijkheid - volledig op te geven, de hereniging met God's liefde vinden. Alleen daarom kan hun leven voorbeeldig, onberispelijk, zonder zonde zijn. Dit is de enige manier, de enige weg (terug) naar de schepper. Het nagualisme leert het als 'opgeven van de eigendunk'. Via de (be-) schrijver Carlos Castaneda hebben miljoenen met deze Indiaans-Mexicaanse mystieke leer kennisgemaakt. Christelijke heiligen volgen Christus door zich volledig met hem te identificeren, d.w.z. gelijk te worden aan hem. Een indrukwekkend voorbeeld van eigen bodem levert Thomas à Kempis met zijn 'Navolging van Christus'. Van velen kennen we de indrukwekkende daden, zoals Jeanne d'Arc, Franciscus van Assisi, de eerste christenen die omwille van hun geloof in de Romeinse arena's door wilde dieren verscheurd werden enz. Boeddha kon alleen tot verlichting komen door alles te verzaken wat hem als prins in de schoot was geworpen. Zijn leer zou grote delen van Azië diepgaand beïnvloeden. Boeddhistische monniken die zichzelf uit protest verbranden denken daarbij niet aan persoonlijk gewin. Mohammed was een eenvoudige ongeletterde, die alleen door zijn visioenen van God's liefde tot profeet en geestelijk wereldleider kon komen. Zijn leer van de Islam verbond de gehele Arabische wereld tot een culturele en godsdienstige eenheid. Lao-Tse bejubelde niet zichzelf in de Tao te king, maar verklaarde het wezen van de schepping. Wie zoekt naar verlichting en bevrijding van lijden, wacht slechts een zware taak: het opgeven van zijn ego. 'Men kan geen twee heren dienen', zei Jezus. We kiezen of voor het ego (tonal, lagere zelf, wereldse streven, materialisme) of voor God's liefdegeest (nagual, de geest, het hogere zelf, geestelijk streven, spiritualiteit). Wie heilig wil zijn, moet de gewone wereld vaarwel zeggen en zijn leven en zijn geest in dienst stellen van God! Vruchtbare combinaties zijn nauwelijks mogelijk, tenzij in de rol van leraar, goeroe, paus, geestelijk leider (Jupiter-beroepen; 9e huis). Heilig noemt men in de godsdienstwetenschap die voorwerpen, personen, handelingen, tijden, die op een bijzondere wijze in relatie staan met God's liefde of het goddelijke en zich daardoor onderscheiden van het louter profane. Heilig zijn allereerst God's liefde en de goddelijke wezens zelf, dan de plaatsen waar zij zich ophouden (tempels, altaren), de personen die in hun dienst staan (priesters, profeten) en de handelingen, voorwerpen en woorden, in deze dienst gebezigd. De betekenis 'zedelijk volmaakt' is secundair. Heiligen worden in het christendom vereerd krachtens de eerbied waarmee men opzag naar die gelovigen, die door leven en sterven getuigenis aflegden van hun geloof in Christus en die gezien konden worden als deelgenoten in Zijn komend rijk. Heiligenverering begon bij de eerbied voor de martelaren, die standvastig in hun geloof gefolterd en/of vermoord werden. Onder de indruk van het opkomend ascetisme is men ook de grote asceten als opvolgers der martelaren gaan beschouwen en heeft men ook hen opgenomen in de lijst der heiligen. Heil is etymologisch verwant aan 'heel', 'helen', eenworden, een-zijn (met God's liefde). Vandaar dat Jezus ook de Heiland genoemd wordt. Heiland heet in het godsdienstig spraakgebruik degene die heil aanbrengt doordat hij tussen God's liefdegeest en de mens bemiddelt. Hij is een brugfiguur wiens hulp onmisbaar is wanneer mensen zich vanwege hun nietigheid of zonde door een diepe kloof van God's liefde gescheiden dachten. Als brugfiguur heeft hij deel zowel aan de orde van God's liefde als aan de wereld der mensen. Dit betekent dat hij een tweezijdige natuur bezit, die deels menselijk, deels gode gelijk zij. In de antieke (m.n. hellenistische) wereld werden vele koningen als heiland beschouwd. Zij waren immers dragers van een bovennatuurlijke macht, zonen van de godheid of begiftigd met een goddelijke opdracht. De profeet is middelaar tussen God's liefde en de mensen, doordat hij Gods gerechtigheid verkondigt tegen schijnvroomheid (schijn-heiligheid) en onrecht aantoont en daardoor zo heil voortbrengt. Voor de christen is Jezus Christus de heiland. Reeds zijn naam duidt daarop: Jezus = Jahwe is heil; en Christus betekent gezalfde, koning (van het komende rijk Gods). De heilandsdaad van Christus bestaat met name hierin, dat hij door zijn offerdaad op Golgotha, God en de mens met elkaar heeft verzoend. Heiligmaking is de aanduiding van het door Gods genade gewekte nieuwe leven van de mens, die de vergeving der zonden, de rechtvaardigverklaring van de zondaar door het geloof alleen, heeft ontvangen. De meeste, zoniet alle zonden, worden vanuit het weerspannig ego van de mens verricht, met als eerste oorzaak meestal: Onwetendheid. Er kan boos opzet in het spel zijn, maar meestal handelt men zonder te beseffen wat men doet. Zoals Jezus zelf zei: 'Vader vergeeft het hen, want zij weten niet wat zij doen'. Over ascese. In de moderne tijd speelt het hedonisme, de zintuiglijke genieting, de hoofdrol. 'Alles kan, alles mag, wie zich beperkingen oplegt in welke zin dan ook, is een dwaas', zo worden wij gebombardeerd met (reclame)boodschappen uit de media. Wat er niet bij verteld wordt, is dat deze zgn. heilsleer erop gericht is om ons zuurverdiende geld uit de broekzak te kloppen, tot op de laatste stuiver toe en zelfs dan kunnen we nog aanzienlijke leningen afsluiten om niet alleen met handen en voeten aan een werkgever, maar ook nog eens aan een schuldeiser gebonden te zijn. Zo leidt deze verkondigde VRIJHEID van de moderne mens tot zijn SLAVERNIJ!! Hij valt ten prooi aan de moderne zwarte magiers van de massacommunicatie. Hij laat zich verblinden, hersenspoelen door uiterlijke schijn en ijdelheid. Waarom dus zo laatdunkend over ascese? Weet je eigenlijk wel, wat het inhoudt? Ascese is een doelbewust religieus streven teneinde één te worden met de basis van het bestaan of de juiste verhouding tot God's liefde te krijgen. Middelen: in primitieve godsdiensten o.a. het taboe, in de grote godsdiens- ten vasten, onthouding, zelfkwelling, gebed of plichtsbetrachting. De filosofie van de Stoa streefde naar beteugeling van hartstochten. 'Stoa is een zuilenhal of galerij. Beroemd was in Athene de Stoa Poikile ('bonte hal'), zo genoemd om de muurschilderingen. Circa 300 jaar voor Christus had Zenon daar zijn school, waaraan zijn aanhangers de naam Stoicijnen dankten. Het door hen verkondigde stelsel (*Herakleitos) wordt gewoonlijk als Stoa aangeduid. De uitbouw en vastlegging van het systeem is vooral het werk van *Chrysippos. Het is in hoofdzaak een ethisch systeem. Men moet streven naar het goede, Grarete = deugd, die bestaat uit: 1> volmaakt oordelen 2> volkomen zelfbeheersing t.a.v. begeerte en pijn 3> absolute rechtvaardigheid. Alle uiterlijke en materiele zaken zijn van geen betekenis en raken de wijze niet. Plichtsbetrachting tegenover de gemeenschap is een centraal thema in deze leer, die daarmee lijnrecht inging tegen de leer van *Epikoeros. Het stelsel vond veel aanhang onder politici [...]' (Woordenboek Klassieke Oudheid.) ASCESE is de zelftucht die de mens zich kan opleggen, om zijn hartstochten en begeerten te beteugelen en zodoende een VRIJ en DOELGERICHT leven te (kunnen) leiden. Sexuele ascese komt onder alle volken en in alle godsdiensten voor, met uitzondering van protestanten die een vervangingstheologie kennen. De mens kan tot een ascetische levenshouding komen, hetzij omdat hij door een bepaalde ontzegging een gesteld doel wil bereiken (ascese als middel); hetzij omdat hij het lichaam of het bestaan zelf slecht of waardeloos acht en de 'versterving' zoekt (ascese als doel). Het laatste vinden we het meest consequent in het boeddhisme, bij hen die de weg der meditatie gekozen hebben. Bij de Grieken stond ascese in dienst van de prestatie, bijv. in de oorlog of de sport. In de bijbel vormt de ascese nooit het doel. Het Oude Testament kent bepaalde verboden spijzen en handelingen, ook tijdelijke geloften voor ontzegging, maar deze zijn steeds op de HEILIGING van het leven gericht. In het NT schrijft Paulus dat het christenleven en training vereist als voor een wedloop en vuistkamp (1 Kor. 9:24-27). In het christendom is dan ook van het begin af aan een ascetisch element aanwezig. Reeds vroeg is het, bijv. in het leven van monniken en kluizenaars, tot bepaalde vormen van uiterste ascese gekomen. De RKK regelde deze krachten door de vorming van religieuze orden met hun meer of minder strenge regels en predikte dat het streven naar de christelijke volmaaktheid in alle levensomstandigheden een vorm van ascese vereist. Bij de Prot. is ascese heel anders geïntepreteerd als SOBERHEID, gewaardeerd als middel tot betere dienst aan God's liefde en naaste. Max Weber gebruikt de uitdrukking 'innerweltliche Askese', d.w.z. ascese binnen de wereld. Een aantal sekten handhaaft dus strenge regels t.a.v. 'vlees' en 'wereld'. Over DE NAVOLGING VAN CHRISTUS. 'De imitatione Christi' bestaat uit verhandelingen over Christus en het christelijk leven van de Nederlandse mysticus Thomas à Kempis (ca. 1379-1471). Dit vermaarde boek, dat al bijna 600 jaar oud is, kent meer dan 90 vertalingen en 4000 uitgaven. Het is na de bijbel het meest gelezen boek van de wereldliteratuur en misschien wel het belangrijkste, zeker het meest verspreide boek dat Nederland ooit heeft voortgebracht. Zo zien we de paradox dat iemand die naar verzaking en ascetisme streefde, tot 'eeuwige' wereldroem kwam! Aan dit boek zal later in deze studie nog veelvuldig gerefereerd worden. --------------------------------------------------------------------- 3 Het ego als scheidende macht --------------------------------------------------------------------- De term ego of IK wordt gebruikt om de eigen persoon te onderscheiden van alle anderen, al het andere. En juist in deze daad bekrachtigt de mens zijn noodlot: het onderscheid leidt maar al te vaak zijn AFSCHEIDING van alle anderen, van de wereld om hem heen. Hij wordt tot een eiland in een onmetelijke oceaan. Het gevoel van afgescheidenheid, eenmaal ten volle bewust geworden, leidt tot een gevoel van eenzaamheid. De mens, het jonge kind, dat zich voor het eerst eenzaam of verlaten voelt, komt in zijn eerste bestaanscrisis terecht. Meestal gebeurt dit in de puberteit, bij een eerste 'kalver'-liefde, waar hij of zij nog geen adequaat antwoord heeft op de soms zeer heftige gevoelens die gepaard gaan aan het ontwaken van de sexualiteit, de lichamelijke geslachtsrijpheid. Er kunnen ook andere oorzaken zijn; zoveel mensen, zoveel voorbeelden. De dood van een ouder of geliefde persoon bijvoorbeeld, de scheiding van een vertrouwde omgeving, het alleen-gelaten worden door de ouders of verzorgers, opgroeien in een disharmonisch huisgezin met vele ruzies en botsingen, het niet ontvangen van de aandacht waarom een kind vraagt, het door welke oorzaak dan ook onthouden worden of niet kunnen vervullen van een wezenlijke behoefte, zoals liefde, veiligheid, geborgenheid, steun (vgl. de behoeften- hierarchie volgens Maslow en de humanistische psychologen). Dit alles kan tot eenzaamheidsgevoelens en dus tot leed lijden. --------------------------------------------------------------------- 4 Het ego is de bron van alle leed --------------------------------------------------------------------- In het ego of ik-besef van de mens, jong of oud, ligt de kiem van alle zonden, de wortel van alle leed. Waarom gebruik ik het beladen woord 'zonde'? Het wordt iemand kwalijk genomen in deze tijd, om in christelijke termen te spreken, alsof het om iets onfatsoenlijks gaat. De moderne snelle tijdgeest heeft inderdaad tot een 'Umwertung aller Werte', een omkering van alle waarden geleid. Sinds de culturele revolutie van de zestiger jaren wilden de mensen zo snel mogelijk onder het oude juk van morele en zedelijke zelfbeperking en 'morele onderdrukking door ouderen en autoriteiten' uitkomen. En ik, als kind van mijn tijd, was daarop geen uitzondering. Ik weet dus waarover ik praat, ik heb alles gedaan wat God verboden heeft. Maar het verstand komt met de jaren. Ook al heb ik gezondigd, het zoeken naar God's liefde heb ik nooit opgegeven. En God's liefde is vergevingsgezind. Dit wordt geen verhaal over mijn bekering, het is slechts illustratief bedoeld. --------------------------------------------------------------------- 5 Herbezinning op het begrip zonde --------------------------------------------------------------------- Zonde is de benaming voor handelingen, gevoelens en gedachten (bij verdieping van inzicht ook voor innerlijke gesteltenissen) die ervaren en beschouwd worden als in strijd met het goede. In deze brede zin is het zondebesef universeel. In religieuze context heeft dit besef echter steeds eigen interpretaties gekregen. Alle religies hebben gemeen dat zij zonde verstaan als inbreuk op goddelijke wetten en ordeningen, gekend uit door God's liefde geschapen natuur of uit bijzondere geopenbaarde, morele en rituele voorschriften. Algemeen is daarbij ook het besef dat zonde van Godswege gestraft wordt en dat door boete en verzoening de orde hersteld moet worden. Maar in oude culturen en religies werd de oorzaak van menselijk FALEN veelal gezien in noodlot, in kwade machten en boze geesten, of in vervloeking door anderen. Zo gaan in de Griekse tragedie mensen ten onder door zondig handelen, niet zelf schuldig, maar daartoe door goden misleid of door een vloek op hun geslacht gedoemd. Vaak ook wordt zonde opgevat als een soort smetstof, waarvan men zich ter voorkoming van on-heil door reinigingsriten moet zuiveren. Een mooi voorbeeld van projectie vinden we in de ZONDEBOK. Dit was oorspronkelijk de benaming van een bok die tijdens de riten van de Grote Verzoendag (zie Jom Kippoer) door de hogepriester door handoplegging beladen werd met de zonden van het volk en dan de woestijn werd ingejaagd (Lev. 16:7-10). Deze bok was bestemd voor *Azazel, die men zich voorstelde als bewoner van de steppe. (luipaard) In de antieke cultuurwereld voltrok zich een verandering van het zondebesef door de wijsgerige accentuering van de menselijke vrijheid en het GEWETEN als oorsprong van zonde (Socrates, Plato). In het Oude Testament kreeg het zondebesef een sterke ethische strekking vanuit het verbondsgeloof. Zonde werd: 1> schuldige ONGEHOORZAAMHEID aan Gods liefdewet 2> HOOGMOED van mensen 3> en vooral ONTROUW aan het verbond. In het menselijk hart ligt de oorsprong van onheil, niet bij God's liefde. Deze ethische interpretatie, die van zonde SCHULD maakt, is ook aanwezig in de grote religies van India en in de Islam. In de christelijke verkondiging verdiepte zich het besef van de zonde doordat zij werd gezien als een miskenning van Gods liefde en verscherpte zich het mysterie van de verhouding van persoonlijke schuld en de collectieve zondigheid van de mensheid. Hieruit ontstaat het begrip erfzonde, de gebruikelijke aanduiding van de zonde en schuld, die de mens door zijn mens-zijn met zich meedraagt. De antieke kerk spreekt veelal van de 'zonde van de oorsprong' en bedoelt ermee, dat het menselijk geslacht tegen meneer God in verzet is. De zonden die de mens, ook als gelovige, begaat, zijn de uitingen van deze toestand van OPSTAND en VERWORPENHEID: de mens is Adams medeplichtige. In het Bijbelboek Genesis wordt verhaald van de zondeval, de daad van ongehoorzaamheid en opstandigheid tegen een wandelende God, begaan door de eerste mensen. Verleid door de slang aten zij van de verboden vruchten van de Boom der kennis van goed en kwaad, waarna zij uit het Paradijs, de paradijse- lijke toestand (vgl. samadhi, de staat van verlichting), de hof van Eden verdreven werden. In het Oude Testament was de hof van Eden het gebied dat aan de mens werd toevertrouwd om het te onderhouden. Het woord is afkomstig van het Sumerische 'e-din', waarmee de bewoonbare steppen in tegenstelling tot de woestijn bedoeld worden (vgl. oase). Via de Grieke en Latijnse vertaling werd de tuin tot 'paradijs', verklaarbaar uit associatie met een Hebreeuws woord 'eden', dat LUST betekent. In die zin maakt Ezechiel melding van Eden (13:9, 16, 18) en spreekt Jezus Sirach van een gezegende lusthof (40:27). Ook bekend is de term 'De tuin der lusten'. In de latere rabbijnse literatuur krijgt de 'gan (= tuin) Eden' de betekenis van de toekomstige verblijfplaats der rechtvaardigen en uitverkorenen. In figuurlijke zin keert hij, die tot verlichting komt, naar deze paradij- selijke tuin terug. De leer van de erfzonde wordt in de bijbel niet systematisch ontwikkeld. Zij wordt wel aangeduid (bijv. Rom. 5); maar het woord erfzonde komt in de bijbel helemaal niet voor. Augustinus heeft in de strijd tegen het *pelagianisme het begrip 'erfzonde' wel zodanig ontwikkeld, dat de mens door Adam in de dood raakt en tot de zgn. 'massa peccatrix', de chaos van een zondig bestaan vervalt. Tegenwoordig heeft men de neiging het woord erfzonde te vervangen door 'oerzonde', o.a. om de verbondenheid van de algemene zonde en persoonlijke verantwoordelijkheid wat beter tot uitdrukking te brengen. In de christelijke traditie bleef vooral centraal het probleem van zonde en vrijheid, de vervlochtenheid van vrijheid en onvrijmakende factoren in de zondige beslissingen en de onderscheiden zwaarte van zondige gedragingen en houdingen. De RK moraal spreekt van: 1> 'dagelijkse zonde', waarbij de oriëntatie op God's liefde verzwakt, maar niet verbroken wordt (zonde in analoge zin) 2> 'doodzonde', waarbij de oriëntatie op God's liefde wel verbroken wordt 3> 'zonde ten dode', als een beslissende voltooiing van deze levensoriëntatie. Van de moderne wijsbegeerte en gedragswetenschappen, alsmede de op gang komende dialoog met andere religies en levensbeschouwingen, gaan sterke impulsen uit tot HERBEZINNING omtrent de fundamentele vragen die samenhangen met - het mysterie van - het kwaad. --------------------------------------------------------------------- 6 De geest in een fles, vs psychologie --------------------------------------------------------------------- Door mijzelf af te scheiden, als afzonderlijke eenheid te beschouwen, betaal ik de hoge prijs die 'existentiële eenzaamheid' wordt genoemd. Door te hechten aan een zelfbeeld, te geloven in een eigen 'unieke' persoon- lijkheid, ontstaat als tegenpool het verlangen om me (weer) te verenigen met iets of iemand BUITEN mijzelf; wat niet nodig was geweest als ik mij 'in den beginne' niet van dat andere had af-gescheiden [afge-ZONDE-rd]. Ziehier de cyclische polariteit van aantrekking en afstoting. De afscheiding wordt vooreerst wrs. voornamelijk ervaren op lichamelijk nivo: door de grenzen van mijn fysieke lichaam lijk ik-zelf begrensd, afgezonderd van andere fysieke lichamen en objecten. Dit beeld kan echter op illusie berusten, louter opgebouwd zijn door mijn beperkte mogelijkheden tot eenheidsbeleving resp. tot de zintuiglijke ervaring daarvan, inz. via de ogen. Mijn geest LIJKT dan een zelfstandige vonk te zijn in een stoffelijk omhulsel, met een eigen motoriek en ritme. De mens lijkt zo op de geest in een fles, waarbij de fles hier een lichaam van vlees en bloed is. Is het niet mogelijk om de stop van de fles te halen en er als 'geesteswezen' eruit te komen? Is dit niet, wat gebeurt bij dromen, uittreden, astraal reizen, sterven? De psychologie beschouwt het Ego als dat aspect van de persoonlijkheid, dat als functie heeft: zich aanpassen aan 'de realiteit' = de materiële werkelijkheid, dat wat met de zintuigen waarneembaar is. Tot het Ego worden dan tevens gerekend: 1 de waarneming = zintuigen; 2 de motoriek (drang tot beweging); 3 het actueel bewuste; 4 het disponibele voorbewuste [zie Be- wustzijn]. In de yogaleer ziet men vijf fundamentele aandoeningen verbonden met de vijf zintuigen: (aangevuld dan met ons Westerse 6e zintuig, lét op:) zintuig voertuig aandoening gevolgen --------------------------------------------------------------------- 1.ogen visuele prikkeling ijdelheid sexuele aandoening 2.oren orale prikkeling woede vechtpartij 3.neus geur prikkeling gehechtheid verslaving 4.tong smaak prikkeling verlangens roddel 5.huid gevoels prikkeling eigendunk ijdelheid 6.evenwicht snelheidssensatie zonder remmen laat gewonde op straat achter Egoisme als ikzucht of zelfzucht wordt veroordeeld. Egocentriciteit is: de neiging om alles op zichzelf te betrekken. Egoisme kan wordt omschreven als: het streven naar eigen voordeel en geluk, ongeacht de belangen en het geluk van anderen. In het klassieke denken wordt egoisme de grondslag van alle stréven genoemd. Bij Augustinus is het het grondbeginsel van de aardse staat. Voor Kant is het het alle echte moraliteit ondermijnende 'Radikal-Bose'in de mens. En Comte onderscheidt naast en tegenover het egoisme, het altruïsme als een oorspronkelijke drijfveer in de mens. De christelijke ethiek zoekt de onbaatzuchtige liefde als antwoord op de scheppende liefde van God, die gericht is op een toestand waarin Hij: Alles-in-allen is (1 Kor. 15:28). In de daardoor mogelijk geworden liefde tot God, die het eigen Ik overstijgt en waarmee de liefde tot de naaste onscheidbaar verbonden is, kan de ban van de zelfliefde doorbroken worden en de zelfverloochening tot een zedelijke waarde worden (Matt. 16:24 - Marc. 8:34 e.v.) Het ego is een valse gids, een diktator die het streven naar verlichting = het opheffen van alle lijden, dwarsboomt. Verlichting betekent opklaren, lichter worden, tot we 'als een engel kunnen vliegen' op de brandstof van ons voorstellingsvermogen! Voorbij de grenzen van zelf-identificatie, naar eenwording met het al. We moeten ons bevrijden van die dictator, die bezit van ons genomen heeft en waar we 'bezeten' van zijn. --------------------------------------------------------------------- 7 De geboorte van het Ik --------------------------------------------------------------------- Het Ik is een geconditioneerde reflex, een aangeleerde gewoonte. Toen mijn lichaam geboren werd, had het geen ik-bewustzijn. Wat er al aan bewustzijn was, bestond louter op een instinctief vlak: de prikkels die het lichaam ontving en uitzond als signalen van honger en dorst, koude en warmte, droogte of vochtigheid en andere fysiek waarneembare tegenstellingen. Het grootste deel van de dagen werd slapend, dus zonder waak-bewustzijn, wellicht dromend, doorgebracht. Toen ik leerde praten, sprak ik eerst over mijzelf in de derde persoon, met mijn naam, de klank die ik associeerde met mijn wezentje. Dit was de eerste identificatie, zoals een huisdier naar zijn naam leert luisteren, de geconditioneerde reflex, mij aangeleerd door de macht van mijn ouders, die bepaalde hoe ik zou gaan heten. Weer een fase later wordt de derde persoon voor de eerste omgeruild: ik leer de associatie van het woord 'Ik' op mijzelf te betrekken. Een nieuwe fase is aangebroken. Het willen is de uitdrukking van MIJN begeerten geworden. Ik heb nu het onderscheid geleerd tussen wanneer een ander het woord Ik gebruikt en wanneer ik het zelf gebruik. Ik heb geleerd dat anderen mij via mijn naam mij aanspreken, of JIJ zeggen en dat mijn antwoord dan geformuleerd moet worden rondom het magische woordje: IK. De fase van het 'eigen willetje' is dan aangebroken. 'Ik wil - Ik wil niet'. Die twee uitdrukkingen gaan mijn leven volledig beheersen. De evolutie van huilen en krijsen naar eerste taalgebruik is voleindigd. Deze twee aan uitdrukkingen zullen de rest van mijn leven domineren - tenzij ik leer inzien dat ze de bron van alle leed blijken te zijn. Het ego is de kleingeestige tiran, die voor het eerst de kop opsteekt in het verwende kind, dat maar hoeft te krijsen, schreeuwen of huilen en mammie en pappie komen gedienstig aanrennen om zijn behoeften te bevredigen. Een klein kind, dat hulpeloos en afhankelijk is, kan niet anders; maar een volwassen mens is nu op zichzelf aangewezen! Een volwassene kan niet zelfstandig functioneren als hij geen dikke streep onder dit kinderlijke ego heeft gezet. Wat het listige, behoudzuchtige en verwende ego echter op allerlei slinkse manieren probeert, is om dit gemak- zuchtige patroontje uit zijn kindertijd voort te zetten, imiteren in de hoop dat anderen het voor lief zullen nemen. Het ego wil zich blijvend vastklampen aan een tijd die voorgoed voorbij is, die in dit leven nooit meer terug zal komen. Het is dit ego, dat zich nog steeds niet bij het onherroepelijke van de omwenteling van afhankelijk kind naar onafhankelijke volwassene heeft neergelegd. Het is dit ego, dat met meedogenloze vastberadenheid voor eens en voor altijd tot zijn ware proporties moet worden teruggedrongen en moet loslaten wat voorbij is, al moeten al zijn grijpgrage vingers worden afgehakt. Wat het ego zich eenmaal heeft toegeëigend wil het niet meer laten gaan: het strijdt in het geniep, op een onbewust, verborgen nivo, om zichzelf te handhaven. Het wil niet opgeven, wil niet veranderen, wil geen invloeden van buiten ondergaan die hem niet aanstaan of zwakker zouden maken. De egoist wil zichzelf niet overgeven aan de ander, is bang de touwtjes uit handen te geven, bang om zichzelf te verliezen. In zekere zin terecht: als hij zich overgeeft en schikt naar de ander, houdt hij op egoist te zijn! Er zit dus een zekere logica in, maar dan wel een van twijfelachtige morele waarde. Maar wat verliest hij eigenlijk die zichzelf opgeeft? Wat krijgt hij ervoor in de plaats? Wat is erop tegen om zich ik-loos aan de buiten-wereld over te geven, om zich aan te passen aan een groter geheel, compromissen te sluiten teneinde samen te bereiken wat op eigen houtje toch niets wordt? Wil je een einde maken aan het lijden dat je als egoist over jezelf afroept? Neem dan hier en nu het onwrikbare besluit om dit platgetreden, uitgesleten spoor van afgescheidenheid voorgoed te verlaten, in een alles transformerende koerswijziging: stem je wil louter en alleen af op het onpersoonlijke hogere zelf, de heilige Geest van God's liefde. Of Hij nu binnen of buiten je gelegen is, maakt in feite niet eens uit. Waar het om gaat, is dat God's liefde de enige ware, de enig betrouwbare, de enig werkelijk vervullende gids, raadsman, vertrouwenspersoon is. God's liefde openbaart zich in dat deel van het bewustzijn, dat zich niet druk maakt om het eigene, dat zonder grenzen te willen markeren, eenvoudigweg geen binnen of buiten kent, dat zich niet zo nodig in een bepaalde vorm hoeft te manifesteren, die geen strijd om zelfbehoud kent. Want het is dat deel dat eeuwig en onveranderlijk is, zich als Water of Lucht in elke vorm kan begeven zonder zelf ooit van aard of gedaante te veranderen; dat niet kan vermeerderen of verminderen, dat niet opgesloten kan blijven omdat het zich altijd een uitweg baant. GOD'S LIEFDE VINDEN BETEKENT: OPGEVEN VAN HET EGO [DEEL II] --------------------------------------------------------------------- Inhoud deel II --------------------------------------------------------------------- 8 Meditatie als de weg om het ego te verliezen 9 Leegte versus ego 10 De vijf verdedigingsstrategieen van het ego 11 Woede als verdediging van het ego <1> 12 Trots, hoogmoed, arrogantie als verdediging van het ego <2> 13 Analogie: het begrip eigendunk bij Castaneda --------------------------------------------------------------------- 8 Meditatie als weg om het ego te verliezen --------------------------------------------------------------------- Bij de Hindoes staat de ziel boven de geest. De ziel, het etherische of astrale lichaam, is de goddelijke vonk, de levenskracht, die het fysieke lichaam bezield. De geest is het krachtenveld daar tussenin, het causale lichaam. De meeste westerlingen zijn sinds de middeleeuwen, waarin God werd ver ruild voor de individualiteit, zijn toegekomen aan een toestand waarin de ziel geheel op de achtergrond is gedrongen en zij de slaaf zijn van hun geest of hun lichaam, of een combinatie van die twee. De ziel komt er bij hun besluiten niet meer aan te pas. Ben ook ik de slaaf van mijn geest? Het is mijn geest die me aanspoort van alles te gaan doen, die de ene gedachte na de andere formuleert, me geen moment rust gunt. Als het te stil wordt, zegt hij zich te vervelen. Hij wil beziggehouden worden, iets te doen hebben, steeds maar weer. En het mag liefst niet te eentonig zijn. Dan protesteert hij dat het te saai voor hem wordt. Hij is als een aapje dat rusteloos in een kooi rond springt, een hamster op een molen. In de meditatie concentreer je je op een enkele gedachte, op een enkel woord. Dat wordt dan eindeloos herhaald. De geest wordt beziggehouden, terwijl het lichaam in - liefst volmaakte - rust en stilstand blijft. Alle gedachten moeten teruggebracht worden tot een enkele. Ontspanning is de sleutel naar stille kennis, het domein van de ziel, die opwelt wanneer de geest tot rust gebracht is. De geest moet kalm en sereen zijn. De geest mag niet meer energie of aandacht opeisen dan strikt noodzakelijk is. Hetzelfde geldt voor het lichaam. Er is echter een inwendige saboteur, die je berooft van je gemoedsrust: het ego. Door zijn rusteloze zoeken verwordt de geest tot een woeste zee van gedachten, in een onophoudelijke beweging van en vloed. Terwijl het toch een kalm meer zou moeten zijn, met een glad oppervlak, zonder enige rimpeling, troebeling, beweging. Zo'n geest is de innerlijke heelmeester, die steeds opnieuw verjongt en vernieuwt. Het ego is de steen in de vijver, die steeds opnieuw, door zijn onbe- heerstheid, in het water valt. En dan weer herrijst als de Maan, als de duisternis valt, een hemellichaam dat met haar zwaartekracht de getijden van eb en vloed bepaalt. Het ego moet uitgeschakeld, krachteloos gemaakt worden; dat is de enige uitweg. Het ego maakt de mens neurotisch en vatbaar voor iedere denkbare vorm van lijden. De wilskracht moet gebruikt worden om dit zinloze brandpunt van actie ongedaan te maken. Het ego overwinnen is de grootste uitdaging. Werelds streven in welke vorm dan ook, is het werk van het ego. Dit is de oorzaak van de val van de mens uit het paradijs, de staat van verlichting van de geest. De aandacht op zichzelf richten, dat is de originele zonde, waar al het andere leed uit voortgekomen is. Het verlangen naar zintuiglijk genot, toont het ego als verleider en onruststoker. Hij wil voortdurend iets aangenaams zien, horen, voelen, proeven, ruiken. Hij vraagt niet, maar eist. Hij houdt niet van stilte, want in de stilte verliest hij zijn macht en bestaansrecht, verzet hij zich, vecht hij voor zijn behoud. Hij is een tiran, hij laat de teugels niet zomaar vieren. Hij gunt geest noch lichaam rust, wil zich niet onderwerpen aan het verzengende licht van de ziel. Liever houdt hij dit het hogere zelf gevangen door zijn drukdoenerij. Hij verduistert de innerlijke Zon, staat in de weg, is de ware wachter op de drempel. Zo zien we het ego als heer of tenminste dienaar van de duisternis, de Satan of duivel in ons, de tegenstander van God. Hij kan het licht niet verdragen, houdt het met al zijn macht tegen. Liever nog leeft hij in smart - en sleept de mens die hij bezit met zich mee, dan dat het goddelijk licht hem zijn rijk van duisternis voor eens en altijd afneemt. Hij begeert naar alles wat te- gengesteld is aan de goddelijke vonk, uit zelfbehoud en de - in wezen onper- soonlijke - geest is de dupe. De psychosomatische gevolgen uiten zich vroeg of laat ook op het fysieke vlak. Zo maakt de mens zichzelf ziek, neurotisch, depressief en sterft een voortijdige dood i.p.v. de ouderdom tot de kroon van zijn leven op weg naar verlichting te maken. De mens die via zijn wil leert om ondanks het ego toch de goddelijke vonk in zijn geest te laten stralen, zal in een schier permanente strijd gewikkeld zijn, tot het moment komt dat het goddelijk licht voor eens en voor altijd over dit - naar dan zal blijken, in wezen onbeduidende ego - zal zegevieren. Zo speelt de ware strijd tussen goed en kwaad zich IN de mens af en niet daarbuiten. --------------------------------------------------------------------- 9 Leegte versus ego --------------------------------------------------------------------- Het denken beweegt zich in vaste subject-objectpatronen, waardoor de ene gedachte tegen de andere wordt opgezet en er een Ik TEGENOVER 'de ander' of 'het andere' komt te staan. De mens begint dan als een ik-persoon te bestaan en belandt daardoor in een min of meer geestelijk isolement (de zgn. existentiele eenzaamheid van de ik-belever). Hieruit ontstaat alle menselijke ellende. Wie innerlijk vastzit aan zijn ego en eigenbelang, aan zijn eigen denkbeelden en projecties, zal ook uiterlijk - in zijn doen en laten in de wereld - dit ziektebeeld demonstreren. In yoga en meditatie worden alle geconditioneerde denkpatronen doorbroken, waardoor je inzicht krijgt in je eigen wezen. Er wordt a.h.w. een brug geslagen waar het denken een kloof heeft geschapen. Of juister: je komt tot het inzicht dat er (zonder ego) helemaal geen kloof BESTAAT. Tijdens de meditatie doorzie je je vaststaande begrippen en gedachten- constructies. Dan ontdek je de ware gedaante van je mentale projecties en klampt je er niet langer aan vast. Het Ik, dat gewoonlijk maat en middelpunt van alle doen en laten is, wordt ook ontmaskerd als een projectie, zijnde niet meer dan een constructie van je eigen geest. Een projectie die kon ontstaan doordat het denken, in zijn zoeken naar hou vast, een zgn. 'objectieve werkelijkheid' heeft gecomponeerd. Het Ik is daarvan dan de gefixeerde belever. --------------------------------------------------------------------- 10 De vijf verdedigingsstrategieën van het ego --------------------------------------------------------------------- De guru verdrijft de duisternis van de onwetendheid, om het licht van de kennis te bevrijden (Gu = duisternis, Ru = licht). Om dat ook werkelijk te kunnen doen, moet hij het karakter van de leerling kunnen doorgronden en ontdekken wat zijn grootste hindernissen zijn op de weg naar innerlijke vrijheid. Elke leerling heeft zijn eigen gedragspatronen en levensstijl ontwikkeld en heeft zijn eigen vorm van defensief gedrag om zijn Ik veilig te stellen, of zijn gevoel van onvolledigheid en onzekerheid te camoufleren en compenseren. {79} De wijze waarop de leerling zijn energie aanwendt om zijn ego te verde digen, is in het Tibetaanse systeem bepalend voor de vorm van meditatie- discipline waaraan hij zich moet onderwerpen. Er worden vijf belangrijke eigenschappen of vormen van defensief gedrag onderscheiden, die het karakter van de leerling uitdrukken en als springplank naar verlichting kunnen worden gebruikt. Deze eigenschappen bestaan uit verdedigingsstrategieen, ofwel de vormen van emotioneel gedrag waartoe men neigt, zodra de stabiliteit van het ego wordt aangetast en men zich door zijn omgeving bedreigd voelt. Dit zijn: woede, trots, begeerte, afgunst en geestelijke blindheid (= onwetendheid). Hiermee verbonden zijn vijf belangrijke factoren die een rol spelen bij het ontstaan en de handhaving van het ego. Deze factoren vormen de aspecten van onze empirische persoonlijkheid en worden de Skandhas genoemd. ************************************************************************ ego-verdediging aspect chakra associaties transformatie na (lager zelf) SKANDHA verlichting =================================================================== 1 woede vormen Anus +Oosten precisie; ------------------------------------------------------------------- 2 VAJRA RUPA Sexorg. Water scherp inzicht ------------------------------------------------------------------- 3 trots voelen Navel Zuiden gelijkmoedigheid; RATNA VEDANA Aarde een met alles ------------------------------------------------------------------- 4 begeerte perceptie Hart Westen mededogen PADMA SAMJNA Vuur ------------------------------------------------------------------- 5 afgunst conditie Keel Noorden praktisch; KARMA SAMSKARA Lucht trefzeker ------------------------------------------------------------------- 6 onwetendheid bewustzijn Voorhfd Midden verlichting ------------------------------------------------------------------- 7 TATHAGATA VIJNANA +Kruin Ether alwetendheid ************************************************************************ Dit schema wordt in volgende paragrafen besproken. --------------------------------------------------------------------- 11 Woede --------------------------------------------------------------------- verdedigingsmechanisme: Vajra symbool: diamanten scepter skandha: Rupa element: water chakras: wortel (anus) en geslachtsorgaan Boeddha: Akshobhya Woede, hoewel duister en agressief, heeft een aantal schitterende mogelijkhe- den in zich. Door woede wordt in de kortst mogelijke tijd een ontzaglijke hoeveelheid energie gemobiliseerd. Je woede op iets of iemand richten betekent je zelf direct met iets of iemand confronteren. Deze aaval is zo direct, dat sprake is van een bijzondere vorm van wakker-zijn. Woede bevat dus een element van helderheid en nauwkeurigheid, ook al is de aanleiding misschien triviaal en de manier van uiting verwerpelijk. In deze explosie kan de vrijgemaakte energie trefzeker gericht worden. Woede maakt lichaam en geest 'gevechtsklaar' en dwingt daardoor tot een perfecte coordinatie van allerlei geestelijke en lichamelijke functies, tot een vorm van heel direct en frontaal functioneren. Afgezien van de noodzaak, woedend zijn betekent jezelf bruusk en direct verdedigen. Het vereist het met grote nauwkeurigheid ontleden en onderzoeken van de ander om diens sterke en zwakke plekken te vinden. Daarmee kunnen de eigen verdedigende aanvallen dan met pijnlijke trefzekerheid worden uitge- voerd. Vajra laat geen enkel verborgen plekje ononderzocht. Woede kan dus een aspect van - latente - wijsheid in zich hebben. Wie tot verlichting komt en de positieve kwaliteiten achter woede herkent, realiseert zich dat de energie die bij woede vrijkomt, getransformeerd kan worden in openheid en precisie. Zodra het ego zijn greep verloren heeft en de energie niet langer gebonden is, breekt dit inzicht spontaan door. Deze energie, bevrijd van het ego, openbaart zich als transcedente kracht. Inzicht betekent dan: 'de dingen zien door ze te zijn'. Door de alles-doordringende kracht van woede en verbolgenheid te transcenderen, slaag je erin je conditioneringen te door- breken en door te dringen tot de diepten van je eigen geest. Met dezelfde precisie waarmee je eerst op het alledaagse vlak ontleedde en onderzocht, kan je nu je ware natuur ontdekken. Troebel water symboliseert hier het afwerende en agressieve van de woede. Helder water doet denken aan de precisie, aan het scherpe en zuivere reflectieve vermogen van de wijsheid van de Boeddha Akshobhya, die met de onpartijdigheid van een spiegel het wezenlijke van alles weerspiegeld, zonder beinvloed te worden door de beelden die hij weerkaatst. In de yoga-visie is boosheid of toorn alleen toegestaan als het onpersoonlijk gebruikt wordt, in onpartijdige zin, met het oog op het bewaren van het welzijn van een kind of leerling, die iets verkeerds doet uit onwetendheid. Ook morele verontwaardiging kan zijn nut hebben. Gerechtvaardigde boosheid uit pedagogische, ethische of morele motieven kan men vergelijken met de werkwijze van een pottenbakker: met de ene hand houdt hij de pot liefdevol aan de binnenkant vast, terwijl hij met de andere hand kloppend, de buitenkant de gewenste vorm geeft. Boosheid kan dus goed zijn, mits onbaat- zuchtig gebruikt. Is het ego de aanstoker van woede, dan wordt kracht misbruikt en het zenuwstelsel aangetast; de persoon wordt week en overgevoelig en dikwijls koppig, agressief en onverdraagzaam. Dan wordt positieve energie verspild zonder heroplading; aldus wordt negatieve emotie in een ongezonde overmaat opgeslagen. Voedsel, als bron van energie, kan een regulerende invloed hebben op deze driften. Yogis kiezen o.m. voor vegetarische voeding, omdat ze weten dat de meeste planten, in tegenstelling tot vlees, kalmerend werken. Plantaardig voedsel dat via de spijsvertering wordt omgezet in energie, stroomt via het bloed door het gehele lichaam stroomt en wekt gevoelens van vrede en geluk opwekt (Sattva). Om planten te eten hoe ven ze bovendien niet gedood te worden, inz. als men zich beperkt tot de cyclische vruchten en zaden. Vlees wordt echter verkregen door het plegen van geweld en het doden van die- ren; hun lijden en dierlijke geaardheid gaan over in hun vlees en komen daardoor ook in de bloedstroom van de eter, waar ze gevoelens van geweld, angst, vrees etc. verwekken. Vlees verzuurt het bloed en dus ook de geest. Ook vegetariers kunnen boos worden, maar zij beschikken over een goede bloe- dcirculatie die gemakkelijk onzuiverheden kan wegwerken. Planteneters zijn over het algemeen geduldig, vredelievend, verdraagzaam en beschikken over veel uithoudingsvermogen (vgl. olifant, koe, paard); vleeseters zijn zenuwachtig, grillig, gevaarlijk, onbetrouwbaar en raken snel vermoeid (hond, kat, tijger, leeuw). Rupa Skandha is werkzaam bij dit verdedigingsmechanisme en omvat het Vorm- principe. De wereld van de vormen wordt geschapen in de geest. Bij de geboorte in deze wereld bevriest de ruimtelijkheid van de de ervaringswereld als het ware en wordt deze als iets tastbaars beleefd. Daardoor gaat het 'oerinzicht', de oorspronkelijke staat van niet-dualistisch weten, verloren. Sommige Tibetaanse lama's die zich verdiepten in de christelijke symboliek, vergelijken dit 'oer-inzicht' met de beleving van de paradijselijke toestand, die verloren ging toen van de 'boom des onderscheids' werd gegeten. Onze geest vormt de elementen, waartoe de 'wereld der verschijnselen' te herleiden is, om tot beelden. Deze beelden worden als werkelijk ervaren, omdat men vergeten is dat zij slechts aangeleerde produkten van de ver- beelding zijn. Daarmee hebben we de oorspronkelijke leegte, tot vorm gemaakt. Ook het zelfbeeld ontstaat op deze wijze. Het Ik ervaart zichzelf als de belever van de werkelijkheid, maar is zich er niet bewust dat we als totale mens zelf ook tot deze werkelijkheid behoren, er een mee Het zelfbeeld dat we vanaf onze geboorte geleidelijk aan opbouwen, leidt onvermijdelijk tot de scheiding van de binnen- en buitenwereld en daarmee tot vervreemding en isolatie. Hiermee wordt de kiem voor de zgn. 'existentiele' eenzaamheid gelegd. De eenheid maakt plaats voor onder-scheiding. Het beeld dat we van onszelf hebben kan echter nooit aan de werkelijkheid beantwoorden, omdat het niet meer dan een interpretatie van de werkelijkheid is (vgl. CC, Reis naar Ixtlan). Het zal nooit op passende wijze uitdrukking kunnen geven aan het wezenlijke van ons mens-zijn, omdat elke voorstelling ervan een fixatie is. Het ik is als een ui, opgebouwd uit schillen, lagen en rokken, hoe meer je ervan afpelt, hoe minder ervan overblijft (vgl. v.d. Wetering, Het Dagende niets/De lege spiegel). In de mens is geen enkel element, mentaal noch fysiek, aan te wijzen, dat niet voortdurend aan verandering onderhevig is. Het vorm-bewustzijn ontneemt de mogelijkheid, de onverbrekelijke eenheid van het leven en het open, beweeglijke en veranderlijke karakter van alle fenomenen te ervaren. Doordat we niet in staat zijn deze vormen, die het produkt zijn van de verbeeldingskracht, te doorzien als projecties van onze eigen geest, krijgen ze vat op ons en gaan een eigen leven leiden. Wij zijn daardoor niet meer in staat de realiteit te beleven zoals zij IS, of zoals zij door verlichting 'gezien' kan worden. We reageren alleen nog maar op onze eigen projecties. Als zodanig 'ontkennen' we datgene wat werkelijk is, datgene wat we werkelijk zijn. Zo functioneren de vormen in onze ervaringswereld als ontkenningsvormen. Vorm is leegte en leegte is vorm. Als we onze projecties te serieus nemen en ons vastklampen aan de vormen, dan zijn deze evenzovele obstakels op de weg naar verlichting. ------------------------------------------------------------------------12 Trots, hoogmoed, arrogantie ------------------------------------------------------------------------ verdedigingsmechanisme: Ratna symbool: juweel skandha: Vedana Element: aarde Chakra: Navel (Hara) Boeddha: Ratnasambhava Ratna-energie uit zich op alledaags vlak als trots of arrogantie. Het ego is bang om zich te laten gaan en zoekt voortdurend zekerheid en houvast. Hij is bang voor zijn eigen niet-substantieel zijn en verbergt zich uit angst voor mislukking in een verschanste burcht of ivoren toren van hoogmoed. In ontwaakte staat blijft AARDE tastbaar en solide, terwijl er geen angst meer is om de vaste grond onder de voeten te verliezen. De houding is open en waardig. Als het arrogante karakter van de trots wordt veredeld en getransformeerd, neigt het naar een onwankelbare houding en moreel hoogstaand gedrag. Als je tot verlichting komt (c.q. de kundalini-kracht op de navel-chakra richt) openbaart zich de fundamentele 'onuitputtelijke rijkdom' waarmee elk mens geboren wordt. Door dit transcedente inzicht van het ego bevrijd, verandert trots spontaan in een houding van gelijkmoedigheid, in de wijsheid van het essentieel gelijk-zijn in het een-zijn met al wat leeft. Deze wijs- heid ziet alle levenssituaties, of ze nu prettig of on- aangenaam genoemd worden, als versieringen of 'uiterlijke franje' van het fundamentele zijn. Vedana, de skandha die bij Ratna hoort, omvat het VOELEN. In de hoogmoed of eigendunk VOELT het ego zich meer dan het is; en aangezien het niets is - als je je niets verbeeld, dan ben je niets - voelt het ego zich per definitie altijd meer dan het is! Voelen heeft hier speciaal de betekenis van: ondervinden. 'Ondervinding is de beste leermeester'. Deze skandha houdt het gevormde zelfbeeld perfect overeind en beschermt het door invloed uit te oefenen op wat je voelt. Het ego weet onze gevoelens zodanig te manipuleren, dat de totaalindruk van een situatie wordt beperkt tot een fragmentarische, persoonlijke indruk die meehelpt het ego te handhaven (nl. als iets dat in relatie tot iets anders bestaat). Hierdoor wordt het onmogelijk onze ware natuur, die ons in elke vezel met de ander verbindt en waarin we een zijn met de totaliteit van het leven, te verwezenlijken. Door deze dualistische denkwijze lukt het niet om in de 'wereld van verschijnselen' dingen te onder-scheiden zonder ze van elkaar te scheiden. Het denken beweegt zich in vaste patronen waarin object en subject tegenover elkaar worden gezet, waardoor de ene gedachte tegenover de andere komt te staan en als resultante daarvan het Ik tegenover een ander/ het andere. Juist door dit onderscheid te maken - als jij een andere mening hebt dan ik, dan moet jij anders zijn, kunnen wij niet gelijk of een zijn, is de redenatietrant - zijn wij, als wezens in een eigen lichaam met een ego, dat bij botsingen op zichzelf teruggeworpen wordt, onze huid gaan ervaren als een scheidingswand, een fysieke grens tussen een binnen- en buitenwereld. Vanaf een bepaald moment, maar meestal door on-enigheid, eigen-wijsheid, is er een - gevoelsmatige - kloof ontstaan tussen onszelf en onze omgeving. We denken daardoor IN de wereld te leven en beseffen niet (langer) dat we er deel van zijn. Twee wegen staan nu open: de kloof kan steeds breder en dieper worden (individuatie, deviantie) of men gaat op zoek naar manieren om die kloof weer te dichten, de put te dempen, liefst voor het kalf verdronken is. Dit noemt men dan tot inkeer komen, zijn dwalingen inzien, terugkeren als de verloren zoon etcetera. Het ego maakt voorts, dat we bang zijn onszelf in de ander of in een ongrijpbaar niets te verliezen en dan proberen we deze kloof te handhaven. In zekere zin is het sinds de vroege jeugd expanderende ego, de eigen wil, die kloof zelf! Tegelijk trachten we tegen elke prijs te voorkomen dat de relatie ik-ander = de scheidingsmuur, doorbroken wordt. Maar ook willen we de relatie niet geheel ver-breken en hieruit worden de meeste neuroses geboren. Het tegenstrijdige is echter, dat de momenten waarop we deze kloof - en meestal is dat slechts heel even maar - overbruggen en we wezenlijk contact met een ander of met onze omgeving hebben, tot de piekervaringen in ons leven behoren! Het moment van de overbrugging, de toestand waarin het contact zo intief is dat de kloof is opgeheven en we een zijn met de ander of het andere, is de toestand van yoga (vereniging). Dergelijke ervaringen doen zich gewoonlijk maar zeer incidenteel voor; ze komen spontaan, op een moment van ego-loze ontvankelijkheid. Zolang we echter bang zijn onszelf te verliezen en angst hebben voor ego- loosheid, zullen we proberen onze gedachten en gevoelens zodanig te manipuleren dat ze onze ideeen en projecties bevestigen en de stabiliteit van het ego garanderen. We hebben een gesloten vershijning van onszelf gemaakt en zijn daardoor min of meer 'lifeproof' geworden. We worden voortdurend in beslag genomen door allerlei gedachten die de aandacht afleiden van onze angst voor eenzaamheid. Door niet toe te laten dat er een innerlijke rust en stilte ontstaat, voorkomen we dat het proces van gedachtenprojectie stopt en plaatsmaakt voor directe intuitieve waarneming. Daarmee voorkomen we dat het 'ik' ontmaskerd wordt als een projectie, een illusie. Zelfs als we het ego willen bestrijden, betekent dit in feite niets anders dan dat we onze projecties te serieus nemen en doen alsof het Ik meeer is dan een illusie. Juist daaraan dankt het zijn bestaan! Doordat het proces van intellectuele interpretatie en gedachtenprojectie zonder onderbreking wordt voortgezet, communiceren we alleen nog maar met onze eigen projecties en niet met dat wat is. Daardoor komt er een karmische kettingreactie op gang. Het karma is afhankelijk van het denken in tegenstellingen. Karmisch belaste handelingen zijn handelingen op het relatieve nivo, waar 'dit' in relatie tot 'dat' bestaat en oorzaak en gevolg onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Om onszelf ervoor te behoeden dat onze 'zekerheden' en compensaties worden ontmaskerd en de betrouwbaarheid van het ik-beeld wordt aangetast, voelen we voortdurend of de situatie waarin we ons bevinden, veilig, bedreigend of neutraal is. YOGA over trots, hoogmoed, eigendunk, eigenwaan, egoisme (geassocieerd zintuig: de huid): Hoogmoed komt voort uit de gehechtheid aan het ego of lagere zelf. Het maakt bijv. dat je je vernederd, beledigd of gekrenkt voelt, en is daarom een bron van lijden, die met wortel en al moet worden uitgeroeid. Hoe dichter je bij het goddelijke komt, hoe meer je bevrijd raakt van hoogmoed en ego; hoe meer je afzakt naar het profane, hoe meer je door hoogmoed wordt overweldigd. De hoogmoedige kent geen zelfverloochening, geen zuiverheid, geen goed gedrag of waarheid; alles wordt hervormd en misvormd ter voldoening van het ego. Verlangens zijn dan onverzadigbaar; hij kan niet lang van iets genieten. Hij is vervuld van hypocrisie en arrogantie. Hij blijft zich vastklampen aan verkeerde gedachten, terwijl zijn daden ontstaan uit valse beslissingen. Hij wordt gekweld door ontelbare zorgen, die pas ophouden bij zijn dood. Zijn hoogste levensdoel is: het vervullen van zijn eigen verlangens, waarbij hij ZIJN kennen en weten als de enige waarheid ziet. Ondertussen maakt hij zichzelf echter tot SLAAF van duizenden verlangens, terwijl ieder verlangen een eigen zorg met zich meebrengt. Bovendien geeft hij zich over aan wellust en toorn. De hoogmoedige streeft ernaar, op de onrechtvaardigste manier de rijkdom van liefst de gehele wereld in handen te krijgen, om maar zijn eigen verlangens te kunnen bevredigen; maar 'hoogmoed komt voor de val'. Vroeg of laat zal hij de prijs voor zijn zwelgerij moeten betalen, allereerst in de vorm van het verlies van zijn gemoedsrust en spiritualiteit. Trots en hoogmoed leiden tot allerlei vormen van roes en verblinding. Een leven in illusie kan slechts tot desillusie en ontgoocheling leiden. In de roes van rijkdom verlustigt men zich in zijn eigendommen, zijn bezit van land, geld, huizen, goederen en voelt zich trots op dit bezit: men identificeert zich hiermee en verliest zijn spiritualiteit uit het oog. Daarom zegt men dat rijkdom niet gelukkig maakt. Dit is waar, als zij niet gepaard gaat men een verlangen om die rijkdom tot heil van de mensheid aan te wenden. In de roes van een goede gezondheid verlustigt men zich in het eigen krachtige, mooie lichaam, de sex appeal en fysieke aantrekkingskracht die men uitoefent en voelt zich trots op dit bezit: men identificeert zich geheel met het lichaam en verliest de spiritualiteit uit het oog. Daarom zegt men dat schoonheid de duivel in vermomming is. Het is de duivel die verleidt, de mens verzoekt van het juiste pad af te dwalen. Een leven in ijdelheid is zinloos en verspild. In de roes van de macht die men over anderen kan uitoefenen identificeert men zich geheel met de machtspositie die men bekleedt, waar men buitengewoon trots op is, wat kan leiden tot ongebreidelde heerszucht, diktatuur en tirannie. Ook dit leidt tot het verlies van spiritualiteit. Daarom zegt men dat macht corrumpeert en dat het sterke benen moeten zijn, die de weelde kunnen dragen. [Bron: Murti, Dev - Yoga, zelfkennis door zelfdiscipline, Naarden, Strengholt 1985] --------------------------------------------------------------------- 13 Analogie: het begrip eigendunk bij Castaneda --------------------------------------------------------------------- In het nagualisme wordt een zoeker naar verlichting als krijger aangeduid. Heeft hij dit bereikt, dan wordt hij een ziener genoemd. Om zover te komen, moet de krijger zo doelmatig mogelijk met zijn persoonlijke energie omgaan. Hij leert dat EIGENDUNK zijn grootste energieverslinder is. Daarom moet hij ernaar streven, die energie vrij te maken en opnieuw te kanaliseren. Dit wordt 'onberispelijk energiegebruik' genoemd. De krijger moet dus zijn ego, zijn eigendunk en alle zelfzuchtig streven opgeven door onthechting te betrachten en zich los te maken van het beperkende zelfbeeld. Het manipuleren van de aandacht is de belangrijkste sleutel, via het tot zwijgen brengen van de 'innerlijke dialoog'. Dit is in wezen hetzelfde als de yoga- en meditatietechnieken. Eigendunk is het dictaat van het ego, de kleingeestige tiran die we van binnen als een last met ons meedragen en die we tevens in al onze soortgenoten ontmoeten. De meeste mensen worden niet alleen door hun eigen kleinzielige ego beheerst, maar ook nog eens door dat van anderen! Zo ontstaat de machtsstrijd tussen mensen en verwordt hun dagelijkse leven tot een grote aaneenschakeling van gevechten tussen hun ego's. Wat een enorme energieverspilling van energie, tussen mensen die zichzelf niet in bedwang hebben en daar ook niet van willen weten! Terecht, dat Juan Matus van 'onge- controleerde dwaasheid' spreekt! En terecht, dat christenen van (erf)zonde spreken. Zo wordt de kostbare levensenergie van de mens, die de kroon op de schepping van God moet zijn, verspild! Een engel kan vliegen omdat hij niet zwaar op de hand is: de perceptie krijgt vleugels wanneer zij de wet van de [innerlijke] zwaartekracht opheft. De zwaartekracht die wij in onszelf meedragen (vgl. het astrologische archetype Saturnus) is het gevolg van het gewicht dat we aan onszelf toekennen! Hoe gewichtiger we onszelf vinden, hoe zwaarder op de hand we zijn. We staan dan misschien wel met beide benen op de grond, maar de geest verheffen naar de hemel en opstijgen, de loden last achter ons laten, is er niet meer bij! Het is het ego dat een hoge dunk van zichzelf wil hebben, dat zichzelf hoog wil aanslaan, dat veel betekenis en belangrijkheid wil toekennen aan zichzelf. Het spreekt zichzelf onophoudelijk toe, als een grammofoonplaat: 'Ik hecht zeer veel belang aan mijn persoon. ik BEN iemand, een persoonlijkheid, een autoriteit'. Een krijger vecht niet langer tegen anderen, maar tegen de beperkingen in zichzelf. Dat is dan 'gecontroleerde dwaasheid', de dwaasheid van het ego wordt onder controle gebracht. Tot hij een ziener geworden is, leeft hij in een permanente staat van waakzame oorlog, 'besluipt hij zichzelf'. Zo bezien is het geen toeval dat ook Arjuna in de Bhagavad Gita als boogschutter ten strijde moet trekken tegen zijn eigen 'familie': alles wat hem aan de aardse staat vastbindt. Een krijger beseft dat het veel energie kost om het opgeklopte zelf- beeld in stand te houden - en waarom of voor wie eigenlijk? Hij door- ziet de verwaandheid: het eigendunkelijk, eigenmachtig, willekeurig (naar eigen dunken, naar goeddunken) willen optreden van een persoon die zijn eigen neigingen en aandriften niet onder controle heeft. Hij trekt ten strijde tegen het ego, tegen alle manifestaties van een geest die ongedisciplineerd is. Ego is, in deze zin, per definitie de uiting van een ongedisciplineerde geest. Het is de uiting van een onwetende, dwalende geest die zich vastklampt aan illusies. De eigen-waan is de waan dat er iets 'eigens' zou bestaan, dat anders is, los staat van de rest. De krijger leert om zich NIET met dit ego te identificeren. Hij weigert te luisteren naar de innerlijke stem van het ego: een constante ruis die alleen maar verwarring brengt doordat deze de stille kennis van het hoger Zelf op de achtergrond dringt tot je het contact ermee volledig verliest. Zelfbeheersing gaat niet samen met zelfmedelijden. Het is eigendunk dat tot zelfmedelijden leidt. Het ego spiegelt je voor dat je recht hebt op bepaalde dingen en als die je onthouden worden vindt je ego dat je het volste recht hebt om je boos en ontevreden te gedragen. Hier manifesteert zich de duivelse aard. Het brengt je ertoe jezelf te gaan beklagen: 'Waar heb ik dit aan ver- diend?', etc. Je gaat het anderen kwalijk nemen en komt in een neergaande spiraal van negatieve emoties die je welzijn aantast en tenslotte al je energie opslorpt. Eigendunk is de wortel van het kwaad. De remedie is om allereerst niet langer te hechten aan het krijgen van dingen; als je leert er niet om te geven, te leven met het idee dat je niets (van anderen) nodig of te verwachten hebt, zal het je worst wezen of je ergens recht op hebt of niet, of iets krijgt of niet. Als het je niet kan schelen wat anderen doen of zeggen, geven of voor zich houden, hoef je je dit niet aan te trekken of als een belediging op te vatten; zo maak je jezelf onkwetsbaar, hoef je niet boos of ontevreden te zijn. 'Je moet het gevoel ontwikkelen dat je niets nodig hebt.' Het equivalent van meditatie is voor de krijger het stopzetten van de in- nerlijke dialoog. Hij stopt met al dat onophoudelijk geleuter tegen zichzelf en stemt af op de stille, woordloze kennis van de (heilige) Geest = het hogere Zelf. 'De meeste mensen - die uitsluitend luisteren naar hun ego - zijn eigenwijs en staan dodelijk ernstig tegenover allerlei nonsens, waar een krijger geen snars om geeft. Ze nemen zichzelf zo ernstig, vinden zichzelf zo verdomd belangrijk in hun eigen ogen, dat ze slechts aandacht hebben voor zichzelf.' Zo maken ze zichzelf tot slachtoffer. Door aan het ego toe te geven, ver- liezen ze hun vermogen om objectief aandacht voor/contact met de wereld om hen heen te hebben en worden doof voor de stem van de stilte. Ze worden volledig in beslag genomen door al het vermeende 'onrecht' dat hun ego is 'aangedaan' door anderen. Zo geven ze hun geboorterecht om heel en gelukkig te zijn op voor een surrogaat, een schijnvertoning, een kortzichtige cyclus van behoeftenbevrediging, die het niet haalt bij het oorspronkelijke. Zo maken ze zichzelf ongelukkig en ontevreden, zonder ooit de oorzaak bij zichzelf te zoeken. Ze menen het volste recht te hebben zich overal aan te ergeren en verspillen hun kostbare tijd en energie. Ze straffen zichzelf met een onwaardig leven. Ze haken af en gaan er vandoor als iets niet naar HUN wens verloopt en blazen hoog van de toren, zonder ooit het lef op te brengen om de schuld bij zichzelf te zoeken. Ze verkeren in de waan dat ze karakter bezitten, maar in werkelijkheid zijn ze zwak en eigenwijs: ze gaan er vandoor om- dat ze te zwak zijn om een situatie naar hun hand te zetten! Wie zo'n buitensporig belang aan zichzelf hecht, zal in zijn leven nooit iets tot een goed einde brengen. En omgekeerd: wie nooit iets tot een goed einde brengt, hecht teveel belang aan de voorbijgaande stemmingen van zijn ego. Zijn zogenaamde 'belangrijkheid' is zijn grootste hinderpaal. I.p.v. de strijd met zijn ongedisciplineerde geest aan te binden, projecteert hij de oorzaak op iets buiten hem, geeft iets of iemand buiten hem de schuld. Dit is het verdedigingsmechanisme van het ego. De weg van de krijger leert: laat je eigendunk voor wat het is. Zet een dikke streep onder je verleden. Vergeet alles wat eerder gebeurde. Zonder verleden maakt het niet uit wie je 'vroeger' was, hoe 'belangrijk' je toen was, of wat 'anderen je aandeden'. Neem het Hier & Nu als vertrekpunt. Verklaar dat vanaf nu niets en niemand je nog kan raken. Trek je niets aan van anderen; wens niets hen. Zoek niet langer naar iets of iemand om je aan vast te klampen, maar richt je blik naar binnen. Haal de naald van de grammofoonplaat, gooi de plaat weg en luister naar de weldadige stilte die ontstaat. In die innerlijke rust en stilte doet niets er iets toe, is het een niet belangrijker dan het andere. Beschouw jezelf als gelijkwaardig aan alles om je heen; niet beter, niet slechter, niet wezenlijk anders dan wat ook. In de innerlijke rust en stilte ben je gelijk aan de planten, de dieren, de sterren, een zandkorrel; aan de essentie van ieder ander mens, jong of oud, rijk of arm, man of vrouw, begaafd of achterlijk! Zonder verleden ben je de de som van alles. In je gelijkheid aan alles - ben je een met alles - BEN je alles. Door jezelf op te geven, niet langer naar definities te zoeken, wordt je alles in alles. Door de innerlijke radio uit te zetten, het geobsedeerd luisteren ernaar op te geven, verdwijnen gescheidenheid en eenzaamheid om plaats te maken voor de onmiddellijke vereniging met de aarde en alles daarop en daarbuiten, door er direct, zonder eigen stem, mee in contact te treden. 'Ruisloze' overgave is de sleutel. Het Zelf is bovenpersoonlijk, boven al het gewoel staande, dat deel van de geest dat voor altijd op het oneindige is gericht. Al wat je in dit licht verliest is een feilbaar, zelfzuchtig, eigenzinnig dwalend ego dat zich tegen verlichting verzet, louter en alleen uit angst zichzelf te verliezen. Het ego is de rem, de muur die alles tegenhoudt. Sloop die muur, ga hem meedogenloos te lijf, ram hem en beuk erop met al je - onpersoonlijke - (meditatie)kracht. Bevrijd jezelf uit deze kerker, stopt al dat malen en blaten van de lawaaipapagaai. Synchroniseer je geest op het ritme van je rustige, diepe in- en uitademing, in de harmonie van een oneindige oceaan die voor altijd haar golven naar het strand voert en loslaat in de branding. Hergroepeer je energie en centreert je bewustzijn rond dit bovenpersoonlijke zelf en richt in de omgang met andere wezens je aandacht louter en alleen op het bovenpersoonlijke zelf van wie of wat er ook om hem heen is. Maak aldus het andere tot spiegel om je ware zelf te zien en in je Zelf de ander/het andere te zien. Dan verdwijnt alle - zogenaamd existentiele - eenzaamheid. Wie zich spiegelt in een boom, een plant, een rots - de lijst is oneindig - kan niet alleen zijn. Voelen en beseffen dat je gelijk bent aan al het andere, is eenworden met dat andere. Alles, iedereen is op weg van de duisternis naar het licht, van het aan vormen gebonden ego naar het vrije, vormloze, hogere Zelf! Door opnieuw onbevangen oog en oor te krijgen voor het onpersoonlijke zelf = de geest of ziel van de dingen en mensen om je heen, niet afge leid door innerlijke ruis, zie je alles met nieuwe ogen; hoor je pas goed wat het Al je te vertellen heeft [IV-294]. GOD'S LIEFDE VINDEN BETEKENT: OPGEVEN VAN HET EGO [DEEL III] --------------------------------------------------------------------- Inhoud deel III --------------------------------------------------------------------- 14 Besef van eigen onwetendheid geneest eigendunk en arrogantie 15 Hartstocht-begeerte-bezitsdrang als verdediging van het ego 16 Begeerte uitgelegd volgens het hindoeisme 17 Samskaras en gehechtheid aan begeerten 18 Liefde is vaak niet meer dan zelfzucht en begeerte --------------------------------------------------------------------- 14 Besef van eigen onwetendheid geneest eigendunk en arrogantie --------------------------------------------------------------------- Ware wijsheid komt pas, wanneer je begint te beseffen hoe onwetend je in werkelijkheid bent. Over hoeveel parate kennis je op een bepaald terrein ook mag beschikken, je kan niet alles weten. Een grote geest als Einstein zei: 'Hoe meer ik weet, hoe meer ik begrijp, hoe weinig ik nog maar weet'. Dat is de bescheidenheid van de wijze en een ware wetenschapper schaamt er zich nooit voor om toe te geven dat over een bepaald verschijnsel nog lang niet alle feiten bekend of bewezen zijn. Waarom zou jij dan wel doen alsof? Waarom zou jij je beperkingen niet mogen hebben? Besef dat erkenning van onwetend- heid de gezonde tegenhanger van eigendunk en arrogantie is. Volgens de makrobiotische leer is arrogantie is het laatste stadium van de spiraal, waarin mensen zichzelf - door hun verkeerde levenswijze - (dood)ziek maken. Deze begint bij algemene vermoeidheid en leidt dan via pijnen; ziekten of verzieking van het bloed; emotionele problemen; ziekten of verzieking van de organen; nervositeit (stress) tot de bekroning op het werk: arrogantie = eigenwaan. Arrogantie is zowel oorzaak als gevolf van elke bekende ziekte, elke bekende vorm van ellende, geweld en ongeluk op de wereld, individueel zowel als collectief. Om van de ziekte van de arrogantie te genezen, zijn enkele jaren tot onbepaalde tijd nodig, om terug te keren naar een juiste leefwijze. Wie 'fortuinlijk' is, krijgt een ongebruikelijke emotionele of spirituele stimulans, meestal via waarschuwende problemen of mislukkingen en dan kan ook acute genezing optreden. Het is vaak deze onmiddellijke genezing van arrogantie die een geest van nederigheid en bescheidenheid voortbrengt, die nodig is om de ommekeer te bewerkstelligen. Het herstelt bovendien de geest van waardering door de ontdekking van de eigen onwetendheid. Wanneer dit gebeurt, begint er een nieuw leven, waarin de leefwijze als vanzelf in harmonie is met de omgeving. --------------------------------------------------------------------- 15 Hartstocht-begeerte-bezitsdrang als verdediging van het ego --------------------------------------------------------------------- Symbool: Padma = lotus transcedente kracht: mededogen element: Vuur plaats in mandala: het westen zintuig: ogen chakra: hart Volgens het Tantrisme uit Padma-energie zich op het dagelijks vlak als hartstocht en begeerte. Als je karakter sterk door deze component hartstocht- begeerte-bezitsdrang gekleurd wordt (astrosymbool: Mars), wordt je denken en handelen bovenmatig beinvloed door onbewuste gevoelens. Je bent bang om tekort te schieten, onvolledig te zijn, iets te missen. Iets begeren betekent voor jou: een gevoel van onvolledigheid proberen te compenseren. Begeerte komt dan voort uit een instinctief verlangen naar eenheid en volkomenheid, een onbewust verlangen naar verlichting. Begeerte heeft iets dwangmatigs. Je wilt voortdurend eenworden met iets of iemand BUITEN jezelf, om een illusoir 'tekort' aan te vullen. Je wilt iets of iemand bezitten, aan je onderwerpen, tot verlengstuk van jezelf, d.w.z. van je ego maken. De bezitsdrang die in de begeerte schuilgaat, maakt de werkelijke eenwording echter onmogelijk. Als je ernaar verlangt om iets geestelijk of materieel te bezitten, raak je gefixeerd op dat object van begeerte. Daardoor verlies je de openheid die eenheidsbeleving mogelijk maakt. Je raakt verblind door je begeerte. Je wilt iets 'buiten jezelf' bezitten om er een mee te worden, terwijl je er in essentie al een mee bent! Hierin schuilt de dwaling en dwaasheid. Hoe hardnekkiger je pogingen, hoe verder je van je doel verwijderd raakt! Door begeerte zie je alleen bepaalde onderdelen van het geheel, die je vervolgens tracht te 'veroveren'. Terwijl inzicht je de ogen opent dat je deel uitmaakt van het geheel. Als je de totaliteit van je eigen wezen (vgl. CC) bewust ervaart, wordt elke compensatie en verovering overbodig. Je bent volmaakt zoals je bent! De Padma-mens voelt zich incompleet tegenover iets of iemand die in volle omvang tegenover hem staat. De verhouding lijkt ongelijk en daarom voelt hij zich bedreigd. Om aan deze dreiging een einde te maken, probeert hij het ver- schil, het anders-zijn van de ander of het andere, te vernietigen. Begeerte kan dus een bijzonder agressief verdedigingsmechanisme zijn. Achter het hebzuchtige karakter van begeerte schuilt echter een aantal schitterende mogelijkheden. Begeerte bezit het vermogen, de dingen nauwkeurig van elkaar te onderscheiden en er haarscherp de bijzonderheden van te kunnen zien. Om het object van begeerte te kunnen veroveren, moet men ermee communiceren. Communicatie verruimt onze kijk en legt de grondslag voor de ontwikkeling van respect en waardering voor de ander/het andere. Begeerte is het VUUR, het brandende verlangen. Vuur heeft als eigenschap, dat het alles wat het ontmoet, grijpt en verteert. De Padma-geest pakt alles om zijn eigen puzzel compleet te krijgen. Vuur grijpt om zich heen en zoekt contact om zich te kunnen voeden. Begeerte, de verterende eigenschap van het brandende vuur, kan veranderen in de wijsheid van het verenigen of eenworden door contact. Bij verlichting worden hartstocht en begeerte getransformeerd tot mededogen. Dit wordt gesymboliseerd door de Boeddha Amitabha. Mededogen is een aspect onderscheidingsvermogen, waarin het maken van onderscheid plaatsvindt in het licht van de eenheid. Eenheid en onderscheid zijn dan polariteiten. De geestelijke blindheid, die het gevolg is van begeerte, wordt opgeheven zodra de leerling tot een psychische doorbraak komt en eenwordt met de verlichte Padma-energie. Dan openbaart zich de wijsheid van het onderscheidende bewustzijn, die met warmte en helderheid zowel de nauwe verbondenheid als het onderlinge verschil ziet van alles waarmee we in relatie staan. Met Padma verbonden is de Samjna Skandha, die de perceptie omvat: inz. het 'ontvangen' van waarnemingen. Dit waarnemen houdt niet verband met het ontvangen, coordineren en reageren op informatie (waarneming - in- terpretatie - respons. Als een bepaald gevoel de soliditeit van je ego aantast, voel je je bedreigd en ervaar je dit gevoelen als onaangenaam. Dat leidt tot antipathie: je neemt een afwijzende houding aan, zodat je ego onaangetast blijft. Wanneer je projecties echter bevestigd (lijken te) worden door wat je (denkt te) voelen, worden deze gevoelens als aangenaam ervaren en veroorzaken ze meestal verlangens en begeerten. Ook dan blijft je ego intact; het heeft zelfs een kans zich nog sterker te ontwikkelen. Je gevoelens worden door deze skandha gemanipuleerd. Daardoor weet je in elke situatie, welke strategie je moet gebruiken om die situatie meester te blijven. In casu: je weet je waarnemingen zodanig te vertalen, dat je existentiele angsten tot draagbare proporties worden teruggebracht. Als er een situatie ontstaat waarop het ego geen greep heeft, omdat je gedachten en gevoelens te sterk zijn, dan kunnen de angsten, die altijd verdrongen maar nooit verdwenen zijn, de overhand krijgen. Dan beland je in een geestelijke crisis. Een crisis ontstaat meestal als je iets voor het eerst in je leven meemaakt. Dan heb je nog niet geleerd hoe je zo'n situatie moet verwerken. Een sterfgeval bijvoorbeeld, een scheiding van een geliefde e.d. Maar ook wanneer het eigen sterven nadert, waarbij de angst voor absoluut zelfverlies de mens dikwijls volkomen panisch maakt. Als in de laatste momenten het kritieke ogenblik nadert, blijken de schijnbaar zo sterke compensaties slechts schijnzekerheden te zijn. Er zijn drie strategieen of reaktiemogelijkheden, gelegen binnen de wet van Aantrekking en Afstoting: *1 onverschilligheid (neutraal) *2 hartstocht (positief) *3 agressie (negatief). Gebruik hiervan hangt af van de wijze waarop binnengekomen informatie wordt verwerkt. De eerste reaktiemogelijkheid is: onverschilligheid, oftewel een 'neutrale' houding. Je reageert onverschillig, als je de indruk hebt dat een situatie pijnlijk voor je kan zijn. Je wilt jezelf beschermen tegen je eigen gevoeligheid of tegen de hardheid van het bestaan. Het is echter niet de gevoeligheid zelf die je kwetsbaar maakt, maar hoe je met je eigen ge- voeligheid omgaat, welke houding je er tegenover aanneemt. Het gaat niet om wat je meemaakt of overkomt, maar hoe je het verwerkt, interpreteert, de zaken op een rijtje zet. Het gevaar dat in een onverschillige houding schuilt is de neiging, jezelf levend te begraven: je stompt af, raakt je gevoeligheid kwijt. Als je niet tevreden bent met wat je bent of bezit, zoek je manieren om een gevoel van gemis te compenseren. De kans dat je ergens onverschillig tegenover staat, wordt dan bijzonder klein. Je zal gefascineerd door iets raken, hoe subtiel of haast onmerkbaar dan ook. Is de fascinatie voor iets positief, dan leidt dit tot Aantrekking of affectie. Er ontstaat een verlangen om dat iets - of die iemand - tot een verlengstuk van je ego te maken, binnen je 'wereldje' te halen, te bezitten, op te eten, er een mee te worden. Je klampt je eraan vast, omdat je je gevoel van onvolkomenheid ermee wilt compenseren. Het maakt niet uit of het materiele dingen betreft, theoretische kennis of personen van vlees en bloed. Zo leidt aantrekking tot gehechtheid. Is de fascinatie voor iets negatief, dan leidt dit tot Afstoting of agressie: woede, boosheid, toorn, destructieve neigingen. De reactie is vooral agressief in die zin, dat je steeds actiever wordt om je 'gemis' te compenseren, door alles en iedereen te bestrijden die ons streven daarnaar in de weg staat (denk hier eens aan een extreem geval als Hitler!). Iedereen die het object van begeerte af wil nemen, of die het ego of het object op welke wijze dan ook bedreigt, zal worden bestreden. Hoe meer bedreiging gevoeld wordt, hoe wanhopiger de reaktie. Naarmate de angst toeneemt, wordt ook de agressiviteit groter. --------------------------------------------------------------------- 16 Begeerte volgens het hindoeisme --------------------------------------------------------------------- Begeerte uit zich o.m. in wensen en verlangens [geassocieerd zintuig: de tong]. Sommige verlangens zijn opbouwend en goed, maar de meeste zijn slechts overbodige grillen. Je kan de SLAAF worden van je eigen wensen en verlangens, of die van iemand anders en jezelf en je omgeving daarmee benadelen. Bijv. geluidsoverlast, doordat je het niet kunt laten om harde muziek op te zetten; stankoverlast, doordat je niet kunt stoppen met roken; lastig vallen van andere mensen omdat je teveel alcohol drinkt; andere mensen ongezond voedsel opdringen als excuus om het zelf ook te kunnen eten. Sommige mensen zitten geheel gevangen in een spiraal van wensen en ver- langens: zodra ze het gewenste hebben, verlangen ze weer naar iets anders. Ze zijn onverzadigbaar en daardoor ongelukkig; ze kunnen zichzelf geen halt toe roepen en niet werkelijk genieten van iets nieuws. Streven naar zelfbeheersing, betekent dat je je bewust beperkt tot die behoeften die noodzakelijk zijn voor je overleven en welzijn: *1 ruimte: 'een plaats onder de zon' om te leven en te rusten *2 lucht: zuurstof en prana om te kunnen leven *3 water om het leven te onderhouden *4 voedsel benodigd om de levenskracht van het lichaam te onderhouden *5 kleding en onderdak: beschutting en veiligheid *6 een inkomen groot genoeg om voor de familie te kunnen zorgen. Het meest verraderlijke verlangen is een verkeerde waardering van geld. Geld moet slechts middel zijn om te leven en geen doel op zichzelf. Als middel kan geld bijdragen tot de uitdrukking van creatieve kracht; als levensdoel vernietigt het de spiritualiteit. Mens min verlangens of wensen is God; God plus verlangens of wensen wordt Mens. Streef ernaar je verlangens zo onzelfzuchtig mogelijk te houden. Een andere vorm van begeerte en bezitsdrang is: gehechtheid, zich vastklampen aan mensen en objecten [geassocieerd zintuig: de neus]. Gehechtheid maakt je tot SLAAF van het materiele en is de belangrijkste oorzaak van lijden. Het staat nauw in verband met verlangens en wensen: bindt je vast aan gedachten, voorwerpen, tradities en levende wezens, ongeacht de noodzakelijkheid van die binding. Gehechtheid verzwakt de wilskracht (power); maar wilskracht kan gebruikt worden om gehechtheid te verbreken, door bewust te streven naar een levenswijze waarin je niets van anderen eist of nodig hebt. Gehechtheid maakt afhankelijk, bezitterig, veeleisend, egocentrisch en onverdraagzaam. In relaties is een zekere gehechtheid nodig, maar echte liefde verlangt niet naar de vrucht van haar daden. Echte liefde is onpartijdig en tevreden met het ronddelen van haar gedachten en gevoelens, steeds aangepast aan iedere nieuwe situatie. Om tot zelfrealisatie te komen, moet je iedere vorm van gehechtheid met wilskracht verbreken en je ervan bevrijden. Gehechtheid is het meest aanstootgevend. Zolang er gehechtheid is, zullen er ook andere ongewenste krachten zijn, zoals boosheid, frustratie, wellust en verlangen. Hiermee in verband staat ook de praktijk van Brahmacharya of (sexuele) onthouding. Een yogi onthoudt zich van sex en lust, zowel geestelijk als lichamelijk. Als zoeker naar Waarheid heeft hij al zijn lichaamskrachten nodig om zijn geest, zijn gedachtenwereld te stabiliseren. Niemand kan de Waarheid - God - vinden, wanneer hij niet al zijn ENERGIE tot eenpuntige ge- richtheid verzamelt. Hij weet van tevoren dat dit nodig is. Niemand is verplicht om yogi te worden, maar wie het wil worden, moet zich onthouden. De keus is aan de betrokkene zelf. Bepaalde oefeningen voor lichaam en geest en het dieet van de yogi zijn erop berekend om dit doel gemakkelijker te bereiken. Bovendien wordt hem aanbevolen op een eenzame plaats te wonen, waar de verleiding niet zo groot is. De sexuele drift dient slechts om het voortbestaan van de soort te waar- borgen. De meeste mensen zoeken sex omdat het een vorm van extase ver oorzaakt. In het orgasme wordt kortstondig de Kundalini opgewekt. Maar deze toestand is zeer kortstondig en voorbijgaand. Het zaad dient tot voort- planting en behoud van de soort. Het beste van de voortbrenger is erin geconcentreerd. Bij ophouden van het zaad wordt het opgelost in het lichaam en wekt het Ojas op, een hogere vorm van energie die de yogi spaart om tot zelfrealisatie te komen. De hoeveelheid energie in ons lichaam is voorts afhankelijk van de hoeveelheid Prana die we opnemen. De yogi ziet in iedere oudere vrouw zijn moeder, in iedere jongere vrouw zijn zuster en in ieder meisje zijn dochter. Doel van yoga is om stap voor stap verder te vergeestelijken, volledig spiritueel te worden. Door oefening en onthouding transformeert de sex-energie naar een hogere graad. Door gedachtekracht (zelfbeheersing) zet sex-energie zich om in mentale energie; door contemplatie zet mentale energie zich om in spirituele energie, de Ojas. Onthouding en beheersing van onnodige handelingen en onnodige gedachten, leidt tot aanzienlijke energiebesparing, die vrijkomt om te transcederen. Zonder Ojas geen verlichting. Geen mens kan leven zonder verlangens of begeerten, er zijn er eindeloos vele, maar zij hebben niet alle gelijke gevolgen. Wat ze gemeen hebben: elke begeerte is de oorzaak van leed. Begeerten kunnen verdeeld worden in drie soorten: instinctieve, impulsieve en goddelijke. Instinctieve begeerten worden opgewekt door zuiver lichamelijke gevoelens zoals honger en dorst. Ze zijn neutraal, niet goed en niet slecht, maar onvermijdbaar. Voor impulsieve begeerten moet je oppassen. Sommige zijn zo hevig, dat hun overvuld blijven je geest geheel uit evenwicht brengt. Je kan aan niets anders meer denken. De obsessie die daaruit ontstaat ontneemt je de vreugde aan alle andere dingen in je leven. Bij andere - gewone - impulsieve begeerten hindert het onvervuld blijven ons een tijd lang, maar daarna vergeten we ze weer. Begeerten kunnen leiden tot hebzucht, lust en toorn - de drie poorten van de hel - en nog vele andere ondeugden daarbij. Haat, afgunst, hoogmoed, gulzigheid, jaloezie enz. Begeerten die tot al deze gevoelens leiden moeten voortdurend met kracht onderdrukt worden, anders wordt je leven een straf. Onderdrukken van begeerten gaat het beste door een tegengestelde wens te gaan koesteren. Een wens van hogere orde - al is deze tegengesteld - vervult een wens van lagere orde. Bijv.: je verbeeldt je dat je het roken en drinken niet kunt laten, maar bent een goed tennisspeler en wil trachten het kampioenschap te winnen. Om dit te bereiken moet je in goede conditie zijn; dus geef je roken en drinken op. Voorts: stel dat je een groot kwaad van een ander hebt ondervonden en je wilt niets liever dan je wreken. Maar je weet dat dit niet goed is en dus dwing je jezelf tenslotte de ander te vergeven. Als dat lukt, voel je een veel grotere vreugde dan je ooit gevoeld zou hebben door wraak te nemen. Om een obsederende wens te overwinnen, moet je dus trachten een tegengestelde wens te vinden die beter is. Probeer dit telkens weer. Hoe vaker het lukt, hoe gemakkelijker het wordt. Niet elke impulsieve begeerte leidt tot ondeugd, maar dan toch wel tot zich ongelukkig voelen. Het kan niet anders. Kijk eens naar de meest voorkomende: begeerte naar objecten en personen. Op zichzelf is dit niet 'slecht', maar leidt onomstotelijk tot gehechtheid, gebondenheid aan die begeerde objecten en personen. Bijv.: een tevreden handelaar is onverwacht rijk geworden en omringt zich met luxe voorwerpen, waar hij eerst geen behoefte aan had. Door zich eraan te hechten, krijgen zij macht over hem. Dat blijkt wanneer het rad van fortuin weer een slag draait en hij het weer zonder luxe moet stellen; dan kan hij zijn vroegere tevredenheid niet herwinnen. Gebondenheid aan een persoon leidt tot nog veel groter smarten. Om toch vooral de vriendschap of liefde van een bepaalde persoon te behouden, doe je alles om hem/haar te plezieren... en bereikt daardoor precies het omgekeerde! Want de vriend of geliefde wordt daardoor trots, voelt zich de meerdere, ja, tracht misschien zelfs te kwetsen, omdat hij er zeker van is je toch niet te zullen verliezen! De begeerde ander houdt zich hoe langer hoe meer op een afstand en gaat lang zamerhand vaak verachting voelen voor degene die zo uitermate op zijn vriendschap of liefde is gesteld, omdat hij weet dat hij macht over de ander heeft. Zorg er dus voor om nooit in iemands macht te raken. Bind je nimmer 'met lichaam en ziel' aan een persoon, want dan kan je leven een hel zijn. Heb lief, maar blijf je zelf, niet gehecht, ongebonden, zonder begeerte of verlangen. De derde groep, de hogere of goddelijke begeerten, kunnen we het beste verlangens noemen. Daartoe behoren alle wensen die in je opkomen wanneer God het middelpunt is van je gedachtenwereld. Je verlangt dan alleen naar geestelijke dingen, omdat je je in dat geval openstelt voor de wil van God en je eigen persoonlijkheid verliest. 'Uw wil geschiede'. De geest van de mens die zover is dat hij dit steeds, onder alle omstandigheden kan zeggen, wordt een instrument van God. God spreekt dan door zijn mond om Zijn liefde en wijsheid op aarde te openbaren. Zo iemand is altijd gelukkig, want in hem is het koninkrijk der hemelen. Men moet zich dus losmaken van begeerten naar wereldse goederen en ge- hechtheid aaan andere mensen, omdat al deze dingen of tot ondeugden leiden, of potentiele oorzaken zijn van smart. Dit is het principe dat tevens ten grondslag ligt aan de vrijwillige armoede en het celibaat van de monniken. Men is er niet ongelukkiger om, wanneer men er een gewoonte van maakt wereldse goederen en genietingen te vermijden. Men wordt door overwonnen begeerten niet zuur of zwaarmoedig. Integendeel, je voelt je vrij, vrolijk en opgewekt, als je tenminste je geest vervult met gedachten aan God. Heb je die toestand bereikt, dan moet je je aandacht geen moment laten verslappen, je moet voortdurend op je hoede zijn om niet terug te vallen, want verleidingen liggen overal op de loer. Wees in dat geval niet toegevend voor jezelf, maar hard. Tracht zelfbeheersing te beoefenen. Bovenal: geef niet op. Begeerte is je ergste vijand, die steeds weer aanvalt, die opkomt in groten getale en in allerlei vorm. Wanneer een begeerte zich aan je opdringt, moet je terstond met kracht aan iets anders denken, je geest moet automatisch 'nee' zeggen! Wanneer je begeerteloos wordt, word je vanzelf deugdzaam. Hebzucht verandert in vrijgevigheid. Haat in sympathie. Slecht humeur in vriende lijkheid. Rusteloosheid in kalmte. De energie die je eerst misbruikte om je eigen vele begeerten te vervullen, wordt dan geconcentreerd op het verlangen naar God. Pas dan verander je in een waarlijk dynamische persoonlijkheid. Zo'n evolutie vindt geleidelijk plaats, mits je blijft volharden. Een grote hulp om dit doel te bereiken is concentratie op het steeds voor ogen zijnde ideaal. Denk veel aan degenen, die hun leven hebben gegeven om dit aan de mensheid te leren. Het meest sprekende voorbeeld voor ons westerlingen is de persoon van Jezus Christus. --------------------------------------------------------------------- 17 Samskaras en gehechtheid aan begeerten --------------------------------------------------------------------- De Indiase filosofie leert: 'Elke handeling, die wij met plezier verrichten, willen wij herhalen, omdat deze een Samskara (indruk) in ons astrale of etherische lichaam teweeg brengt. Een Samskara kan men het best vergelijken met een groeve in een grammofoonplaat. Het is enkel het astrale lichaam dat de Samskaras meedraagt van het ene aardse bestaan naar het andere. Alleen ons grove lichaam sterft en wij laten het na elk aards bestaan achter, zoals een slang zijn oude huid afwerpt. Gedurende al onze levens of pelgrimstochten op aarde worden wij beinvloed door deze Samskaras, die in het astrale lichaam zijn gegroefd door onze begeerten en verlangens tijdens een vorig aards be- staan. Wij zijn dus als gevolg daarvan in ons tegenwoordig leven opnieuw geneigd tot dezelfde dingen, waartoe wij ook in een vorig leven geneigd waren. Geven wij ook nu daar weer aan toe, dan wordt de Samskara, de groeve van begeerte, nog dieper. Deze kan tenslotte tot een verslaafdheid leiden. Geven wij niet toe, dan verdwijnt de groeve langzamerhand. De Samskaras zijn de gevoelens, veroorzaakt door onze handelingen in vorige levens, die wij in kiemvorm in ons etherische lichaam met ons meedragen en die kunnen uitgroeien tot gelijksoortige handelingen in dit leven. De kiemen zijn ontstaan niet door de handelingen zelf, maar door de gehechtheid aan het genot dat men tijdens die handelingen voelt. Werkelijke onthechting heeft een vermindering van Samskaras tot gevolg, terwijl het steeds herhalen van handelingen waaraan men gehecht is, verdieping veroorzaakt. Aan deze kringloop moet je je trachten te onttrekken, wanneer je je tenminste van aards genot naar geestelijke vreugde wilt opheffen. Samskaras kunnen betrekking hebben op de liefde, maar ook op kleine en op zichzelf onbelangrijke dingen, zoals bijv. een bad nemen. Je mag wel een bad nemen, maar als je dit overmatig heerlijk gaat vinden, schept ook dit een Samskara. Ontegenzeggelijk zijn de Samskaras van liefde en lust de diepste in ieder mensenleven. Toch moeten wij onze aardse liefdesverlangens eens uitroeien, wanneer wij God willen bereiken. Dat kunnen wij alleen wanneer ons verlangen naar Hem zo groot is, dat er daarnaast eenvoudig geen plaats meer in ons is voor welk kleiner verlangen dan ook. Dit alles is niet eenvoudig te verwezenlijken. Daarom moet een aspirant-yogi vele jaren de yoga-deugden beoefenen voor zijn goeroe hem sannyasa geeft, d.w.z. tot monnik wijdt. Dan eerst mag hij het oranje kleed gaan dragen als symbool van het vuur dat zijn vroeger leven met al zijn begeerten heeft verbrand.' --------------------------------------------------------------------- 18 Liefde als mom van zelfzucht of begeerte --------------------------------------------------------------------- Maya, de illusie, is de bron van alle emoties, ook van de schoonste, de vreselijkste van alle, de meest ingrijpende in elk mensenleven: de Liefde. Natuurlijk is liefhebben duizend maal beter dan haten. Maar is liefhebben zoiets goeds, zoiets edels als men zich gewoonlijk voorstelt? Liefde voor een voorwerp is volkomen zinloos. Maar wat is liefde voor een ander persoon eigenlijk? Ik houd van iemand, bijv. mijn echtgenote. Een vrouw komt in mijn leven, een andere ziel, een goddelijke vonk, gekleed in een voorbijgaande menselijke vorm. Mijn Ik voelt vreugde in haar tegenwoordigheid. Het verlangt derhalve het middelpunt te worden van haar onafgebroken en uitsluitende attentie. Dit opdat deze vreugde brengende tegenwoordigheid zo lang mogelijk duurt. Is deze vrouw goed voor mij, dan voelt mijn Ik een nog grotere vreugde. Is zij niet goed voor mij, dan voelt het smart of boosheid. Is dat zoiets bewonderenswaardigs? Voor ons eigen plezier houden wij van iemand. Voor het genoegen dat de tegenwoordigheid van die persoon ons geeft - omdat daardoor aan verschillende, vaak onbewuste verlangens van ons egoistische Ik wordt voldaan! Liefde voor een persoon is dus gebaseerd op ZELFZUCHT. En omdat het iets zelfzuchtigs is, leidt het tenslotte altijd tot smart. Is de geliefde afwezig, verandert zij/hij, houdt zij/hij niet meer van ons, sterft de geliefde, dan is er smart. Zonder de geliefde is het leven leeg en verwijlt men in diepe eenzaamheid. Op welke grond menen wij enige aanspraak te maken op een andere ziel, die als geliefde of als kind in ons aards bestaan zijn gekomen? Met welk recht maken wij aanspraak op de voortdurende, wellicht exclusieve aanwezigheid en toewijding van onze echtgenoten, kinderen, vrienden? Alleen omdat dit ons egoistisch Ik genoegen doet. Niet uit edele beweegredenen! Liefde leidt dus altijd tot smart, want geen toestand is bestendig. Een verandering zal op een of andere wijze intreden. De leegheid en eenzaamheid die ontstaan bij het niet aanwezig zijn van een geliefd wezen zijn onvermijdelijk. Steeds opnieuw, in elk aards bestaan, lijdt men hierdoor oneindig veel meer dan men vreugde heeft. Wanneer een liefde voor een andere persoon zeer sterk is brengt deze een emotioneel gevoel van eenheid met die persoon teweeg in het Ik. Wanneer deze persoon ons Ik slecht behandelt, is het mogelijk dat de liefde toch onvermind blijft, zogenaamd 'omdat deze zo groot of zo edel is'. Maar in werkelijkheid blijft het Ik aan een slechthandelende geliefde gebonden, omdat de banden van Maya soms zo sterk zijn, dat zelfs de grootste smart of ellende niet in staat is ze te verbreken. Zo iemand is dieper verstrikt in het net van Maya dan iemand, die gemak- kelijker een liefdegevoel loslaat. Hier is niets verdienstelijks in, integendeel. Men kan de Maya-banden moeilijkker verbreken omdat men ZWAKKER is dan een ander, niet omdat men sterker is! Wij weigeren de les te leren, die wij telkens opnieuw krijgen: geen andere mensenziel kan ons volmaakt en eeuwigdurend geluk schenken. Dit kan alleen God. In hereniging met Hem vinden wij het schoonste, volkomenste, het enige ware geluk. Maar willen wij dat bereiken, dan moeten wij beginnen met al die kleine egoistische, tot smart leidende gelukjes op te geven. Noch ouders noch kinderen mag men liefhebben boven God. Dit zei ook Je- zus: 'Wie dezen liefheeft boven mij is mij niet waardig'. (Matth 10:37). Want ook in ouder- en kinderliefde schuilt een egoistisch element. Wij moeten de moed hebben om, met wegcijfering van ALLES wat het sterfelijke egoistische Ik behaagt, de lange moeilijke weg van eenzaamheid en leegheid in te slaan. Deze kunnen we echter slechts dan ten einde gaan, wanneer wij geen ogenblik het lichtend doel uit het oog verliezen. GOD'S LIEFDE VINDEN BETEKENT: OPGEVEN VAN HET EGO [DEEL IV] ----------------------------------------------------------------------- Inhoud deel IV ----------------------------------------------------------------------- 19 Afgunst, jaloezie, naijver 20 Onwetendheid, geestelijke blindheid 21 Raja Yoga - de koninklijke weg naar verlichting 22 Morele en zedelijke training 23 Geregelde gewoonten en voorschriften 24 Beheersen van het lichaam 25 Beheersen van de ademhaling 26 Beheersen van de zintuigen 27 Beheersen van de geest: concentratie 28 Beheersen van een gedachte: meditatie 29 Beheersen van het hoger Zelf: Verlichting ----------------------------------------------------------------------- 19 Afgunst, jaloezie, naijver (Karma) ----------------------------------------------------------------------- symbool: zwaard, een dubbele of kruis-diamant skandha: Samskara element: LUCHT (wind, beweeglijkheid) chakra: keel plaats in de mandala: het Noorden Bij afgunst, jaloezie, naijver is sprake van een conflict tussen gevoel en verstand. Je verstand zegt dat je vrede met een bepaalde situatie moet hebben, maar je gevoel strubbelt tegen. Meestal voel je je op bepaalde wijze buitengesloten, een outsider, een buitenstaander. Je ergert je aan wat een ander wel presteert, verwerft, bereikt, versiert of voor elkaar krijgt - terwijl dat jou niet lukt, wat je ook probeert en zonder dat je nu precies kunt aangeven waarom het die ander wel lukt en jou niet. Je krijgt het gevoel dat je achterblijft, vergeleken met die ander en het ego tilt daar zwaar aan. Je gezonde verstand zegt dat alles relatief is; je kunt ook kijken naar iemand die weer bij jou vergeleken 'achterblijft', minder bezit, presteert of weet te bereiken. Niettemin is dat inzicht op zich niet in staat, om bepaalde begeleidende gevoelens weg te nemen. Deze eenzijdige kijk lijkt op de WIND, die nooit in alle richtingen tegelijk waait, maar altijd in een bepaalde richting. Komt het tot een geestelijke doorbraak, dan wordt de waan van eenzijdigheid opgeheven. Dan volgen de ware openheid, waarmee alle kanten van de situatie worden gezien en de gespitstheid op handelen - twee kenmerken van het beweeglijke karakter van de wind. Nu zie je wel alle mogelijkheden in een gegeven situatie en volg je als 'vanzelf' de juiste weg, zonder ook maar een moment te twijfelen of te hoeven kiezen. Alles wat je tegenkomt en gedaan moet worden, doe je. De skandha die hier werkzaam is, SAMSKARA, omvat de conditionerende krachten, de conceptieve componenten, wilsstrevingen, onbewuste tendensen e.d. Er is sprake van het maken van voorstellingen en begripsvorming. In de warwinkel van innerlijke processen en uiterlijke verschijnselen - d.i. van eenzijdig geinterpreteerde waarnemingen - wordt orde geschapen door alles te benoemen en te categoriseren (vgl. de 'oudhollandse hokjesgeest'). Met het INTELLECT kunnen we elke gebeurtenis en elk object een naam geven; we kunnen alles tot een begrip maken. Juist door dit begripsmatige denken omgeven we ons met een scherm van vermeende zekerheden, ideeen en voorstellingen over de werkelijkheid en verschansen we ons in de burcht van de REDE. Door het leven tegemoet te treden met beelden - de begrippen - die we er in het verleden over gevormd hebben, missen we echter een juiste aansluiting met de realiteit van het hier en nu. Bovendien weerhoudt het ervan, elk moment opnieuw moeite te doen om te kijken, om te proberen de werkelijkheid te zien zoals die is. De kans dat het ego ontmaskerd zal worden, wordt daardoor tot een minimum gereduceerd. Het hanteren van begrippen maakt het bijzonder gemakkelijk om waarnemingen en gevoelens te manipuleren, omdat ze min of meer concreet gestalte hebben gekregen in de vorm van vaste begrippen. Hierdoor worden we in staat gesteld, het beeld dat we van onszelf hebben vrijwel moeiteloos overeind te houden en te verstevigen. ----------------------------------------------------------------------- 20 Onwetendheid, geestelijke blindheid (Tathagata) ----------------------------------------------------------------------- skandha: Vijnana symbool: het wiel element: ether (ruimte) positie in de mandala: het Midden, het centrum chakra: voorhoofd (Derde Oog) en kruin Het Wiel staat voor de leer van Boeddha, het is het Rad van de allesdoordrin- gende wet. De acht spaken van dit rad staan voor het Achtvoudige Pad, dat van onwetendheid naar innerlijke ontwaking of verlichting leidt. Geestelijke blindheid maakt dat we de ogen sluiten voor alles wat de soli- diteit van het ik-beeld aantast: we ontkennen simpelweg alles wat tot een mogelijke ontmaskering van het ego zou kunnen leiden. Ontkennen betekent niet willen zien; het leidt tot matheid of lusteloosheid, afstomping en verveling noemen. Alleen door een vonkje twijfel is verandering mogelijk. Verblinding uit zich in het actieve ontkennen. Voor de meeste mensen geldt, dat ze liever - uit gemakzucht of geestelijke luiheid - hun staat van verd- oving handhaven, dan moeite doen om hun ogen voor de waarheid, de werkelijk- heid te openen. De meeste mensen willen helemaal niet wakker geschud worden; ze sukkelen liever gewoon zo door, tot ze uiteindelijk een meter onder de grond in hun graf liggen. Elke poging tot geestelijke verheffing is hen teveel, ze worden er 'zo moe' van (vgl. Tamas; astroteken Stier). Toch beschikken ook die mensen wel degelijk over het vermogen om alles waar te nemen; zonder waarnemen is immers geen ont-kennen mogelijk. Wanneer het ik-beeld is doorzien als een illusie, vervalt ook de noodzaak om alles wat het (voort)bestaan ervan bedreigde, te ontkennen. Het negeren wordt dan achterwege gelaten, waardoor het vermogen om alles te zien (en te zijn) door niets meer gehinderd wordt. Door het inzicht dat voortkomt uit de eenwording met de verlichte energie wordt het spel van het ego doorzien en verandert geestelijke blindheid in de wijsheid van het allesdoordringende en allesomvattende bewustzijn. Symbool voor deze gesteldheid is het element ether of ruimte, de 'ruimte van bewust- zijn'. De ruimte kan leeg en nietszeggend zijn, maar zij kan ook gaan leven doordat zij vol-ledig vervuld is van een stuwende levenskracht, die in de doelgerichtheid en orde van alle verandering in het heelal tot uitdrukking komt. Kijken we naar de loop van de planeten, de groei van de planten, het onstaan van het leven, dan zien we een bepaalde ordening. In al deze verschijnselen is een 'intelligente' scheppende levenskracht werkzaam, die voortdurend nieuwe vormen en nieuwe relaties in het universum cre- eert en daardoor de grondslag vormt van het evolutieproces dat zich in het heelal voltrekt. Het is de natuurlijke wijsheid die naar zichzelf zoekt, naar zijn eigen realisatie in het proces van de evolutie. Het is de natuurlijke neiging, die al het aangeleerde overwint. Deze wijsheid heeft een verschrikkelijke kracht en beïnvloedt het leven in al zijn facetten. Onwetendheid neemt een centrale positie in, omdat 'geestelijke blindheid' verantwoordelijk is voor alle vormen van egocentrisch gedrag en dus ook voor het alledaagse functioneren van de andere vier geestesgesteldheden. Vgl. de MAKROBIOTIEK over onwetendheid [Kushi]: 'Besef dat je onwetend bent, en besef dat erkenning van onwetendheid de gezonde tegenhanger van eigendunk en arrogantie is. Mensen weten niet wat er morgen met hen gebeuren gaat, hoe hun bestemming in de loop van een jaar kan veranderen, wanneer hun dood komt. Ze weten niet hoe ze hun gezondheid moeten bewaren, hoe ze (opnieuw) blij en gelukkig kunnen worden. Ze weten zelfs niet hoe ze moeten eten, ademen, denken of spreken. Ze weten niet of dat wat ze voor echt aannemen, waar is, of dat wat ze goed noemen, ook werkelijk goed is. Het is een eindeloos dilemma en een blijvende teleurstelling, wanneer ze weten wat ze willen bereiken en toch tot het tegengestelde resultaat komen. We weten niet waarom we op deze wereld kwamen of wat we in ons leven moeten doen. We zijn altijd onwetend. En hoe meer we leren, hoe onwetender we worden. Het is echter juist de wetenschap DAT we onwetend zijn, die het begin is van een bewustzijn van wat leven is en het begin van een begrip van wat wij (werkelijk) zijn. De levensweg die ons naar het ware geluk leidt, komt voort uit een diep besef DAT we onwetend zijn. OMDAT we onwetend zijn, moeten we: alles wat er om ons heen gebeurt, accepteren als onze verantwoordelijkheid; ons aanpassen aan onze omgeving; nederig en bescheiden zijn door de laatste te worden, tot niets te worden: als de kortste weg naar volledige vrijheid van leven.' De skandha die bij onwetendheid hoort is Vijnana, die het bewustzijn of de bewuste waarneming omvat en zich o.a. uitdrukt in emoties en gedach- tenpatronen. Alle instinctieve en intellectuele processen, die de componenten en het verdedigingsmechanisme van het ego vormen, worden door het bewustzijn gecoordineerd, zodat de verdediging waterdicht is. Al deze processen zijn erop gericht onze fundamentele, existentiele angsten te verdringen naar de schuilhoeken van het onbewuste en de waarheid van onze niet-substantieel zijn te versluieren. Het is de angst voor absoluut zelfverlies, de angst onszelf te verliezen in een vormloos Al, in het niets; de angst voor vrijheid, voor de opheffing van alle ruimtelijke beperkingen, voor het transcedente, het ongevormde, het ongrijpbare, kortom: voor nze ware natuur, die een is met het Absolute. Het is de angst voor het feit dat niets bestaat, behalve in zin relatie van subject tot object. Juist vanwege deze angst proberen we deze relatie - die onze enige 'zekerheid' is: dat we als een zelfstandige ik-persoon bestaan - krampachtig in stand te houden door: 1> het hanteren van ontkenningsvormen (RUPA) 2> het manipuleren van gevoelens (VEDANA) 3> het interpreteren van waarnemingen (SAMJNA) 4> met behulp van het begripsmatige denken (SAMSKARA) 5> en de coördinerende werking van het alles-overkoepelende bewustzijn (VIJNANA) --------------------------------------------------------------------- 21 Raja Yoga - de koninklijke weg naar verlichting --------------------------------------------------------------------- Circa 200 jaar na Christus leefde de monnik Patanjali. Hij combineerde de voornaamste leerstellingen van de drie Yogapaden: in de Gita omschreven als Karma, Bhakti en Jnana. Voorts voegde hij daar de lichaamshoudingen en ademhalingsoefeningen aan toe. Het geheel werd Raja Yoga of het Koninklijk Pad genoemd. Het geheel is in acht stappen of graden verdeeld, vandaar dat men ook spreekt van het Achtvoudige Pad. Doel van Raja Yoga is: de geest te concentreren tot eenpuntigheid, de diepste schuilhoeken van het innerlijk te ontdekken en daaruit eigen conclusies te trekken. Daartoe moet men leren de geest volkomen onder zijn beheersing te brengen. Om te slagen, dient de yogi aan alle acht graden naar letter en geest te willen en kunnen voldoen. De laagste graad dient opgevat te worden als de basis van een piramide, het fundament. De hoogste graad is de top van de piramide. Alle graden steunen als traptreden op elkaar en worden min of meer simultaan beoefend. --------------------------------------------------------------------- 22 morele en zedelijke training (Yama) --------------------------------------------------------------------- Onderdelen: 1> Geweldloosheid (Ahimsa) 2> Waarheidsliefde (Satya) 3> Niet stelen (Asteya) 4> Seksuele onthouding (Brahmacharya) 5> Vrijgevig zijn (Aparigraha) ad 1> Geweldloosheid: niet-doden, geen leed berokkenen, het verwerven van een geweldloze levenshouding tegenover alle schepselen (vgl. Gan- dhi). Dus ook: het niet-doden van dieren, geen vlees eten, leven als vegetarier. Het niet doden omvat ook: geen leed berokkenen, noch lichamelijk, noch geestelijk, aan enig levend wezen. Vyasa over de Yoga Sutra II, 30: 'Ahimsa wil zeggen op geen enkele wijze en nooit enig levend wezen leed aandoen. De Yama en Niyama die eruit volgen, komen uit de Ahimsa voort en hebben ten doel dit gebod te verfijnen'. ad 2> waarachtigheid, waarheidsliefde, waarheidszin, niet liegen. Door de waarheid verwerven wij de vruchten van de werken. Door waarheid wordt alles verkregen; in waarheid is alles gegrondvest. Feiten vermelden, zoals ze zijn, dit is waarheid. Niet de geringste onwaarheid mag men zeggen; men moet eerlijk en waar zijn in woord en daad, tegenover anderen en tegenover zichzelf. Vyasa: 'Waarachtigheid bestaat hieruit, dat men woord en gedachte met handelingen doet overeenstemmen. Woord en gedachte hebben betrekking op wat men heeft gezien, gehoord of afgeleid. Men spreekt evenwel om zijn eigen kennis mee te delen; wij zouden kunnen zeggen dat men spreekt ten voordele van zijn naaste en niet te zijnen nadele als men niets zegt dat bedrieglijk, onduidelijk of irrelevant is. Als wat men zegt wel nadelig is, ook als het gesproken is zonder opzet van bedrog, onduidelijkheid of zinloosheid, dan is dat geen waarheid, maar dwaling. Daarom moet iedereen goed bij zichzelf te rade gaan en alleen de waarheid spreken ten voordele van alle levende wezens.' ad 3> niet stelen = niet-begeren. Zich niet meester maken van andermans bezit door diefstal of geweld. Niet de kleinste kleinigheid mag men zich toe- eigenen. ad 4> sexuele onthouding; kuisheid in woord en daad en gedachte, in alle omstandigheden en altijd. Onthouding is absoluut noodzakelijk om alle lichamelijke energie te kunnen richten op het bereiken van het Doel. Het begeren van gemeenschap met het andere geslacht leidt bovendien de gedachten van goddelijke zaken af. Daarom moet de onthouding niet alleen in daden, maar ook in gedachten worden nagestreefd. Vyasa: 'Sexuele onthouding betekent het beheersen der geheime krachten, beheersing der voortplanting.' Eliade: 'Bij verbruik van de geheime krachten der voortplanting wordt de belangrijkste energie verspild, het denkvermogen verzwakt en de concentratie bemoeilijkt. Wanneer ze echter worden bedwongen en beheerst maken ze de voortgang in meditatie gemakkelijker. Sexsuele onthouding wil evenwel niet alleen zeggen dat men zich van de geslachtsdaad onthoudt, maar ook de wellust zelf vernietigt. Dit instinct mag niet als een schaduw in het onderbewuste verborgen blijven, of gesublimeerd worden als bij mystici; het moet zonder meer vernietigd worden en weggerukt uit bewustzijn en waarneming. Patanjali vertegenwoordigt natuurlijk de ascese in zuiverste vorm. Een yogi onthoudt zich van sex en lust, zowel geestelijk als lichamelijk. Als zoeker naar Waarheid heeft hij al zijn lichaamskrachten nodig om zijn geest, zijn gedachtenwereld te stabiliseren. Niemand kan de Waarheid - God - vinden, wanneer hij niet al zijn ENERGIE tot eenpuntige gerichtheid verzamelt. Hij weet van tevoren dat dit nodig is. Niemand is verplicht om yogi te worden, maar wie het wil worden, moet zich onthouden. De keus is aan de betrokkene zelf. Bepaalde oefeningen voor lichaam en geest en het dieet van de yogi zijn erop berekend om dit doel gemakkelijker te bereiken. Bovendien wordt hem aanbevolen op een eenzame plaats te wonen, waar de verleiding niet zo groot is.' Swami Dev Murti: 'De sexuele drift dient slechts om het voortbestaan van de soort te waarborgen. De meeste mensen zoeken sex omdat het een vorm van extase veroorzaakt. In het orgasme wordt kortstondig de Kundalini opgewekt. Maar deze toestand is zeer kortstondig en voorbijgaand. Het zaad dient tot voortplanting en behoud van de soort. Het beste van de voortbrenger is erin geconcentreerd. Bij ophouden van het zaad wordt het opgelost in het lichaam en wekt het Ojas op, een hogere vorm van energie die de yogi spaart om tot zelfrealisatie te komen. De hoeveelheid energie in ons lichaam is voorts afhankelijk van de hoeveelheid Prana die we opnemen. De yogi ziet in iedere oudere vrouw zijn moeder, in iedere jongere vrouw zijn zuster en in ieder meisje zijn dochter. Doel van yoga is om stap voor stap verder te vergeestelijken, volledig spiritueel te worden. Door oefening en onthouding transformeert de sex-ener- gie naar een hogere graad. Door gedachtekracht (zelfbeheersing) zet sex- energie zich om in mentale energie; door contemplatie zet mentale energie zich om in spirituele energie, de Ojas.' Smulders: 'Zonder Ojas (gesublimeerde sexuele energie) kan niemand de Absolute Waarheid vinden. Het komt echter voor dat een yogi, die lange tijd in onthouding heeft geleefd, later weer terugvalt en opnieuw sexueel verkeer heeft. Verleidingen blijven het hele leven door op ons loeren. Al zijn jarenlange oefeningen op dit gebied gaan dan verloren, hij moet daarna weer van voren af aan beginnen. Wetend wat hij verspeelt, zal hij zich dus wel twee maal bedenken voor hij zich met een vrouw inlaat. Dit is een van de redenen waarom yogis zo gaarne kluizenaar blijven. Overigens is het verlies van de beheersing van zijn vitale energie niet het enige beklagenswaardige gevolg van zulk een val. Ook de toeneiging tot de vrouw, het object van zijn verlangen, doet hem onnoemelijk veel kwaad, want hij hecht zich opnieuw en onthechting is een ander doel dat iedere yogi nastreeft.' ad 5> Vrijgevigheid: niet hebzuchtig zijn, niet aannemen van giften, verbod om gierig te zijn. Geen geschenken aannemen, zelfs wanneer men vreselijk lijdt. Wanneer een mens een gift van iemand ontvangt, wordt zijn hart onrein, is hij niet langer vrij, verliest hij zijn onafhankelijkheid, verlaagt hij zichzelf en raakt hij in zekere zin gebonden en gehecht. (Vgl. CC: 'Ontwikkel het gevoel dat je niets van niemand nodig hebt.') Men mag aan niemand ver- plichtingen hebben. Vyasa: 'Het niet kennen van gierigheid wil zeggen dat men niet geeft om het bezit van zaken die eigenlijk niet van belang zijn. Dit kan wanneer men zich realiseert dat het verkeerd is bezit te vergaren, te bewaren of te vernietigen.' --------------------------------------------------------------------- 23 Niyama: geregelde gewoonten en voorschriften --------------------------------------------------------------------- Tegelijk met de vormen van beheersing van Yama moet de yogi ook een aantal soorten lichamelijke en geestelijke discipline beoefenen. > Yoga Sutra II, 32: 'De disciplines bestaan uit reinheid, rust, ascese, bestudering van de yoga-metafysica en het pogen om de godheid Isvara tot motief van iedere handeling te maken.' EERSTE LID: TAPAS = soberheid, discipline, ontzegging. Vasten of het beheersen van het lichaam op andere manieren wordt de lichamelijke Tapas genoemd. Er zijn vele manieren om het pad van yoga te volgen, maar wanneer men niet bereid is zich iets te ontzeggen, kan men het hoogste doel nimmer bereiken. Ontzegging betekent: het opgeven van bepaalde handelingen. Maar het is niet louter het zich onthouden van handelen, het niets-doen, de inertie, want het vordert een grote krachtsinspanning en een doorzettende wil om zekere dingen niet te doen. Tot ontzeggingen moet men in staat zijn om niet de slaaf te worden van zijn wensen en verlangens. > Vyasa: 'Tapas bestaat hieruit, dat men alle tegengestelden kan verdragen zoals daar zijn het verlangen naar eten en naar drinken, warmte en koude, het verlangen rechtop te staan en dat om te blijven zitten, het vermijden van woorden en van gelaatsuitdrukkingen die gevoelens of gedachten kunnen verraden.' > Vatsapati Misra: 'Het vermijden van gelaatsuitdrukkingen die het diepste geheim van de ziel verraden, betekent dat men zichzelf beheerst zodat gedachten niet zomaar aan iedereen worden vrijgegeven.' TWEEDE LID: SVADYAYA = studie van spirituele teksten, opzeggen van de Vedas en andere Mantras, waardoor het Sattva-element in het lichaam gereinigd wordt (Vgl. CC: 'het reinigen van de verbindingsschakel met de Geest'.) Mantras kunnen mondeling, half-mondeling of mentaal worden opgezegd, in oplopende graad van betekenis. > Eliade: 'Bestudering betekent kennis van wetenschappen, welke betrekking hebben op Moksha, verlossing uit het bestaan, ofwel de herhaling van de lettergreep OM enz. De mystieke lettergreep AUM of OM stelt het wezen van de gehele schepping voor. Ze is niets meer of minder dan de geopenbaarde godheid zelf, samengevat in een klank. Aangaande de lettergreep bestaat een oneindig aantal theorieen. Vyasa stelt de kennis van tot verlossing leidende wetenschap gelijk aan de mystieke techniek van de herhaling van de Mantra Om.' DERDE LID: SANTOSHA of SAMTOSHA = tevredenheid, de bereidheid om aan het leven niet onnodig veel eisen te stellen. Volgt uit de andere voorwaarden en wanneer alle wensen, verlangens en begeerten zijn overwonnen en opgegeven. Tevreden is hij, die niets meer wenst. VIERDE LID: SAUSA of SAUCHA = reinheid, netheid, zowel uiterlijk als innerlijk. Zuivering van de geest door waarheid en al de andere deugden. Wanneer men in zijn doen en laten niet netjes is, kan ook geen orde en regelmaat heersen in het gedachteleven en hoe kan men dit dan beheersen! De reiniging van alle organen, zodat voedselresten en giftige stoffen direct worden afgevoerd. Dit bereikt men door purgeringen, vooral van belang voor de Hatha Yoga. VIJFDE LID: ISVARAPRANIDHANA = devotie, zelfovergave aan God, Godsaanbidding. Aanbidding van God geschiedt door lofzangen, in gedachten en door devotie. Studie is noodzakelijk om zich welbewust te worden van de kennis omtrent God, en zonder algehele overgave aan Hem kan men niet verder komen op het pad der yoga. > Pas wanneer men Yama en Niyama volkomen heeft bereikt, zullen Asana en Pranayama, de derde en de vierde graad, werkelijk vrucht gaan dragen. Tevoren dienen deze alleen ter versterking van het lichaam. --------------------------------------------------------------------- 24 Asana: beheersing van het lichaam [Yoga Sutra II, 46] --------------------------------------------------------------------- Hatha Yoga: lichaamsoefeningen, houdingen, inz. de lotus- of meditatie- houding, waarbij het lichaam vrijgehouden wordt, de rug en wervelkolom gestrekt, borst, schouders en hoofd in een rechte lijn. De belangrijkste en centrale asana is de lotus- of meditatiehouding, waarin bijv. de Boeddha wordt afgebeeld, die evenwichtig en aangenaam is. Het verleent het lichaam volmaakt evenwicht en reduceert lichaamsinspanning tot het uiterste. Zodoende vermijdt men het onaangename gevoel van vermoeidheid en verkramping van lichaamsdelen, regelt de lichaamsfuncties en maakt het mogelijk dat de aandacht zich uitsluitend richt op het fluidium van het bewustzijn. Alle andere asanas dienen uiteindelijk slechts om het lichaam sterk en flexibel genoeg te maken om langdurig en comfortabel in de lotuszit te kunnen blijven. De lotuszit is aanvankelijk ongemakkelijk en zelfs bijna niet te verdragen, maar na enige oefening kost het bijna geen moeite het lichaam in dezelfde houding te laten. Het is van het grootste belang dat dit helemaal zonder moeite gaat, zodat de houding natuurlijk wordt, want eerst dan kan concentratie erdoor vergemakkelijkt worden. > Vyasa: 'De houding is eerst volmaakt wanneer ze moeiteloos wordt aan- genomen, zodat het lichaam volmaakt stil zit. Deze volmaaktheid wordt bereikt als de geest zich in oneindigheid verandert, d.w.z. zich laat vervullen van het concept van oneindigheid.' [De geest moet zich geheel onbewust van het eigen lichaam worden] > Misra: 'Wie zich in asana oefent moet erop toezien dat de gebruikelijke lichaamsinspanning vermeden wordt, omdat men anders de ascesehouding in kwestie niet kan aannemen.' [4] Mentale oefeningen = het lichaam geschikt maken voor meditatie. [5] Asana is voor het lichaam wat concentratie op een enkel punt is voor de geest. Het directe doel is het voorbijstreven van de menselijke staat door te weigeren zich te voegen naar wat de mens het meest eigen is. Asana, de weigering om zich te bewegen, of ekagrata, de weigering zijn bewustzijn te laten afleiden, worden gevolgd door een lange reeks weigeringen van velerlei aard. --------------------------------------------------------------------- 25 Pranayama: beheersing van de ademhaling --------------------------------------------------------------------- Beheersen van de ademhaling; de weigering ongelijkmatig te ademen. Einddoel van de Pranayama is het stopzetten van de ademhaling. Men begint eerst met de ademhaling te regelen op het LANGZAAMSTE tempo dat maar mo-gelijk is. > Patanjali: 'In- en uitademen wordt gestaakt, wat met asana bereikt kan worden.' {II-49} > Bhoja: 'Ademhaling gaat vooraf aan de werking van alle andere organen. Er bestaat altijd een verband tussen ademhaling en de verschillende bewustzijnstoestanden. M.b.v. de ademhaling kan het bewustzijn op een enkel punt worden gericht (vgl. Dharana) nadat de werking van alle andere organen is stopgezet.' (vgl. Pratyahara) {commentaar op Yoga Sutra I, 34} > Eliade: 'De ademhaling bij bijv. boosheid gaat heftig, terwijl degene die zich concentreert, de zijne vanzelf regelmatiger en langzamer voelt worden. Het verband tussen de regelmaat van de ademhaling en bewustzijn, is het middel om het bewustzijn tot een geheel te maken. Deze eenmaking is een doorbraak naar binnen, waarbij - door de ademhaling een steeds langzamer regelmaat te geven - men feitelijk en met volkomen heldere geest doordringt tot bepaalde soorten bewustzijn die normaal in wakende toestand onbereikbaar zijn, m.n. de soorten die in de slaap optreden. Beginners vallen bij de pranayama dan ook nogal eens in slaap. De ademhaling van de slaper is langzamer dan die van de waker.' 'De Indiase psychologie onderscheidt 4 bewustzijnsvormen buiten de enstase: *1 waakbewustzijn *2 slaapbewustzijn met dromen *3 slaapbewustzijn zonder dromen *4 kataleptisch bewustzijn. Elke vorm correspondeert met een bepaald ademhalingstempo. Door het tempo van in- en uitademen zover mogelijk te verlagen, krijgt de yogi toegang tot alle bewustzijnstoestanden en gaat elke vorm uit eigen verkiezing, met heldere geest binnen.' 'Pranayama brengt de beoefenaar in een kataleptische toestand van Turiya, waardoor men lange tijd in trance kan verkeren en de ademhaling nauwelijks meer merkbaar is. Deze toestand kan teweeggebracht worden wanneer men maar wil. Ademhalingsvertraging en hartcontractie tot een nivo dat men doorgaans alleen vlak voor het sterven vindt, is een werkelijk lichamelijk verschijn- sel, dat yogis uit eigen wil en zonder zelfsuggestie kunnen oproepen. Sommigen laten zich zelfs geruime tijd begraven met een minieme luchtvoor- raad.' 'Pranayama richt zich in eerste instantie op een simpeler doel, nl. het scheppen van een continu bewustzijn dat onmisbaar is als voorbereiding op meditatie. De oningewijde schenkt geen aandacht aan de regelmaat van zijn ademhaling, die wisselt naar gelang zijn gemoedstoestand of invloeden uit de buitenwereld. Dit zorgt voor een zwevende geest en een onevenwichtig concentratievermogen. Ademhaling dient zo regelmatig te worden, dat we ze geheel kunnen vergeten, althans niet door de onregelmatigheid ervan gestoord kunnen worden. Via pranayama wordt dit gerealiseerd.' [2] Beheersen van de prana-energie: beheersing van de levenskrachten in het eigen lichaam. *1 Rechaka: uitwerping of uitademing *2 Puraka: inademing *3 Kumbaka: inhouding van de adem, blijvend --------------------------------------------------------------------- 26 Beheersing van de zintuigen (Pratyahara) --------------------------------------------------------------------- Terugtrekken van de zintuigen, afhouden van de zintuigen van hun objecten - sublimatie van de energie in het Zelf. Onthechting van de zintuigen. De Indriyas, organen van de zintuigen, werken naar buiten en komen in aanraking met uiterlijke objecten. Pratyahara betekent het onder de beheersing van de wil brengen, of zijn krachten bijeenbrengen. --------------------------------------------------------------------- 27 Beheersing van de geest (Dharana) --------------------------------------------------------------------- Fixatie van de Geest: concentratie - de geest eenpuntig op een plaats houden. De geest concentreren op de lotus van het hart, of op het centrum van het hoofd. Dit is niet mogelijk zonder onthechting. Zolang men een beetje van dit en een beetje van dat begeert, kan men zijn streven niet in een richting leiden. Alleen hij die geheel door een enkel idee wordt beheerst ziet op den duur het licht. --------------------------------------------------------------------- 28 Beheersing van een enkele gedachte (Dhyana) --------------------------------------------------------------------- Meditatie. De meditatie moet langdurig, veelvuldig en eenpuntig gericht zijn voor men in staat is Samadhi te bereiken. > Sivanada: 'Om te beginnen moet je niet al te lang achter elkaar mediteren, maar meerdere malen per dag een korte tijd. Zodra het beter gaat, kan je de tijdsduur telkens wat verlengen. Er zijn speciale tijden waarop meditatie de meeste kracht heeft en het grootste nuttig effect voor degene die mediteert: * gedurende een uur voor zonsopgang * een korte tijd om 12 uur 's middags * een uur voor zonsondergang * 's avonds een uur voor het slapen gaan * indien mogelijk voor het laatst nog eens om middernacht.' 'Bij alle yogapaden is meditatie het centrale punt waar alle andere voorschriften omheen zijn gerangschikt. Alleen door meditatie wordt het hoogste doel tenslotte bereikt. Alle handelingen en ontzeggingen die yogis zich opleggen, dienen uitsluitend om hun meditatie te verdiepen. Volgens de Vedas hebben wij ons lichaam gekregen teneinde te kunnen mediteren, zodat wij daardoor God's heerlijkheid kunnen realiseren. Meditatie is een langdurig en geconcentreerd nadenken over de goddelijke vonk in ons (Atman) en de goddelijke essentie (Brahman).' 'De beginner dwaalt af in zijn meditatie, omdat hij de flakkerende gedachten van zijn geest niet weet te bedwingen. Het is de geest die denkt; de ziel zelf is actieloos. De mens moet niet de slaaf zijn van zijn gedachten. Integendeel, hij moet met zijn intellect zijn geest kunnen dwingen om met uitsluiting van al het andere alleen aan God te denken.' 'Het onderbewustzijn van de mens heeft niet alleen een instinctieve, dierlijke zijde, maar ook een hogere 'supermenselijke' zijde. Wanneer een Godzoeker erin slaagt om regelmatig, langdurig en uitsluitend over God te mediteren, welt dat supermenselijke uit zijn onderbewustzijn telkens als in flitsen naar boven, naar zijn natuurlijk menselijk bewustzijn en inspireert hem met intuitieve kennis. Zo groeit hij langzaam boven zichzelf uit en komt uiteindelijk tot Godrealisatie. God is transcendent en . Onze geest kan Hem dus niet realiseren zonder hulp van hogere machten. Deze zijn ergens in ons diepste wezen verscholen en wellen naar boven door meditatie. Dat is wat de yogi door meditatie betracht: boven en buiten zijn eigen geest uitkomen.' 'Zoals een vliegtuig, dat toch de capaciteit heeft om te kunnen vliegen, zich niet in de lucht kan verheffen zonder hulp van een startbaan, zo is het voor de ziel niet mogelijk om zonder de hulp van meditatie, zich boven de beperkingen van de geest uit, te verheffen tot God. Meditatie is de startbaan naar verlichting.' 'Om tot God-realisatie te komen, is een langzaam proces. Verlichting is een kostbare schat, die men alleen tegen een hoge prijs kan verkrijgen. Eerst na lange oefening verdiept de gewone meditatie zich tot Samadhi of goddelijke extase. Daarin vang je de eerste glimp op van de uiterste realiteit. Eerst wanneer dit veelvuldig plaats heeft, weet je dat je het hoogste doel nabij komt.' 'Om onnodige energieverspillende gedachten te kunnen verjagen is het absoluut geboden om systematisch alle onreine gevoelens en gedachten te onderdrukken. Ze moeten worden uitgerukt uit de geest, zoals onkruid met wortel en al moet worden uitgerukt uit een bloementuin. Wanneer je veel bidt tot God is dit niet zo moeilijk. Bidden is contact hebben met God. Omdat Hij de uiterst denkbare reinheid is, word je daardoor zelf ook rein. Vergeet nooit dat God ieder die Hem zoekt te hulp komt!' 'Laat de aanvankelijke moeilijkheid van lange meditatie zonder afdealing van gedachten je niet ontmoedigen. Er bestaan verschillende hulpmiddelen om de weerspannig ontsnappende gedachten onder bedwang te krijgen: * japa, het steeds herhalen van Gods naam, terwijl men een mala of ge- bedsketting door zijn handen laat glijden * mantras * tantras. Een andere, nog betere manier om de gedachten tijdens het mediteren niet te laten afdwalen, bestaat uit concentratie-oefeningen. Op zichzelf zijn ze niet van geestelijk belang, maar zijn van onschatbare waarde bij het goed leren mediteren. Het is volmaakt onverschillig op welk onderwerp de concentratie wordt gericht. Als je je intensief genoeg concentreert, dan vereenzelvig je je tenslotte geheel en al met het onderwerp van concentratie. Aandacht en object worden een, smelten samen.' --------------------------------------------------------------------- 29 Bereiken en beheersen van het hoger Zelf (Samadhi) --------------------------------------------------------------------- Verlichting, bovenbewustzijn - transformatie - 'wetende trance' = stille kennis. Vanaf het moment dat men eenmaal in de toestand van boven- bewustwording is geweest, verandert het karakter van de yogi voorgoed. Hij wandelt niet meer in de duisternis der onwetendheid maar in het licht der ware kennis. Deel V. DE MAGISCHE WERELD VAN CARLOS CASTANEDA * (c) M. MESMAN ©1990 --------------------------------------------------------------------- 1 Inleiding --------------------------------------------------------------------- Carlos Castaneda heeft ons een blik gegund in het nagualisme, een sjamanistische traditie van de Indianen in Mexico, die stamt van ver voor de komst van de Spanjaarden in dat land. Het fascinerende ervan is dat het ons in contact brengt met een totaal andere belevingswereld, zowel cultureel als inhoudelijk en ons ervan op dramatische wijze van doordringt dat de westerse wereld waarin wij zijn opgevoed niet de enige manier van bewustzijn is, die wij werkelijkheid noemen. Op een nieuwe manier met die werkelijkheid in contact treden, kan een adembenemende ervaring zijn, een shockeffect geven, wat we met eigen zintuigen kunnen ervaren door op reis te gaan naar totaal andere culturen en woeste streken op deze aardbol; Castaneda als boodschapper en reiziger in zo'n wereld, is in staat om op weergaloze wijze verslag uit te brengen van zijn wederwaardigheden en avonturen. Het centrale thema van het werk van Castaneda is: de tovenaarsleerling. Carlos is de leerling van de tovenaar/nagual Juan Matus en door zich met Carlos te identificeren wordt de lezer zelf de leerling van een machtige tovenaar, die confronteert met krachten, die de vermogens van de doorsneemens verre te boven gaan. Wat houdt de macht van de nagual (tovenaar-leraar) in: 1 BEVRIJDING - van alle beperkende invloed en aandacht van de mensen om je heen - van alle beperkende banden van je verleden, waar je je normaal aan vastklampt, maar die groei in de weg staan - van de beperkingen van het gewone bewustzijn - van de kluisters van het ego: eigendunk en inproduktieve zelfbespiegeling - van alle ongewenste emoties en stemmingen - van alle normale fysieke zwakheden en beperkingen 2 MEESTERSCHAP OVER ALTERNATIEVE BEWUSTZIJNSTOESTANDEN - naar believen een andere wereld oproepen en binnengaan - je dromen in een gewenste richting sturen en er zo bewust in kunnen handelen dat ze een uitbreiding van het gewone waakbewustzijn worden - via het astrale of droomlichaam onbegrensd reizen door ruimte en tijd, zonder fyieke beperkingen - een leven leiden boordevol ongewone bewustzijnstoestanden - meester zijn in een heel scala van bewustzijnstechnieken - alle raadselen van het bewustzijn ontsluieren 3 MACHT EN MEESTERSCHAP IN HET DAGELIJKSE LEVEN - een onberispelijk leven leiden, met een optimaal energiepatroon - zo krachtig en zinvol leven, dat al het andere erbij verbleekt - je leven tot een dwingend voorbeeld maken voor wie er maar mee in aanraking komt en de fortuin heeft om deelgenoot te worden - niet-ingewijden en ongewenste personen worden op afstand gehouden door technieken als 'gecontroleerde dwaasheid' en 'de kunst van het sluipen' 4 MEESTERSCHAP OVER DE WIL - de kracht van je wil zo sterk ontwikkelen, dat je er daden van ongekende macht mee kunt verrichten - kunnen ontsnappen aan de normale dood, door voortijdig een andere bewustzijnsdimensie binnen te gaan. De boodschap van dit alles luidt: Niets is onhaalbaar of onbereikbaar, als je maar weet wat je moet doen, je krachtig voorneemt om het te bereiken en volhoudt ondanks alle hindernissen, met geduld, onvermoeibare ijver en onberispelijke toewijding aan het doel. De wil schept de weg, die zo helder, krachtig en overtuigend wordt omschreven, dat de drang om hem te volgen onweerstaanbaar blijkt. 2 Het opgeven van eigendunk en ego - stoppen van de Babbelbox ---------------------------------------------------------------------- Een krijger streeft ernaar om onberispelijk met zijn beschikbare energie om te gaan, d.w.z. zo doelmatig als mogelijk. Zoveel mogelijk energie wordt opnieuw gekanaliseerd en overgeheveld van het Bekende (de alledaagse mensenwereld) naar het Onbekende (specifieke bewustzijnstoestanden), waar het voor bepaalde doeleinden kan worden aangewend. Een krijger maakt een lijst van alles wat hij doet: de strategische inventaris. Aan de hand van die lijst besluit hij welke veranderingen er in zijn gewoonten, routines, manieren van doen, levensstijl kunnen worden aangebracht, om onnodig energieverbruik te verminderen. Bij het opstellen van de lijst hanteert hij als criterium: alle gedragspatronen die niet van essentieel belang zijn voor overleven en welzijn. Ze worden eerst in kaart gebracht en vervolgens als ballast overboord gezet (afstoten van futiliteiten - een krijger besluipt zichzelf). Op de inventarislijst van een krijger blijkt EIGENDUNK de handelwijze te zijn die de meeste energie vreet, vandaar zijn streven om deze uit de weg te ruimen. Hij maakt de energie vrij die anders aan de eigendunk verspild zou worden. Het opnieuw kanaliseren van die energie is onberispelijkheid. Opgeven van de eigendunk betekent: onthechting, je losmaken van elk zelfbeeld dat beperkt en energie vreet om in stand gehouden te worden. Eigendunk is verbonden met het Ego. Ego is Latijn voor: ik. De term wordt gebruikt voor de eigen persoon, in onderscheid van alle anderen. Door mijn zelf af te scheiden en als een afzonderlijke eenheid te be- schouwen, moet ik echter de hoge prijs betalen van existentiele eenzaamheid. Door te hechten aan een zelfbeeld, een eigen 'unieke' persoonlijkheid (persona = masker), ontstaat als tegenbeweging het verlangen om zich weer met anderen te verenigen. Ziehier de cyclische polariteit van aantrekking en afstoting. Afscheiding wordt voornamelijk ervaren op een lichamelijk nivo: door mijn fysieke lichaam lijk ik begrensd, afgezonderd van andere fysieke lichamen. Dit beeld kan echter louter opgebouwd zijn door mijn beperkte mogelijkheden tot zintuiglijke ervaring, inz. via de ogen. Mijn geest lijkt dan een zelfstandige vonk te zijn in een stoffelijk omhulsel, met een eigen motoriek en ritme. Men kan de mens vergelijken met een geest in een fles, waarbij de fles hier een lichaam van vlees en bloed is. Zou het mogelijk zijn om de stop van de fles te halen en er als 'geesteswezen' uit te komen? Het ego dient ontmaskerd te worden als een valse gids, een valse diktator, een valse profeet, wanneer wij streven naar verlichting = het opheffen van alle lijden. We zoeken verlichting van de pijn, verlichting van de ziel. We willen lichter worden, tot we als een engel kunnen vliegen op de brandstof van ons voorstellingsvermogen! Voorbij de grenzen van zelf-identificatie, naar eenwording met het al. Voorlopig moeten we ons eerst zien te bevrijden van een dictator, die bezit van ons genomen heeft en waar we 'bezeten' van zijn. We leren hem kennen aan de diktaten die hij ons oplegt. Eigendunk is het dictaat van de kleingeestige tiran die we binnen ons, als een last met ons meedragen: het ego of lagere zelf. Als we een ander een kleingeestige tiran noemen, wil dat feitelijk zeggen dat we te maken hebben met iemand die volledig door zijn kleinzielige ego beheerst wordt. De machtsstrijd tussen twee mensen op het gewone dagelijkse nivo is dan het gevecht tussen hun twee ego's, een enorme verspilling van energie tussen twee mensen die zichzelf niet in bedwang hebben. Een engel kan vliegen omdat hij niet zwaar op de hand is: de perceptie krijgt vleugels wanneer zij de wet van de zwaartekracht opheft. De zwaartekracht die wij in onszelf meedragen (Saturnus) is het gevolg van het gewicht dat we aan onszelf toekennen. Hoe gewichtiger we onszelf vinden, hoe zwaarder op de hand we zijn. We staan dan misschien wel met beide benen op de grond, maar de geest verheffen naar de hemel en opstijgen, de loden last achter ons laten, is er niet bij! Het is het ego dat een hoge dunk van zichzelf wil hebben, dat zichzelf hoog wil aanslaan, dat veel betekenis en belangrijkheid wil toekennen aan zichzelf. Het spreekt zichzelf onophoudelijk toe, als een grammofoonplaat: 'Ik hecht zeer veel belang aan mijn persoon. ik BEN iemand, een persoonlijkheid, een autoriteit'. Een krijger is iemand die in een permanente staat van waakzame oorlog bevindt. Het is geen toeval dat Arjuna in de Bhagavad Gita als boog- schutter ten strijde moet trekken tegen zijn eigen 'familie': alles wat hem aan de aarde vastbindt. Een krijger beseft dat het veel energie kost om dit opgeklopte zelf- beeld in stand te houden - en waarom of voor wie eigenlijk? Hij door- ziet de verwaandheid: het eigendunkelijk, eigenmachtig, willekeurig (naar eigen dunken, naar goeddunken) willen optreden van een persoon die zijn eigen neigingen en aandriften niet onder controle heeft. Een krijger trekt ten strijde tegen het ego, tegen alle manifestaties van een lager zelf dat ongedisciplineerd is. Ego is, in zekere zin, per definitie ongedisciplineerd! Het is de uiting van een geest die zich vastklampt aan illusies! De eigen-waan is de waan dat er iets 'eigens' zou bestaan, dat anders is dan de rest! Een krijger leert om zich juist NIET met dit ego = lager zelf = persoonlijke ik (in sociale context: alles waar je IK BEN of ik HEB voor kunt zetten) te identificeren. Hij stopt met te luisteren naar de innerlijke Babbelbox die er het gevolg van is: een constante ruis die je alleen maar in verwarring brengt doordat deze de stille kennis van het hoger Zelf op de achtergrond dringt tot je het contact ermee volledig verliest. Macht gaat niet samen met zelfmedelijden. Eigendunk leidt tot zelfmedelijden: je Babbelbox stelt dat je recht hebt op bepaalde dingen en als die je onthouden worden vind je ego dat je het volste recht hebt om je boos en ontevreden te gedragen. Vervolgens brengt het je ertoe jezelf te gaan beklagen: 'Waar heb ik dit aan ver- diend?', etc. Je gaat het anderen kwalijk nemen en komt in een neergaande spiraal van negatieve emoties die je welzijn aantast en tenslotte al je energie opslorpt. Eigendunk is de wortel van het kwaad. De enige remedie is om niet langer te hechten aan het krijgen van dingen; als je leert er niet om te geven, te leven met het idee dat je niets (van anderen) nodig of te ver-wachten hebt, zal het je worst wezen of je ergens recht op hebt of niet, of iets krijgt of niet. Als het je niet kan schelen wat anderen doen of zeggen, geven of voor zich houden, hoef je je dit niet aan te trekken of als een belediging op te vatten; zo maak je jezelf onkwetsbaar, hoef je niet boos of ontevreden te zijn. Stop dus de manifestaties van het ego, lagere zelf, de Babbelbox of innerlijke dialoog: stop met dat onophoudelijk leuteren tegen jezelf, stem in plaats daarvan af op te stille, woordloze kennis van de (heilige) Geest = het hogere Zelf. Het ego is de kleingeestige tiran, het verwende kind, dat maar hoeft te krijsen, schreeuwen of huilen en mammie en pappie komen gedienstig aanrennen om zijn behoeften te bevredigen. Een klein kind, dat hulpeloos en afhankelijk is, kan niet anders; maar een volwassen mens is op zichzelf aangewezen! Een volwassene kan niet zelfstandig functioneren als hij geen dikke streep onder dit kinderlijke ego heeft gezet! Wat het listige, behoudzuchtige en verwende ego echter op allerlei slinkse manieren probeert, is om dit gemakzuchtige patroontje uit zijn kindertijd maar voort te zetten, in de hoop dat andere mensen erin zullen stinken. De meeste mensen - die luisteren naar hun Babbelbox en zich uitsluitend door deze stem laten leiden - zijn eigenwijs en staan dodelijk ernstig tegenover allerlei nonsens die de Babbelbox dicteert, dingen waar een krijger - die afstemt op de Geest - geen snars om geeft. De Babbelaars en Bazelaars nemen zichzelf zo ernstig, vinden zichzelf zo verdomd belangrijk in hun eigen ogen, dat ze alleen maar aandacht hebben voor de dictaten van het zelfzuchtige ego, waar ze in feite ten prooi aan zijn gevallen en dus hun eigen slachtoffer zijn. Want door aan het ego toe te geven, verliezen ze hun vermogen om objectief aandacht voor of contact met de wereld om hen heen te hebben en worden doof voor de stem van het hogere Zelf. Ze worden volledig in beslag genomen door het vermeende onrecht dat hun is 'aangedaan' door anderen. Zo geven ze de macht om heel en gelukkig te zijn, die ze als geschenk bij hun geboorte hebben meegekregen, op voor een surrogaat, een schijnvertoning, een kortzichtige cyclus van behoeftenbevrediging, die het niet haalt bij het oorspronkelijke geschenk, waarmee ze het contact verloren hebben. Ze maken zichzelf ongelukkig en ontevreden, zonder ooit de oorzaak bij zichzelf te zoeken. Deze praatjesmakers en beuzelaars maken zichzelf wijs dat ze het volste recht hebben om zich aan van alles en nog wat te ergeren en verspillen hier hun kostbare tijd en energie aan. Zo straffen ze zichzelf, door een onwaardig leven te leiden. Deze holle vaten, die het hardste klinken, vinden het heel gewoon om af te haken en er maar vandoor te gaan, als iets niet naar HUN wens verloopt en blazen hoog van de toren tegenover derden, zonder ooit het lef op te brengen om de schuld bij zichzelf te zoeken. Deze blaaskaken maken zichzelf en anderen wijs dat ze karakter tonen, maar in werkelijkheid zijn ze zwak en eigenwijs: ze gaan er vandoor omdat ze te zwak zijn om de situatie naar hun hand te zetten! Ze richten hun aandacht op de verkeerde zaken, zoeken steun en gehoor bij nog zwakkeren, die zij op hun beurt weer tot slachtoffer hebben gemaakt; ze luisteren naar hun kleinzielige gevoelens en geven daaraan toe, i.p.v. af te stemmen op de bovenpersoonlijke Geest en hun energie te gebruiken om de situatie te verbeteren. Wie zo'n buitensporig belang aan zijn Babbelbox hecht, zal in zijn leven nooit iets tot een goed einde brengen; hij heeft een valse leidsman als gids gekozen. Het omgekeerde is ook waar: wie nooit iets tot een goed einde brengt, hecht teveel belang aan zijn Babbelbox. De zogenaamde 'belangrijkheid' van het ego is namelijk de grootste hinderpaal die een mens op zijn pad ontmoet. I.p.v. de Babbelbox af te zetten, de strijd met zijn ongedisciplineerde geest aan te binden, projecteert hij de oorzaak op iets buiten hem, geeft een ander de schuld en loopt er vervolgens voor weg! De weg van de krijger leert: laat je eigendunk, het dictaat van de Babbelbox, voor wat het is. Begin met een dikke streep onder het verleden te zetten: vergeet alles wat tot en met gisteren is gebeurd. Als je verleden er niet toe doet, dan maakt het ook niet uit wie je 'vroeger' was, of hoe 'belangrijk' je toen was, of wat 'anderen' je in het verleden 'aandeden'. Een krijger neemt het Hier & Nu als vertrekpunt en neemt zich vast voor dat vanaf nu niets of niemand hem nog kan raken. Hij beoogt zich nergens iets van aan te trekken en niets van anderen te wensen. Hij zoekt niet langer naar iets of iemand om zich aan te hechten of om zich aan vast te klampen. Alles wat hij heeft te doen, is zijn blik naar binnen richten: de naald van de grammofoonplaat halen, de plaat weggooien en luisteren naar de weldadige stilte die aldus ontstaat. In die innerlijke rust en stilte doet niets er langer iets toe, is het een niet belangrijker dan het andere. De krijger beschouwt zichzelf als gelijkwaardig aan alles om hem heen; niet beter, niet slechter, niet wezenlijk anders dan wat ook. In zijn innerlijke rust en stilte is hij gelijk aan de planten, de dieren, de sterren, een zandkorrel; aan de essentie van ieder ander mens, jong of oud, rijk of arm, man of vrouw, begaafd of achterlijk! Zonder persoonlijk verleden, is hij de som van alle mensen, wezens, dingen tezamen! En in zijn gelijkheid aan alles - is hij een met alles - IS hij alles. Door zichzelf op te geven, niet langer naar definities te zoeken, wordt hij alles in alles. Ieder mens is een wereld op zichzelf; ieder mens kan met zijn aandacht en toewijding, zijn eigen wereld scheppen. Dus is ieder mens een schepper, met verborgen 'goddelijke' eigenschappen. Wat hij schept, hangt af van de inspiratiebron, waarop hij afstemt: het babbelende ego of het hogere Zelf, de wijze Geest. Kushi: Besef dat je onwetend bent en besef dat erkenning van onwetendheid de gezonde tegenhanger van eigendunk en arrogantie is. Mensen weten niet wat er morgen met hen gebeuren gaat, hoe hun bestemming in de loop van een jaar kan veranderen, wanneer hun dood komt. Ze weten niet hoe ze hun gezondheid moeten bewaren, hoe ze (opnieuw) blij en gelukkig kunnen worden. Ze weten zelfs niet hoe ze moeten eten, ademen, denken of spreken. Ze weten niet of dat wat ze voor echt aannemen, waar is, of dat wat ze goed noemen, ook werkelijk goed is. Het is een eindeloos dilemma en een blijvende teleurstelling, wanneer ze weten wat ze willen bereiken en toch tot het tegengestelde resultaat komen. We weten niet waarom we op deze wereld kwamen of wat we in ons leven moeten doen. We zijn altijd onwetend. En hoe meer we leren, hoe onwetender we worden. Het is echter juist de wetenschap DAT we onwetend zijn, die het begin is van een bewustzijn van wat leven is, en het begin van een begrip van wat wij (werkelijk) zijn. De levensweg die ons naar het ware geluk leidt, komt voort uit een diep besef DAT we onwetend zijn. --------------------------------------------------------------------- 3 Binnenwereld en Buitenwereld --------------------------------------------------------------------- Gezien de grenzen van het lichaam, bestaan er tenminste twee werelden: de wereld buiten mij, waar ik door mijn geboorte in werd geplaatst en de wereld binnen de begrenzingen van mijn lichaam, meestal als geest of bewustzijn aangeduid, dat gevat is in een fysiek, aards organisme. In de buitenwereld ontmoet ik andere mensen, die zich ten aanzien van mij meestal gedragen als kleingeestige tirannen: ze trachten mij hun wil op te leggen, mij te laten functioneren zoals ze dat van mij verwachten. Iedereen die ik in mijn leven ontmoet zal proberen zijn stempel op mij te drukken, hoe subtiel en vluchtig die invloed ook moge zijn. Sommigen laten me met rust; anderen jagen me op. Sommigen zijn alleen maar lastig, verve- lend, stoorzenders. Het nagualisme leert, dat het een zinvol alternatief kan zijn om de 'dwaasheid van het gewone leven onder de controle van de eigen wil te brengen', wat wil zeggen: de weg van de krijger volgen: streven naar een onberispelijk gebruik van energie; een sluiper zijn in de Buitenwereld (rechterzijde of tonal) een dromer zijn in de Binnenwereld (linkerzijde of nagual) en te leven in een staat van hoger bewustzijn, dat krachtiger is dan het alledaagse. Hoe kan ik een onberispelijke sluiper zijn in de Buitenwereld? in de eerste plaats door mijn Eigendunk overboord te zetten en zo flexibeler te worden, als een boom in de wind. Wat valt allemaal onder het domein van de Eigendunk? - zelfmedelijden, zelfreflectie, zelfbeeld, ego, lagere zelf - me gekwetst voelen door wat anderen doen of juist niet doen - me iets aantrekken van kritiek uit de Buitenwereld - mezelf (te) serieus nemen en daardoor zwaar op de hand - anderen (te) serieus nemen en daardoor toestaan dat ze hun macht, invloed of tirannie over mij kunnen uitoefenen - vasthouden aan 1 rol = zelfbeeld en/of 1 rolpatroon = sleur, gewoonte, routine, in plaats van als acteur te willen groeien en evalueren en elke dag een nieuwe rol in een nieuw stuk te spelen en er een grootse drama of komedie van te maken! - me identificeren met de rol die ik speel, zodanig zelfs dat ik vergeten ben dat het slechts een rol is, een masker, die ik heb aangeleerd in de sociale context waarin ik opgroeide om me te conformeren aan wat de kleingeestige tirannen me leerden in de waan dat hun mening over mij ertoe deed - en dit met een blinde, dwangmatige drang volhouden, zelfs als de sociale context inmiddels geheel is veranderd! zelfs als de wereld een geheel ander aanzien heeft gekregen! De sluiper daarentegen, zet zijn Eigendunk overboord. Hij beseft dat hij slechts een rol speelt en dat het spelen van die rol energie kost, kostbare energie. Hij spaart zijn energie liever voor het verkennen van de binnenwereld. Daarom zoekt hij de bevrijding van de banden met de buitenwereld. Hij wil vrij zijn van de banden met zijn medemensen, de tirannen. Die vrijheid heeft een prijs: onthechting, inkeer tot zichzelf, het loslaten van de rol waaraan hij eerder was gehecht. Hij zoekt zijn weg om los te geraken van de buitenwereld, omdat alleen in de binnenwereld bevrijding mogelijk is. Bevrijding van de persona: het masker, de sociale rol. Hij laat zich niet langer in met de kleingeestige tirannen. Hij beseft dat wat ze hem ook beloven of voorspiegelen, ze niet meer dan hun tirannie over hem te bieden hebben. Daarom laat hij de mensen om hem heen voor wat ze zijn en gaat op zoek naar de vrijheid, die zich in hem bevindt. Hij herschept, herordent zijn leven, richt het zodanig in, dat alleen een absoluut minimum van omgang met anderen nodig is, zodat alleen een absoluut minimum aan energie nodig is om bij het spelen van zijn rol, zijn oogmerken te bereiken. Let wel, zijn oogmerken zijn niet langer gericht naar buiten. Anders zou hij hooguit een kleingeestige tiran over anderen zijn. Nee, zijn oogmer- ken zijn gericht naar binnen, op het verkennen van nieuwe werelden, waarvoor ook energie nodig is. Onberispelijk gebruik van energie houdt in: je energie sparen om volledige toegang tot de binnenwereld te krijgen. De binnenwereld kent geen consensus, er is geen overeenstemming over onder de mensen. Daarom zijn de meeste mensen er bang van, keren zich ervan af. Zij manipuleren liever de buitenwereld van het bekende. Maar alles wat bekend is, wordt sleur en stompt hen af. Op een gegeven moment worden ze het bekende moe, ze weten het wel, geven het op, willen sterven. Hun negatieve houding vreet hun levenskracht op. Aan de andere kant, wie zijn angst voor het onbekende trotseert en poogt een wereld in te gaan waarin alles nieuw, onbekend is, waarin elke dag een nieuwe ervaring iets nieuws toevoegt waarin een oneindige bron van kennis wordt aangeboord, een hoorn van overvloed, waarvoor je tijd tekort komt. Is het niet een grotere uitdaging om in die wereld te reizen, die zo onmetelijk is dat je elke dag iets nieuws leert, nieuwe ontdekkingen doet, gevuld wordt met nieuwe realisaties, is die wereld, dat leven niet veel krachtiger en gezonder? In het licht van het onbekende stomp je niet af. In het onbekende word je het niet moe te onderzoeken. Het bekende vreet de levenskracht op, maar het onbekende staat juist nieuwe levenskracht af! Wie leeft in het bekende, verzwakt, wordt oud en der dagen zat. Wie het onbekende trotseert echter, wordt iedere dag sterker! Dit is dan de weg van de krijger in een notedop, de synthese. Dit is de ware betekenis van het nagualisme. --------------------------------------------------------------------- 4 Gecontroleerde dwaasheid --------------------------------------------------------------------- Het leven van de gemiddelde mens kan men als Dwaasheid betitelen. De moderne mens heeft zich van zijn natuurlijke omgeving vervreemd, eet verkeerd, ademt verkeert, heeft allerlei destructieve gewoonten, is een loonslaaf geworden in dienst van het kapitaal, sloopt zijn lichaam met verkeerde stoffen, vervuilt zijn geest met waanideeen, is onbeheerst en ongecontroleerd, is het slachtoffer van zijn of andermans kleingeestige ego, laat zich uitbuiten door machten van buiten, is zelf machteloos en onwetend, terwijl hij zich in zijn hoogmoed wijsmaakt dat hij een goed voorbeeld geeft. In werkelijkheid is hij machteloos, krachteloos, lui, gemakzuchtig, zonder ware kennis of wijsheid, ongedisciplineerd, week, zonder zelfbeheersing, zelfdestructief, een spookbeeld van de ware mens die hij zou kunnen zijn. In het nagualisme is het alternatief: leven als een krijger, die be- seft dat de meeste dingen in het gewone leven nergens toe leiden. Zijn belangrijkste opdracht is: leren de Dwaasheid van zijn leven onder controle te brengen. Aan gecontroleerde dwaasheid zitten diverse facetten, o.a. leren handelen zonder er iets voor terug te verwachten; wat leidt tot onthechting van de dagelijkse dingen. Het is ook een van de kernprincipes van de zgn. 'kunst van het sluipen', een term ontleend aan de jacht. Zo kan een krijger o.a. zichzelf, zijn slechte gewoonten, of die van anderen besluipen, om er vervolgens een meer positieve wending aan te geven. Gecontroleerde dwaasheid stoelt op de volgende principes (boek II): * weet dat wat je doet nutteloos is, nergens toe leidt, maar gaat ermee door, alsof het er wel toe doet * zie je gedrag in de omgang met of aanwezigheid van andere mensen als toneelspel, besef dat je de slechts een aangeleerde sociale rol speelt en dat je die rol zo nodig kan inruilen voor een andere: 'beoefen je gecontroleerde dwaasheid op alles en iedereen' * besef dat ieder mens zijn eigen strijd te strijden heeft en dat je tijd te kort is om je in de strijd van anderen te verdiepen: bemoei je dus niet met andermans zaken maar richt al je aandacht en energie op je eigen strijd; hecht geen belang aan wat anderen wel of niet doen * train je Wil en brengt hem in de conditie die nodig is om hem adequaat te gebruiken; dan kan het je niets schelen, dat niets er toe doet. 'Mijn Wil controleert de dwaasheid van mijn leven.' Het kan veel voordelen hebben om je optreden te zien als de rol die je in het toneelstuk 'Mijn leven' speelt. De ruimte om je heen is dan een podium, de mensen om je heen tegelijk medespelers als publiek, dat je verrichtingen volgt en beoordeelt hoe goed of hoe slecht je je rol speelt. Of je je publiek weet te ontroeren, hun emoties weet te bespelen als de snaren van een harp, of dat ze je uitfluiten, boe roepen en met rotte tomaten beginnen te gooien. Je kan van je levensrol een groot dramatisch evenement maken, zorgen dat het pu- bliek je liefkrijgt en geen genoeg van je optreden kan krijgen, of voortijdig de zaal verlaat om naar huis te gaan! Je kan de held of de schurk spelen, 'the good, the bad or the ugly'. Bij gecontroleerde dwaasheid is de ene rol niet beter is dan de andere. Maakt het niet uit welke rol je in het leven speelt, als je hem maar met overgave speelt, met heel je hart, alsof je leven ervan afhangt. Terwijl je intussen steeds beseft dat het maar toneelspel is, dat het er niet toe doet. Alleen door het als een spel te zien, verwerf je de speelruimte om je helemaal in je rol uit te leven, zonder je ermee te identificeren. Dan maakt het niet uit welk beroep je uitbeeldt, een vrijgezel of een huisvader, een arme of een rijke, een geslaagde persoon of een schlemiel. Of je nu boeken wilt schrijven of van de aardbodem verdwijnt zonder een spoor achter te laten, werkt of niet werkt, gelukkig bent of piekert; alles behoort tot de dwaasheid van het leven. Kies dus een rol die je aanspreekt en die bij je past. Speel hem zolang hij je bevalt en je tot welzijn of kennis leidt. Spreekt hij je niet langer aan, stop er dan mee en studeer een nieuwe in, met nieuwe attributen. Relativeer dus! Breng alles tot de juiste proporties terug! Geeft in alle bescheidenheid toe dat je rol er niet echt toe doet.Leef drama- tisch, speel je rol met verve, maar lach erom, neem het niet zo serieus, zie in dat het slechts theater is. Dat maakt je leven een stuk lichter, je persoon veel luchtiger. Besef dat je aanstaande Dood je uitdaagt, de Dood die je voor eens en altijd zal meenemen. Besef dat je leven tekort is om een rol zo serieus te nemen en al die dwaze ballast met je mee te slepen! Dus leef en doe alsof het zin heeft, maar lach erom! 'Doen alsof' is gecontroleerde dwaasheid. Het is subliem toneelspel, de kunst van de sluiper. Til niet zo zwaar aan de dingen, waarom zou je? Laat ze met rust, streef onthechting na. Als je niet hecht aan wat je doet, taal je niet om resultaten. Als je niet hecht aan wat je bent, geef je niet om kritiek. Als je niet hecht aan je geest, maakt het niet uit, wie wat denkt. Als je niet hecht aan je lichaam, zoek je geen geneugten. Als je niet hecht aan je gevoelens, kan niets je raken. Als je niet hecht aan je gedachten, heb je niets te verdedigen. --------------------------------------------------------------------- 5 Verruiming van mogelijkheden in het perspectief van de Dood --------------------------------------------------------------------- Het enige dat werkelijk telt, is dat de Dood je komt halen. Wanneer, is slechts een kwestie van Tijd. Je kan proberen jezelf zo sterk mogelijk te maken: je lichaam zo sterk, dat je de Dood verdrijft; je geest zo sterk, dat hij vrij kan stralen; je ego zo klein, dat er ruimte komt voor nieuwe rollen. Je kan reizen in werelden, waar de Dood je niet kan volgen: ontsnappen aan de Dood door andere dimensies binnen te gaan. De oude wereld aan zijn eigen dwaasheid overlaten, in ruil voor een wereld waar geen einde aan komt. Een ontdekkingsreis in het oneindige: reizen naar onbekende verten. Spelen met nieuwe mogelijkheden, voorbij de grenzen van je fantasie. Dat is je geest bevrijden van de beperkingen van het ego. Het ego is het oude ik, dat alle ruimte voor zich opeist; terwijl het in feite afstand zou moeten doen ten bate van iets nieuws. Blijf dus niet tot vervelens toe rondrennen in je kooi van het bekende, blijf je niet wentelen in de poel van het oude, maar ga op reis gaan naar alles wat de Geest bevatten kan; haal alles binnen, onderga alles wat aan ervaring mogelijk is. In mij bevindt zich een wereld, waar niemand mij tegen kan houden, waar niemand zijn macht kan doen gelden, waar niemand me kan vertellen wat ik moet doen. In deze wereld, is alles mogelijk, alles wat ik maar bevatten kan. In deze wereld bestaan geen conflicten: botsingen vinden alleen in de buitenwereld plaats. Alleen buiten mijzelf ondervind ik tegenwerking. Want in de buitenwereld heb ik met anderen te doen, houden tijd en materie me tegen, ben ik gevangen in wetten die de wereld in stand houden. In de binnenwereld bestaan geen wetten: daar hoeft niets in stand gehouden te worden. Wie onthecht is, hoeft niets vast te houden in zijn geest. Hij reist slechts van de ene ervaring naar de andere. Elke ervaring kan nieuw zijn, als hij volledig vrij is. Niets hoeft herhaald te worden, niets hoeft te blijven bestaan. Zoals elke droom een nieuwe schepping is en elke nieuwe schepping het resultaat is van een droom. In de droom-toestand van de Geest is alles mogelijk: niets is aan dimensies gebonden, niets hoeft zinvol te zijn. het vloeien der dingen gaat volledig vanzelf; niets hoeft verstandelijk te worden verklaard; slechts de Wil bepaalt de richting van de droom. Wie de droom-toestand van de Geest verkiest boven de toestand van de Rede, de zogenaamde realiteit, maakt zich vrij van de beperkingen van de Rede, opent de kooi van de door de Rede gedicteerde realiteit. In die kooi werden wij als kinderen opgesloten om ons te leren gedragen naar de Rede van volwassenen, om ons te conformeren aan hun versie van de werkelijkheid terwijl wij toch als vrije Geest werden geboren. In de droom heeft het lichaam geen behoeften, is afwezig. In de droom zijn er geen fysieke beperkingen. In de droom hoeft niets herhaald te worden, is alles nieuw. De dagdromer heeft zich bevrijd van de realist, die steeds pijnlijk nauwkeurig moet turven wat kan en wat niet kan. De dromer staat niet stil bij mogelijke beperkingen, is er niet door gebonden, wordt er niet door afgeleid. Vrij reizen, zonder behoeften, in de binnenwereld, is te verkiezen boven de dwaasheid van de buitenwereld. Liever ben ik een dwaas op vrije voeten, een dromer, dan een dwaas die is opgesloten in de vermeende realiteit. Ik kan vruchteloos pogen alles om me heen onder controle te krijgen, of de buitenwereld laten voor wat ze is en me volledig overgeven aan mijn droom-leven. Als niets er werkelijk toe doet, laat mij dan maar dromen, mediteren, fantaseren, vrij drijven op de golven van het zijn. Ik verken de oneindige ruimte in mij, richt de blik naar binnen. Ben niet gehouden om er verslag van uit te brengen, ik heb geen concrete opdrachten: er wordt niets van me verwacht. --------------------------------------------------------------------- 6 Leven als dromer --------------------------------------------------------------------- Ik werd als dromer geboren, maar gehersenspoeld, in het te nauwe harnas van de Rede geperst. Niemand zei: keer in, wordt ook een dromer, ga op zoek in jezelf. Behalve mijn weldoener, die mij de ogen opende. Hij sprak: 'Word je bewust van het potentieel in jezelf, de wereld in jezelf; besef dat andere mensen je met handen en voeten vastspijkerden aan hun Kruis: hun versie van de realiteit. Besef nu, dat hun realiteit net zo goed een illusie is: ze betoverden je, begoochelden je, lieten je slechts zien wat in hun kraam te pas kwam. Ze wilden je als slaaf laten werken, liefst zonder eigen wil. Ze wilden dag en nacht over je kunnen beschikken, je gebruiken om hun zelfzuchtige verlangens te bevredigen, je tot de ezel maken die hun last moest dragen. De weg naar bevrijding heet Inkeer: keer in in jezelf. Leer zelf te dromen, op eigen kracht, laat de wereld voor wat hij is en de mensen voor wat ze zijn.' --------------------------------------------------------------------- 7 Sluipen: de omgang met de tirannen in de Buitenwereld --------------------------------------------------------------------- Gecontroleerde dwaasheid is het centrale thema van de kunst van het sluipen. In de praktijk komt het neer op: * het besef dat de omgang met je medemensen grotendeels energiever- spilling is, omdat wat gewone mensen doen Ongecontroleerde dwaasheid is * een krijger probeert zijn eigen dwaasheid onder controle te krijgen, o.m. door haar tot een absoluut minimum te beperken: zo spaart hij zijn energie voor belangrijker zaken * door onthechting van zijn lager zelf na te streven, dicht hij een van zijn grootste energielekken: over veel kleinzielige dingen hoeft hij zich niet langer druk te maken * hij stelt verder een lijst op van alles wat hij doet, in termen van gedragspatronen en stoot af wat niet essentieel is voor zijn welzijn en zelfbehoud: ook zo spaart hij energie en dicht hij lekken. Hoe bespaar je energie in een huis? Door de ramen zoveel mogelijk dicht te houden = zintuigen. Door minder te stoken = brandstof- besparing: voeding. Door het dak te isoleren: Geest. Door de buitenmuren te isoleren : lichaam. Gebruik sociale interactie als oefening in onthechting: neem jezelf niet serieus, maar speel je rol met overgave. Weet dat je een ver- borgen strategie volgt, waar je altijd op terug kan vallen (joker of troefkaart). 'Iedere tik van de klok is een tik dichter bij mijn dood. Ik heb geen tijd voor waardeloze stemmingen of gedachten.' Ont-hechting betekent: niet [langer] hechten aan. Niet langer gehecht zijn aan iets. De aandacht losmaken van een object, waarop zij gefix- eerd was. De aandacht niet langer richten, maar loslaten. Niet- gerichte aandacht leidt tot vrij bewustzijn, bewustzijn dat bevrijd is van fixatie op objecten: aandacht is doen, bewustzijn is niet- doen. Kijken is gerichte aandacht, dus doen; zien is ongerichte aandacht, dus niet-doen. 'Doen door niet-doen, dat is de Weg.' Gecontroleerde dwaasheid wil zeggen: toepassen van de zeven basisprincipes op ALLES wat je doet: van de meest banale handelingen tot aan situaties van leven op dood [6-301]. De zeven basisprincipes van het sluipen: 1 PLAATS of GEVECHTSTERREIN * Wees degene die de plaats van handeling bepaalt: kies het gevechtsterrein uit: de plaats waar je zult gaan strijden of sluipen (bijv. de werkplek, een sociale interactie, een aanval op ...) en hanteer hierbij adequate criteria # WAAR gaat de handeling plaatsvinden en WAAROM juist daar * trek niet ten strijde, voordat je precies weet hoe de omgeving eruit ziet = VERKENNING van de omgeving (zorg voor een nooduitgang - zorg dat je niet in het nauw gedreven kan worden - zorg dat je niet voor verrassingen komt te staan: VOORBEREIDING) * lok de tegenstander (prooi) naar de plaats die je van tevoren zorg- vuldig uitgekozen hebt (op basis van ... afweging) 2 CONCENTRATIE op de ESSENTIE * stel vast wat nodig is om de strijd te winnen (wapens, middelen, kennis, motivatie, camouflage enz.) en zorg dat je daar over beschikt * zet alles opzij wat niet nodig, niet essentieel is, stoot ballast en futiliteiten af * zorg dat de tegenstander (prooi) alleen dat meebrengt wat absoluut noodzakelijk is en doe dat zelf ook 3 EENVOUD * maak de dingen niet ingewikkeld, maar streef naar eenvoud en wees eenvoudig (in je opzet) 4 OVERGAVE AAN DE STRIJD * wees niet bang maar vertrouw erop dat de krachten die je leiden de weg voor je openen en je zullen helpen (zeg: 'ik ben hier niet bang voor, ik kan het aan, want de Geest zal mij leiden') * ontspan jezelf en laat je gaan * trek alleen ten strijde als je aan deze voorwaarden kunt voldoen; - wees klaar en bereid om je leven te wagen, om te sterven en van dit gevecht je laatste strijd op aarde te maken: - gebruik de macht, die de aanraking van de dood je geeft; het is die macht, die beslistheid aan je daden geeft * trek aldus vastbesloten, maar niet gespannen, ten strijde en geef je volledig over aan de strijd die je verkiest te strijden. 5 TIJDELIJKE TERUGTREKKING * stort je niet als een blind paard in de strijd, maar blijf alert en bereken op ieder moment je kansen * kom je tegen een overmacht te staan, die op dat moment onoverkome- lijk is, trek je dan een ogenblik terug * schep gelegenheid voor een rustpauze en laat je geest vrij rond- waren: doe iets anders met je tijd, het geeft niet wat en zoek vervolgens naar nieuwe aanvalskansen. 6 VERDICHT DE TIJD = concentratie * in een gevecht om je leven, is iedere sekonde een eeuwigheid * verdicht je tijd: verspil geen ogenblik, gebruik ieder moment om vernietigend toe te slaan * handel 'als een bliksemflits': sla onmiddellijk en met al je kracht toe * streef naar welslagen: hou je niet in, houd niets achter, maar ge- bruik iedere sekonde om het gevecht te beslissen met een definitieve genadeklap * wees definitief en absoluut in je daden: elke innerlijke strijd, aarzeling of verwarring werkt in je nadeel en kan je dood betekenen. 7 CAMOUFLEER JE POSITIE = stelling * dring je nooit op de voorgrond maar zorg voor speelruimte (bouw een muur, bunker, pantser, harnas, tank, mist om je heen) * misleid de tegenstander; camoufleer je stelling en verberg je ware positie (laat niet blijken wat je werkelijk van plan bent) * wees de aanvoerder zonder dat iemand het weet of beseft; zorg dat jij de aanvaller bent zonder dat de tegenstander dat weet of zich ooit realiseren zal (vgl. sluipschutter, politicus, diplomaat) * gebruik een stroman, een geheime compaan, die de klappen voor je opvangt (inzet van personeel; vgl. het leger onder aanvoering van een - onbekende - generaal) * kijk in het geheim vanachter de coulissen toe (vgl. de chef of directeur die zich van zijn personeel afzondert) * wees de man achter de schermen, die buiten schot blijft (blijf buiten de cirkel, de aktieradius, het schootsveld, om er onkwetsbaar voor te blijven en er tegelijk dwang op uit te kunnen oefenen) * vermijd of pareer zo conflicten, door buffers in te bouwen (houd afstand en zorg voor een vluchtroute) * zorg dat de strijd niet tegen jou, maar tegen de stroman is gericht (motiveer je leger om op te rukken en aan te vallen maar blijf zelf achteraan, de laatste man in de rij) --------------------------------------------------------------------- 8 Toepassing van de zeven basisprincipes --------------------------------------------------------------------- Het zevende principe is de kern waar de andere principes om draaien: wees de verborgen aanvoerder [zonder eigendunk = de ijdelheid om je op de voorgrond te willen plaatsen] die anderen ertoe overhaalt, de kastanjes voor je uit het vuur te halen, voor jou het vuile werk te doen. Niet uit zelfzucht of lafheid, maar uit strikt logische en praktische overwegingen: jij wint alleen, als je het overleeft en zo mogelijk ongeschonden uit de strijd komt. Hoe stel je het meest veilig dat je overleeft? Door het gevecht te winnen, zonder zelf ten strijde te hoeven trekken. Voorbeeld: de Strategie van de mooie vrouw. Dit is in feite wat een mooie vrouw doet: zij spoort de mannen om haar heen aan, door zelf passief en onbewogen te blijven. Ze belooft veel, maar geeft weinig. Ze doet voorkomen dat ze alles zal geven, maar ze geeft niets. En de mannen, verblind door haar schoonheid en erop gebrand haar voor zich te winnen, sloven zich steeds meer uit, hoe minder ze toegeeft. Haar schoonheid en haar passiviteit zijn haar wapens en ze weet hoe ze te gebruiken. Door niets van een man te willen, krijgt ze zijn hele hebben en houden op een presenteerblaadje aangeboden. Hij wordt de marionet van haar zogenaamde grillen, maar intussen beredeneert ze alles en weet precies wat ze doet. Alleen: ze zal het nooit toegeven. Zo krijgt ze alles wat ze hebben wil, onder het mom dat ze niets wil. En dit alles heeft niets met zgn. Liefde te maken! Pas als de vrouw zwicht, zal ze verliezen. Als ze zelf verliefd raakt, is ze haar power kwijt. Over de mannen die voortijdig afhaken, bekommert de listige vrouw zich niet; ze beseft dat er toch maar ééntje kan overblijven. En intussen heeft ze zich wel mooi met die andere mannen vermaakt en van hun geschenken kunnen genieten, of ze ze nu teruggeeft of behoudt. Als de man die overblijft haar niet bevalt, hoeft ze alleen maar een nieuwe selectieploeg te vormen, een nieuw blik mannen open te trekken en met haar schoonheid gaat dat als vanzelf. Daarom geeft ze zichzelf geheel aan haar schoonheid over en zorgt dat ze iedere dag straalt als nooit tevoren. Wie niets wil, krijgt alles; wie alles wil, krijgt niets. Wie het ene wil, krijgt het andere; wie het andere wil, krijgt het ene. Wil dus niets, om alles te krijgen; of wil dat andere, om het ene. Vrouwen zijn geboren sluipers; mannen alleen, indien ze zich dit realiseren. De kunst lijkt het, de Wil a.h.w. 180 graden om te draaien, door het tegendeel te willen en als kompas te gebruiken, koers te zetten op dat wat je, in het geheim, werkelijk wilt. Een listige vrouw kan alles gedaan krijgen; een man kan veel leren door te doen als een man, maar te denken als een vrouw. Verplaats je in de tegenstander, 'wil alles van hem weten', verzamel alle informatie die je kunt gebruiken voor je strikt geheimgehouden doel = intentie. Niet-willen is de sleutel tot krijgen. Niet-verlangen, niet-begeren, niet-streven. Niet-doen is de sleutel tot bereiken: rust. Niet-den- ken: meditatie. Niet-voelen: onthecht zijn. Dit is de basis van gecontroleerde dwaasheid: draai de dwaasheid 180 graden om. Doe het tegenovergestelde van wat je wilt. Denk en voel het tegenovergestelde: de opponent, het tegendeel. Draai je wereld een halve slag om. Kijken met de ogen van de ander is helder-zien. Luisteren met de oren van een ander is helder-horen. Tasten met de vingers van een ander is helder-voelen. Snuiven met de neus van een ander is helder-ruiken. Niet-doen is de wereld omdraaien, je inleven in de ander: je inleven in een andere rol, maar zonder eraan te hechten. Eind. 'The Mesman files' ------------------ Oorspronkelijk 'Survival overlevingspakket: ze zwierven al een tijdje rond over vele bbs en sinds 1992 over Internet en er bestaan ook Franse, Duitse en Engelse taalversies van. In 1995 had ik telefonisch contact met hem. Hij vertelde me dat de teksten al sinds de eerste pc's het ziekenhuis (dus 1981 in nl) inkwamen: hij ze toen daarop had gezet bij wijze van zelftherapie als hijzelf afwezig was. Vele malen werden de files onder dwang van de ziekenhuiscomputers verwijderd en evenzovele malen weer gehérinstalleerd. En opnieuw verwijderd. Voor zover mijn latere naspeuringen dan klopt is de ziekenhuispsycholoog in 1996 aan kanker overleden en er zouden inmiddels ook Spaanse, Portugeesche en zelfs Arabische versies van bestaan. Goed geript = snel getikt. Goed gejat = dus snel getapt. Omdat veel professoren 'de Mesman files' niet kennen maar wél met een hoog cijfer waarderen is de herpublicatie tevens nodig tegen scriptiefraude. bbs-Public-Domain, vs copyright. Dergelijke bestanden mogen door iedereen worden gelezen, gebruikt, ingezet. gepredikt, gecopieëerd als: --> je er maar niets voor vraagt. <-- Er mag dus ook geen wettelijke copyrechten als vergoeding worden nageheven want die zijn middels WAO, Vut en bijstand door de regering of anderen al eerder betaald geweest. Uiteraard kost drukken/copieëren/inpassen in een lessysteem ook geld en de voorwaarden Public-Domain schrijven dan voor: tegen redelijk kostentarief. Middelbare scholen ------------------ Ikzelf vindt de files vooral geschikt als lesstof op middelbare scholen. Ook heb ikzelf in 1963 een 2-tal psychologen laten opsluiten wegens misbruik van meisjes, maar moest als stoplichtentechnicus er prompt zelf in om van 35 verknalde meisjes weer normale nette meiden te kunnen maken. Ja computers hadden we toen bij de politie allang, maar leren kon je er toen nog niet mee. Maar Tetris speelden we in 1963 op het groene scherm. Wel vind ik van de files dat ze hier en daar achterhaalde kennis opgeeft. Zo is macrobiotiek voor kinderen tot 21 beslist gevaarlijk gebleken en deze TNO-waarschuwing ontbreekt hierin nog. Voorts was al in 1963 bekend dat je in IQ-tests wel 30 punten hoger kunt scoren door elke week een blikje sardientjes te verorberen. Ook deze raad, nog van meneer pastoor uit de Middeleeuwen, ontbreekt. Voorts ontbreekt iedere verwijzing naar Jezus huwelijk, vreemd want zonder verkering lijkt het me uitgesloten om iets van de liefde te snappen; en iemand die als rechter wordt voorgedragen moet in elk land op aarde nu eenmaal gehuwd zijn. Overal ter wereld zijn rechters gehuwd en minstens 30 anders word je het niet: dat brengt de aard van de baan met zich mee. Manipulatie van kennis ---------------------- Frank Barkel oreert: Net zoals nu waren er vroeger ook lieden die er geen moeite mee hadden bepaalde soorten aan kennis naar hun eigen hand te zetten. Tegenwoordig zouden we spreken van dès-informatie. Het moedwillig verspreiden van ‘aangepaste’ kennis omwille van het eigen gewin is zeker niet nieuw. Ter illustratie hiervan toon ik u de strapatsen van bisschop Clemens (5) tijdens het samenstellen van de Bijbel. Eén van de redenen waarom Jezus’ huwelijkse staat niet wordt vermeld in het Nieuwe Testament is dat het bewijs hiervoor opzettelijk door de Kerk werd verwijderd. Dit werd nog maar kort geleden onthuld toen een manuscript van de Oecumenische Patriarch van Constantinopel werd ontdekt in een klooster bij Mar-Saba, ten oosten van Jeruzalem. Het document werd gevonden door Morton Smith, professor klassieke geschiedenis verbonden aan de Universiteit van Columbia (USA). Het citaat hieronder is namelijk afkomstig uit een publicatie die hij schreef naar aanleiding hiervan. Het gaat om een transcriptie van een brief van bisschop Clemens van Alexandrië (ca.150-215) aan zijn collega Theodorus in verband met delen van de evangelie van Marcus. In die brief gaf Clemens opdracht om een deel van de oorspronkelijke inhoud van Marcus verborgen te houden, omdat dit niet in overeenstemming was met de kerkbepalingen. Deze brief luidde als volgt: 'Ook al beweren ze iets waars, toch kunnen zij die de Waarheid liefhebben het niet met hen eens zijn. Want niet alle ware dingen zijn De Waarheid; evenmin zou die waarheid die naar menselijke opvatting waar lijkt, verkozen moeten worden boven de Echte Waarheid, dit in overeenstemming met het geloof.' (Maar even een kleine wetenschappelijke uitleg tussendoor:) Synoptisch...... is afkomstig uit het Grieks. Het betekent letterlijk "samen (ge-)zien". Het gaat om een overzichtelijke weergave van de inhoud van een film of boek. Dikwijls wordt de term synopsis gebruikt als het gaat om de evangeliën van Mattheüs, Marcus en Lucas in het Nieuwe Testament van de bijbel. Legt men deze drie naast elkaar, dan valt ("in een oogopslag") op dat ze overeenkomstige gedeeltes hebben. Daarom worden deze drie evangeliën wel synoptische evangeliën genoemd en de schrijvers ervan de synoptici. De overeenkomsten tussen deze boeken hebben tot een ontstaanstheorie van de boeken geleid, die omschreven wordt als het synoptisch probleem. (bron) Het evangelie van Marcus was het evangelie dat als eerste werd gepubliceerd. Het vormde letterlijk de basis voor alle andere synoptische evangeliën van Matteüs en Lucas. De brief van bisschop Clemens eindigt met een officiële instructie om bepaalde oorspronkelijke teksten van Marcus geheim te houden: 'Men moet nooit voor hen wijken; noch mag men, als ze hun falsificaties op tafel leggen, toegeven dat het geheime evangelie door Marcus is geschreven maar men moet onder ede ontkennen. Want niet al wat Waar is, kan worden verteld aan alle mensen.' Uit het geheime evangelie van Marcus zou verder ook blijken dat Jezus voor zijn wederopstanding niet in lichamelijke zin dood was. Wat natuurlijk indruist tegen de leer van de Kerk, die stelt dat de opwekking een bovennatuurlijk wonder was. Wie dus denkt dat kerkelijke onderdrukking van bepaalde kennis louter tot het verleden behoort komt bedrogen uit. Ook tegenwoordig kunnen kerkvorsten het niet laten om hun visie door te drukken. De beroemde natuurkundige Stephen Hawking vertelde onlangs nog in een interview hoe wijlen paus Johannes-23 (Noot: beter bekend als de Paus-met-het-Boze-Oog) hem ooit eens op het hart drukte om vooral niet het allereerste ontstaan van het universum te bestuderen. "Immers", zo zei de paus, "was dat allereerste begin het werk van god." Het zijn zeker niet alleen de religieuze leiders die kennis willen onderdrukken of het liefst schrappen. Ook de wetenschap zelf kan er wat van op een wijze een Inquisitie waardig. (noot: !) Een voorbeeld: toen Dr. Lee in 1950 een formatie uit de ijstijd op een plek die Sheguiandah wordt genoemd, op het eiland Manitoulin in het Great Lake gebied te Canada, stenen werktuigen vond van naar schatting 70.000 jaar oud waren de rapen gaar. Ten tijde van deze ontdekking werkte hij samen met het National Museum in Canada. Er werd een onafhankelijk geoloog bijgehaald die de vindplaats inspecteerde en de datering van Lee bevestigde. Ondanks deze bevestiging werd dr. Lee ontslagen, wilde men zijn rapport niet publiceren en kon hij jarenlang geen andere baan in zijn vakgebied vinden. De stenen werktuigen werden door het museum in beslag genomen en ergens opgeslagen waar hij er geen controle meer over had (2). Een wat milder voorbeeld: in 1979 vond Mary Leakey (echtgenote van de bekende antropoloog Louis Leaky) in Laetoli, Tanzania in vulkanische as van ongeveer 3,6 miljoen jaar oud enkele voetafdrukken van 3 personen. Het bijzondere aan deze vondst is dat de afdrukken één op één overeenkomen met de afdrukken van uzelf of uw buurman op het zomerse strand van Zandvoort. De anatomie is exact gelijk aan die van de moderne mens. Enfin, deze vondst werd keurig wetenschappelijk gedocumenteerd en gepubliceerd. De gevestigde wetenschap was er vervolgens als de kippen bij om een verklaring af te geven dat het de voetsporen van de Australopithecus betrof (een mens-aap -achtig schepsel waarvan men aanneemt dat hij zo’n 3 miljoen jaar geleden het Afrikaanse continent onveilig maakte). De verklaring sloeg nergens op: er zijn voetbeentjes van de Australopithecus gevonden die sterk afwijken van ons mensen. Een voetafdruk van dit wezen zou dus nooit overeen kunnen komen met de gevonden versies. En behalve de voetbeentjes had de Australopithecus een zelfde grote teen zoals wij een duim hebben. De meest voor de hand liggende verklaring dat de afdrukken misschien wel gewoon van ons, de moderne mens, zou kunnen zijn wordt echter door de wetenschap afgedaan als nonsens (2). Bronnen: (1) Piet Vroon, gedragspsycholoog, Tranen van de krokodil. ISBN: 9026319770. (2) M.A. Cremo/R.L. Thompson, Forbidden Archeology ISDN 0892132949 (3) Giorgio de Santillana en Hertha von Dechend Hamlet’s Mill, An essay investigating the origins of human knowledge and its transmission through myth. ISBN 0879232153 (4) J. Barhorst zie: De Mayakalenders en hun relatie met het magische jaar 2012 (Deel 1, deel 2 en deel 3) (5) Geheime evangelie van Marcus: Laurence Gardner, De erfopvolgers v/d Graal. (blz.87) ISBN 90 5121 684X (6) Graham Hancock, het ontstaan en einde van alles. ISBN 9043905976 (7) W.M. Flinders Petrie, The pyramids and temples of Gizeh. (8) Charles Hapgood, Maps of the ancient sea kings,ISBN 0 932813 42